Quote
Waar ergens houdt het bestaan van materie tgv de oerknal dan op? Die totale materie moet dan toch een soort bol zijn met een duidelijk afgebakende grens en een middelpunt?
Het is inderdaad lastig voor te stellen. Wiskundigen hebben er niet zo veel moeite mee, maar er een beeld van voor ogen krijgen is nog een andere zaak. Wat Always hierboven schrijft klopt. Niets kan sneller dan het licht door de ruimte reizen, maar de relativiteitstheorie verbiedt niet dat de ruimte zelf sneller dan de lichtsnelheid expandeert. En dat betekent dus ook dat materie zich met een snelheid groter dan die van het licht van andere materie kan verwijderen. De materie reist immers niet door de ruimte, maar gaat mee met de expansie.
Stel eens dat er werkelijk een centrum is, van waaruit een explosie heeft plaats gevonden. In de oorsprong van de explosie bevindt zich dan nu geen materie meer, die heeft zich als een al maar groter wordende bolschil daarvan verwijderd. Ergens in die bolschil bevindt de Aarde zich dan. Maar dat zou je moeten kunnen zien, want dan zou de dichtheid van de materie afhankelijk zijn van de kijkrichting:

- Image3 1645 keer bekeken
Kijk je richting centrum, richting A dan zie je een hele afstand niets, en ver weg zie je de tegenoverliggende zijde van de schil zich snel van je verwijderen. Kijk je naar de buitenzijde richting B, dan is daar niets aanwezig want daar is nog geen materiaal aangekomen. En kijk je richting C dan zie je links dichtbij materiaal dat zich niet al te snel van je verwijdert en rechts en verderop niets. Dan zou je na zorgvuldige waarneming de oorsprong van de explosie kunnen bepalen. Ook indien de waarnemingshorizon kleiner is dan die bol (een voorbeeldhorizon is met een grijze cirkel weergegeven) moet het adhv waarnemingen duidelijk worden dat er grote verschillen moeten zijn naargelang de kijkrichting.
Dat is niet wat de waarnemingen ons leren. Welke kant we ook opkijken, overal zien we op zeer grote schaal een mooi gelijkmatige verdeling van materie, een isotroop heelal waarin de materie zich in alle richtingen van ons verwijdert en met een snelheid die evenredig is met de afstand. Die isotropie (de dichtheid van materie is waar en hoe ver we ook kijken hetzelfde) is een van de observationele bewijzen dat er geen centrum van het heelal kan zijn.
Een van de beste observationele bewijzen is, dat de oerknaltheorie voorspelde dat er kosmische achtergrondstraling van de overgebleven warmte van de oerknal zou moeten zijn. Veel later pas is deze straling inderdaad gevonden en ze blijkt overeenkomstig de theorie extreem gelijkmatig verdeeld over alle kijkrichtingen. De maximale temperatuurafwijking van deze 'nagloed van de oerknal' is slechts enkele tienduizendsten van een graad, ongeacht de kijkrichting.
De oerknaltheorie vereist een dergelijk 'kosmologisch principe' (
klik). En vooralsnog ondersteunen de waarnemingen de theorie in hoge mate. Er zijn wel wat twijfels, maar die zijn niet doorslaggevend, lees daarvoor het topic van de link.