=zweistein=- schreef:De waarschijnlijkheid dat een proteïne door toeval gevormd is, is gelijk aan nul
Er is een drietal basisvoorwaarden voor de vorming van een bruikbaar proteïne:
Eerste voorwaarde: dat alle aminozuren in het proteïne van de goede soort zijn en in de goede volgorde liggen.
Tweede voorwaarde: dat alle aminozuren in de keten linksdraaiend zijn.
Derde voorwaarde: dat al deze aminozuren met elkaar door middel van een chemische verbinding, die de peptidenverbinding heet, verbonden zijn.
Om een proteïne door toeval te laten vormen moeten al deze drie basisvoorwaarden tegelijkertijd aanwezig zijn. De waarschijnlijkheid van de vorming van een proteïne door toeval is even groot als de vermenigvuldiging van de waarschijnlijkheden van de verwezenlijking van ieder van de drie voorwaarden.
Volgens mij gebruik je de kansberekening niet op een goede manier. Ik vermoed dat je, jouw redenering volgend, ook het bestaan van sneeuwvlokken moet betwijfelen. De kans dat juist die watermoleculen toevallig een combinatie aangaan, die tot dat ene gewenste vlokje leidt, is inderdaad ontstellend klein. Nog steeds niet nul, overigens. Een product is alleen maar nul, als minstens één van de factoren nul is.
Als je mijn redeneringen door leest, dan zie je ook nergens de bewering dat proteïne in één keer is gevormd uit een grote hoeveelheid aminozuren. In tegendeel, mijn bewering is steeds geweest dat ingewikkelder molecuulstructuren zich in de loop van de tijd zouden hebben kunnen vormen uit ontmoetingen van eenvoudiger moleculen. En de kans op dergelijke processen is niet zo klein als de kans waar jij op doelt.
Maar je hoeft bij de kansberekening niet alleen uit te gaan van een toevallige keuze, zoals bij het dobbelstenen gooien. Er zijn bij de ontmoetingen tussen moleculen wisselwerkingen, die bepaalde verbindingen wel tot stand laten komen en andere niet, of met een minder grote waarschijnlijkheid. Deze wisselwerking leidt tot een grotere hoeveelheid van de een soort combinatie dan van een andere.
Interessant is het om te onderzoeken of aminozuren het vermogen hebben om spontane verbindingen aan te gaan, dankzij dit soort wisselwerking, die kunnen leiden tot een proteïne.
Ik ben niet deskundig op dit gebied. Het ligt op de weg van biochemici om hierop te reageren, maar we dwalen dan wel af van het eigenlijke onderwerp "Entropie en Evolutie"