Dat Hieronymus er slechts 4 in zijn canon heeft opgenomen kan louter toeval zijn.
Die discussie hebben we al eerder gevoerd, Dorus:
...Waarschijnlijk al voor, maar in ieder geval vanaf het jaar 200 lag de canon van het Nieuwe Testament vrijwel vast, tot aan de volgorde van de gecanoniseerde boeken aan toe (Mar-Mat-Luc-Joh-Hand-enz.). Dat betekent dat de rest van die 100 (sic!) evangeliën het toen al niet gehaald hadden. De keizers hadden daar niets mee te maken en al evenmin met de vulgaatvertaling [= Hieronymus]. Dat was een initiatief van paus Damasus I, die als vrijwel geen paus voor hem het primaat van Rome verdedigde tegenover m.n. Constantinopel. Daarbij speelde de taal een grote rol: Latijn versus Grieks en dus liet Damasus de Griekse Septuagint vetalen in de volks-(vulgatus)latijnse Vulgaat.
Over het Judasevangelie: Hans van Oort schrijft:
"
Uit de oudheid was al bekend dat er een Judasevangelie moest zijn. Ireneüs van Lyon, plusminus 180, spreekt erover in zijn Adversus haereses. Maar zijn eigenlijke bron is Justinus de Martelaar en dan zitten we al rond 140. Ik schat dat het Judasevangelie zo rond 120 gedateerd moet worden."
Daarmee is het ongeveer net zo oud als het Johannesevangelie, waarmee het ook andere opvallende zaken gemeen heeft:
- Net als Judas beschouwt Johannes zich in zijn eigen evangelie als de "ware" discipel (de discipel die Jezus liefhad).
-Beide evangelies zijn later dan Marcus, Mattheus en Lucas ontstaan en zijn daarom zeker niet door de als auteur gesuggereerde discipel geschreven.
-Beide evangelies zijn veel minder dan de andere drie op te vatten als complete "biografieën" (hoe onjuist die term op zich ook is), maar pikken er verhalen uit, benadrukken bepaalde theologische controverses en bevatten meer theologische
statements (
Ik ben de weg, ....... Alleen door mij .... e.d.). Het zijn geschriften die ontstaan zijn in de stromingenstrijd die, driekwart eeuw na de vermeende dood van Jezus, het vroege Christendom verdeelt en in die strijd verschuilt de auteur zich achter de naam van een discipel om de eigen visie meer authoriteit mee te geven. Daar waar het Judasevangelie meer aansluit bij de Joodse achtergrond van het Christendom (zie Van Oortcitaat op eind), zet het Johannesevangelie zich juist het meeste af tegen de Joden (met alle rampzalige, doch nooit bedoelde latere gevolgen vandien).
In die stromingenstrijd heeft de gnostische richting het uiteindelijk afgelegd, gelukkig maar, zou ik zeggen, want - in tegenstelling tot wat New Agefreaks ons willen doen geloven -is het mensbeeld en zeker het vrouwbeeld dat de gnostiek erop nahield zeer negatief (doch dat is een andere discussie).
Ter Linde is en flapdrol (hij doet hier niet mee, dus ik neem aan dat ik dat hier mag zeggen?). Zijn commentaar was beschamend en zijn houding koren op de molen van alle DVCadepten en aanverwante complotdenkers. Hierbij een heel wat zinniger commentaar van Hans van Oort uit 2005:
Een van de zeer weinigen die op de hoogte zijn van de inhoud van het Evangelie van Judas, is prof. dr. Hans van Oort uit Zeist. Hij werkt momenteel zelfs aan een vertaling en exegese. "Ik ben ermee in aanraking gekomen als uitgever van de Nag Hammadi and Manichaen Studies, die bij Brill in Leiden verschijnt. Deze serie heeft een brede redactie en daarbinnen gaan delen van de tekst al enige tijd rond. De letterlijke inhoud mag ik nog niet bekendmaken, maar ik mag er wel in grote lijnen over spreken. Dat hebben onderzoekers elkaar en de Maecenas-stichting beloofd."
De kerkhistoricus, gespecialiseerd in Augustinus, gnostiek, manicheïsme en Nag Hammadi, organiseerde op eigen initiatief een persconferentie en lezingen als tegenstem tegen "alle nonsens" die de afgelopen tijd over het Judasevangelie is gezegd en geschreven.
