Iedereen weet dat deze stelling aan drie voorwaarden moet voldoen
1. f is continu in een gesloten interval a, b
2. afleidbaar in het open interval a, b
3. en f(a)= f(b)
Maar kan er iemand soms voorbeelden geven als ze niet aan één van deze voorwaarden voldoet... want er worden altijd maar voorbeelden aangekaart die wel aan alle voorwaarden voldoen...
Bedankt!
Puzzels