Om te controleren of een stel vectoren B een basis is voor een vectorruimte
\(V=\langle v_1,v_2,v_3,v_4\rangle\)
, moet je nagaan dat B
1) lineair onafhankelijk is;
2) de hele ruimte V voortbrengt.
Noteren we
\(B=(b_1,b_2)=((1,0,1,2),(0,1,2,1))\)
, dan luiden de voorwaarden:
1) Bestaan er scalairen k en l die niet beide nul zijn en waarvoor
\(k\cdot b_1+l\cdot b_2=(0,0,0,0)\)
?
2) Is elk element van V een lineaire combinatie van b1 en b2?
Kan je hiermee verder?