Ger schreef:Je ziet A, dat valt je op, maar omdat het op zichzelf staat doe je er niets mee.
Vervolgens zie je B, wederom op zichzelf staand dus doe je er ook niets mee.
Dan zie je C, en dan denk je "hé, da's opvallend, dat is te linken aan A en B". Er begint je wat te dagen.
Als je vervolgens D ook nog ziet, dat ook in het plaatje past, dan komt langzaam de overtuiging dat er "iets" (je conclusie) is.
Precies, en precies dáár gaat het bij de ene mens zo, en bij de andere zo. De ene zal dan bij het waarnemen van C een bepaalde beredenering maken (A+B+C+?=X?), en de andere doordat hem 'onbewust' het antwoord 'ingegeven' wordt. Doordat onbewuste processen al de informatie onderbouwt hebben in één geheel van begrip, zal ook oprecht beoordeeld worden. De beredenerende manier werkt echter in de omgekeerde richting, namelijk door specifieke bewuste beredeneringen de onderbouwing aan te tonen (lineair).
Die lineaire manier, is dat niet wat het overgrote merendeel van alle mensen momenteel doet ?