naar aanleiding van
dit stukje.
Waarom de natuur gebruik maakt van symetrie, lijkt in eerst in stantie een makkelijke vraag. Echter als ik erover nadenk kan ik niet zo snel een antwoord verzinnen. De mens bijvoorbeeld is bilateraal symetrisch. Als men echter de binnenkant van de mens gaat bekijken dan is de symetrie niet meer zo duidelijk. Het hart ligt iets naar links, waardoor de linker long kleiner is dan de rechterlong. En dan heb ik het maag-darm kanaal nog niet eens besproken.
De symetrie blijkt vooral de ledematen. De plaatsing van de ledematen wordt bepaald door de zogenaamde HOX genen. (Hele leuke experimenten zijn er ook gedaan met fruitvliegjes en HOX genen) Het lijkt me dat hier de oplossing moet worden gezocht. Tevens kan ik me voorstellen dat wanneer je met bilaterale symetrie werkt, je maar een 1/2 voorbeeld nodig hebt om een geheel te maken. De hoeveelheid benodigde informatie wordt daardoor drastisch verkleind. Er is dus minder DNA nodig wat energetisch veel gunstiger is. Tevens kan ik me voorstellen dat de HOX genen welliswaar de plaatsing van de ledematen bepalen, maar niet 'weten' of ze nu aan de linker of aan de rechter kant moeten zitten. Symetrie lost dit op.
Je zou de vraag ook om kunnen draaien: waarom zijn er geen organismen die asymetrisch zijn?