Om te beginnen, objectivisme bestaat niet als een los principe dat iemand kan kiezen. Dit zou impliceren dat waarheid te herkennen is. Dat is niet het geval. De wetenschappelijke methode legt geen claim op absolute waarheid. Het maakt slechts een keuze voor het model van de werkelijkheid dat op enig moment het beste bij de feiten past. Voor waarheidsclaims moet je bij de wereldgodsdiensten zijn. De wetenschappelijke methode is open (iedere falsifiëerbare hypothese kan getoetst worden) en zonder a priori waarde-oordeel. Andersgezegd, objectiviteit bestaat niet in de mensenwereld, wetenschap erkent dat en heeft een methode ontwikkelt om verschillende modellen onderling te vergelijken door toetsing aan feiten en onderlinge competitie. Het beste model wordt gekozen. De keuze houdt geen absoluut waardeoordeel in. In feite komt de wetenschappelijke methode het dichtst bij 'objectiviteit' wat mensen tot nu toe hebben kunnen bedenken.
Zoals ik eerder stelde streef ik ernaar objectief te zijn, dus met wisselend succes. Jij omschrijft de wetenschappelijke praktijk op idealistisch wijze. Zo zou het inderdaad moeten zijn. Maar er zijn ook mensen als Stephen Jay Gould en Desmond Morris die luidruchtig hun eigen gelijk rondtoeteren. Ik zeg, kijk goed, en wees op je hoede met aannames die gebaseerd zijn op interpretatie van huidige processen en het beschikbare bestand aan fossielen. In hoeverre kun je de evolutietheorie sluitend krijgen als je nooit in staat zult zijn het veronderstelde mechanisme te reproduceren (toeval + mutatie + omgevingsfactoren + selectie + tijd).
Het is aan de pleitbezorgers van een alternatieve theorie om testbare uitspraken te doen aan de hand waarvan deze vermeende blinde vlekken getoetst kunnen worden. Creationisme weigert ten ene male dergelijke uitspraken te doen en plaatst zichzelf daarmee buiten de wetenschap.
Dit wordt vaak te berde gebracht om Intelligent Design te ridiculiseren. We moeten echter tot de constatering komen dat de evolutionisten evenzeer niets kunnen tonen dat evolutie bewijst. Een bekend voorbeeld is de zaadcel. De zweepstaart van een zaadcel wordt aangedreven door een ingenieus geconstrueerd motortje opgebouwd uit moleculen. Het is logisch te veronderstellen dat deze constructie niet goed, of helemaal niet werkt als een onderdeel niet aanwezig is of de configuratie afwijkt. Hoe zou de vorming van een goed functionerende zaadcel door mutatie kunnen zijn ontstaan als wij daarbij onthouden dat kant en klare 'oplossingen' per definitie onmogelijk zijn? Welk voordeel kunnen tussenstadia ooit hebben opgeleverd en onder welke omstandigheden? Bedenk voorts dat mutatie geen collectieve aangelegenheid is. Afgezien van de vorming van geschikte zaadcellen, is het van doorslaggevend belang ook het juiste 'instrumentarium' te bezitten waarmee overdracht kan plaatsvinden. Voor geslachtelijke voortplanting zijn twee partijen nodig. Een mutatie bij een vroege levensvorm die de aanzet vormde voor wat een penis moest worden zal niet automatisch hebben geresulteerd in vrouwelijke geslachtsorganen bij een ander exemplaar, of andersom.
Dit maakt het niet waarschijnlijker dat er inderdaad grootschalig blinde vlekken over het hoofd worden gezien. Het is apert onwaar dat wetenschappers per definitie ervan uitgaan dat de evolutietheorie waar is. Er ligt geen roem verborgen in het bevestigen van ideeën van anderen. Toch wordt er in menig onderzoek tijd, geld en energie gestoken in het toetsen van de werking van de evolutie.
Het laatste is zeker waar. Zonder veel resultaat.
Je spreekt jezelf hier tegen, selectie is het tegendeel van een kansproces.
Selectie is afhankelijk van omgevingsfactoren die veranderlijk zijn.
Die vooronderstelling wordt dan ook zeker niet gehuldigd. Dat design-element kan je zeker niet aan evolutie toeschrijven.
Ik neig naar het idee dat evolutie zoals gepropageerd door evolutionisten niet verantwoordelijk kan zijn voor de veelheid aan levensvormen op onze planeet.
Absolute kwetsbaarheid bestaat niet maar is omgevingsafhankelijk. Wat kwetsbaar is in de ene omgeving is onkwetsbaar of minder kwetsbaar in een andere. Veel diersoorten (o.a. parasieten) die alleen in grotten voorkomen zijn gedegenereerde vormen van soorten in een bovengrondse habitat.
Niet helemaal mee eens. Je kunt een salamander rustig bij de staart vatten. De salamander kan 'm missen. Er groeit toch wel weer een nieuwe staart aan. Complexere levensvormen hebben deze mogelijkheid niet (meer).
Mutaties kunnen voor- en nadelen opleveren. De mutaties die het organisme een evolutionair voordeel opleveren in een bepaalde leefomgeving, zullen beter in staat zijn tot het produceren van nageslacht. Met het afnemen van de kans op voortplanting door mutatie, neemt ook de kans op fossiele resten af.
Mutaties leveren grosso modo altijd nadelen op. Aanpassing aan de bestaande leefomgeving is de manier om te overleven. Dat heeft op zich niets met evolutie te maken. Een aap die door mutatie de mogelijkheid krijgt op twee benen te lopen is in een tropisch regenwoud in het nadeel. Op de open savanne is een aap daarentegen niet in het nadeel in vergelijking met een rechtopgaande aap. Met vier poten kun je sneller reageren en je hebt in nood altijd de mogelijkheid zonder moeite een afgelegen boom in te klimmen. Aanpassing is in kleinere dingen te vinden. Soms letterlijk als dieren dwerggroei gaan vertonen omdat hun leefgebied niet groot genoeg is. Variatie leidt tot soortenrijkdom, maar alles blijft tot een bepaalde klasse of familie behoren ook al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. De dodo blijkt bijvoorbeeld een duivensoort te zijn geweest.
Fujaro schreef:Je zegt hier dat de mens geen mogelijkheden heeft tot historische validatie( het we-waren-er-niet-bij principe). Echter in het volgende stukje maak je zelf van die aanname gebruik door te beweren dat een bepaalde gebeurtenis nooit is voorgekomen.
En hoe kan men verklaren dat de meest eenvoudige levensvormen, de prokaryoten, waaraan men de nooit eindigende werking van evolutie zo af zou moeten kunnen lezen, doordat generaties elkaar razensnel kunnen opvolgen, geen enkel teken van mutatie in de richting van eukaryoten vertonen?
Ik ga uit van de evolutietheorie die prokaryoten laat muteren tot eukaryoten, enz., enz. Deze 'drang' is tegenwoordig niet meer waarneembaar. Hoe valt dit te verklaren als evolutie per definitie een doorgaand proces is dat niet stopt zolang er sprake is van biologische activiteit.
De juiste vraag is de vraag die uit objectiviteit geboren wordt.