Opmerking moderator
Dit onderwerp past beter in Huiswerk en Practica en is daarom verplaatst.
Op punt H staat een wisselspanning van 50 Hz met een spanning die niet duidelijk is: 400 V of 230 V. Maar aangezien alle onderdelen in VA of vermogen zijn gespecificeerd is dat in dit geval geen probleem. We noemen de spanning V.
De stroom bij punt X
1 bedraagt I
X1 = 130000 / V ampère. De belasting is capacitief bij een cosφ = 0,9.
Dat betekent dat de effectieve stroom I
eff = 0,9 . 130000 / V ampère.
De blinde stroom bedraagt dan I
X1blind = √(1-0,9
2) . 130000 / V = 0,436 . 130000 / V ampère.
Dan X
2.
Hier wordt 190 kW getrokken bij een cosφ van 0,6.
De opgenomen stroom is dus I
X2 = 190000 / (0,6 . V).
De blinde stroom bedaagt dan I
X2blind = √(1-0,6
2) . 190000 / (0,6 . V) = 0,8 . 190000 / (0,6 . V) ampère.
De blinde stroom bij X
1 is capacitief, de stroom bij X
2 is inductief, dus deze blinde stromen zijn 180º uit fase. Zij verminderen elkaar daardoor; het verschil tussen deze stromen vormt de totale blinde stroom. Deze stroom is inductief want de blinde stroom door X
2 is het grootst.
Deze stroom moet worden opgeheven door condensatorbatterijen. Zo te zien in jouw verhaal doen die 5 kVA.
De stroom per batterij bedraagt dan I
cap = 5000 / V ampère.
Nu is het dus een kwestie van tellen hoeveel batterijen er nodig zijn om deze stroom net niet helemaal op te heffen.
Hierbij valt V eruit en daarom is de waarde daarvan voor dit vraagstuk niet van belang.