In de driedimensionale ruimte R3 wordt de standaardbasis {e1 ,e2 ,e3 }gekozen.
e1 = (1,0,0), e2 = (0,1,0) en e3 = (0,0,1)
Deze drie vectoren bepalen de richtingen van de x, de y en de z-as.
De afbeelding B van deze ruimte naar zichzelf wordt gedefinieerd door het volgende voorschrift:
Projecteer eerst loodrecht op het vlak y = z (dat vlak gaat dus door de x-as en maakt hoeken van 45 graden met zowel het vlak y = 0 als het vlak z = 0) en draai daarna om de x-as om een hoek van 45 graden (linksom, als je van de positieve x-as naar de oorsprong kijkt).
Ik heb hier twee vraagjes over!
1) In het voorschrift van B komen twee stappen voor. Maakt het nog verschil of je de volgorde van de stappen verwisselt?
2) Stel met behulp van een meetkundige beschouwing de matrix van B t.o.v de standaardbasis op.
Puzzels