Van Oort verwijst de gedachte dat Judas zélf de auteur is van het naar hem genoemde evangelie resoluut naar het rijk der fabelen. "Dat zal geen redelijk denkend mens aannemen." Wel staat vast dat het document geen vervalsing is, maar een oorspronkelijke tekst die naadloos aansluit op oude gnostische tradities. "Gnostici zijn notoire dwarsliggers; echte protest-exegeten", legt hij uit. "Tegelijk zijn ze bewaarders van oeroude overleveringen, waaronder tradities uit de oergemeente in Jeruzalem. Daarom is deze vondst enorm belangrijk: zij brengt ons in aanraking met ideeën uit het vroegste christendom. Er zijn overigens goede gronden om aan te nemen dat het Judasevangelie al rond 150 na Christus bekend was."
In dit evangelie voert Judas een goddelijk bevel uit - een typisch gnostische denkwijze. "Deze visie staat in de traditie van het goddelijke 'moeten', dat we bijvoorbeeld ook in Lucas 24 vinden", zegt Van Oort. "Er zit een goddelijk raadsplan achter Jezus' kruisdood. Het woord 'overleveren' heeft in de canonieke evangeliën een negatieve klank en wordt vaak met verraden vertaald. Het Griekse werkwoord kan echter ook een positieve lading hebben. Gnostici kleuren dit 'overleveren' inderdaad positief in. Jezus' kruisdood was de doodssteek voor de boze machten die de ziel van de mens, zijn 'lichtelement', geknecht houden in het aardse bestaan. Judas is volgens hen 'de ware discipel', omdat hij als enige van dit plan wist en zijn Meester hielp het uit te voeren."
en
Hoe verklaart u het enthousiasme waarmee dit soort verhalen, evenals bijvoorbeeld 'De Da Vinci Code', wordt onthaald?'
"De invloed van De Da Vinci Code is enorm, hoewel het boek inhoudelijk vrijwel volkomen apekool is. Maar mede hierdoor is alles wat met het - vooral afwijkende - vroege christendom of het Vaticaan te maken heeft, ineens 'hot'. Vandaar ook die eerste, zwaar aangedikte berichtgeving in Het Parool. Het Vaticaan zou van deze ontdekking wankelen ... dat is pure fantasie! Het Vaticaan verbergt in principe niets.[*] Uiteraard is het niet uitgesloten dat we in de enorme bibliotheken daar nog onverwachte dingen ontdekken, maar dat kan in principe in elke oude bibliotheek met veel geschriften. Enkele jaren geleden kwam er in Mainz bijvoorbeeld zomaar een codex met onbekende preken van Augustinus boven water. In Egypte komt bijna elk halfjaar wel iets belangrijks onder het zand vandaan!"
Rond 1950 kreeg het zogenaamde Thomasevangelie ook een enthousiast onthaal. Toch hebben maar weinig mensen dit geschrift uiteindelijk gelezen. Verwacht u dat het Judasevangelie eenzelfde lot beschoren is?
"Het Thomasevangelie bestaat uit 114 losse spreuken. Het Evangelie van Judas is daarentegen een echt verhaal, maar dan met een vooral gnostisch of, zoals ik zeer zeker óók constateer, een heel oud Joods-christelijk karakter. Hier raken we dus aan de traditie van de oergemeente in Jeruzalem."
Welke houding moeten bijbelgetrouwe christenen volgens u aannemen ten aanzien van dit gnostische geschrift?
"Ik heb soms moeite met de naam 'bijbelgetrouwe christenen', want de Bijbel is enorm rijk en geschakeerd en dat zie je eigenlijk bij geen enkele stroming binnen de wereldwijde christenheid in alle rijkdom terug. Maar goed, ik begrijp wat u bedoelt. Voor mij is helder: de canonieke evangeliën zijn de oudste en hebben dus kennelijk ook in de vroege Kerk de beste papieren gehad. Maar van die andere evangeliën kun je veel leren om de canonieke beter te verstaan! Ook door het Judasevangelie zijn voor mij nu al delen van het Nieuwe Testament opengegaan waarvan ik zeg: 'Staat dat er echt?' En dan blijkt het er inderdaad te staan. Bijvoorbeeld dat Christus de machten in de hemelse gewesten onttroond heeft en dat daardoor alles is 'losgemaakt'."
De hamvraag: werpt het Judasevangelie nieuw licht op 'de historische Jezus'?
"Niet direct, maar zeker wel indirect. Er staat unieke informatie in over de wijze waarop een deel van de eerste christenen Hem heeft gezien."(**)
Bron:
http://vroegekerk.nl/content.php?id=72
*) Die is voor alle complotdenkers die ongetwijfeld weer op dit onderwerp af zullen komen als vliegen op de stront.
**)En die is voor Ter Linde
<i Si vis pacem paralellum</i (J. Goedbloed)