De meest elementaire bedenking die men op deze manier van redeneren kan maken is dat men vraagt om een uitmiddeling over het ruimtelijk deel. Dit betekent dus al dat men een gelijktijdigheid definieert in het heelal, en daarmee naar een klasse van waarnemers kiest, wat de vraag an sich oninteressant maakt.
Een tweede opmerking is dat zelfs als je deze foliatie onderstelt, je in de problemen komt. Er zijn niet veel ruimten waarin je een centrum kunt definiëren. Zoals gone evil zegt kan dat in een niet-gekromde ruimte met randen. Echter, dat is niet het beeld dat men heeft van het heelal. Ofwel is het heelal gekromd (met als ruimtelijk deel van de Robertson-Walker metriek corresponderend met een 3-sfeer in een Euclidische ruimte, of met een hyperboloïde in een Minkowski-ruimte ), ofwel is het heelal vlak en oneindig uitgestrekt.
Misschien is deze opmerking iets technischer van aard. Voor een minder technisch uitleg moet men de minicursus van Rogier (
hier) bij de hand nemen (zolang men begrijpt dat het over een voorstelling gaat, niet over het correcte wetenschappelijk kader). Dit hangt samen met de vraag van qrnlk en de opmerking van Ind1go: het centrum van een sfeer(een voorbeeld van een gekromde ruimte) ligt niet op de sfeer zelf. Als men aan deze laatste vaststelling toevoegt dat de kromming van ons heelal beschreven wordt zonder inbedding in een hoger-dimensionale ruimte, dan begrijpt men dat er gewoon nergens in het heelal een centrum is van het heelal.
PS: De opmerking van qrnlk slaat terug op een vermoeden geopperd door Hawking. Hij is daar later op teruggekomen (hetzelfde verhaal als
hier).