Dat betekent dat er dan een tegenstelling ontstaat; Aarde<=>God. Deze tegenstelling is weer onder te brengen in een groter geheel. Blijkbaar wordt God dan dus een onderdeel van een groter geheel en dat kan nooit want God is de eerste veroorzaker.
Je hebt een interessante visie. Eerlijk gezegd geloof ik er persoonlijk niet zo in. Je weergave van de logica, en dan vooral de rol van God als Eerste Veroorzaker in relatie tot een tegenstelling, heeft me wel weer eens laten nadenken over de status van het Godbewijs van de eerste oorzaak (het kosmologische godsbewijs).
Voorzover bekend is dit type godsbewijs als eerste gelanceerd door Aristoteles en Plato. Ook is dit één van de vijf godsbewijzen die Thomas van Aquino heeft geformuleerd.
Kortweg geformuleerd komt het hier op neer:
- alles dat bestaat heeft een oorzaak;
- het universum bestaat en heeft een begin;
- het universum bestaat en moet dus een oorzaak hebben;
- de oorzaak van het universum is God.
Bekende bezwaren tegen dit godsbewijs zijn:
- de redenering God ontslaat van het wezen van de redenering, hetgeen inconsistent is (het bestaan van God zou namelijk geen oorzaak nodig hebben);
- protonen en elektroden ontstaan soms spontaan en onvoorspelbaar, zij lijken dus geen externe oorzaak nodig te hebben;
- het begrip oorzaak veronderstelt tijd, de Big Bang theorie zegt dat tijd ontstaan is bij de BB, er is dus geen
tijd geweest dat er niets was;
- sommige natuurkundigen suggereren dat er een oneindige cyclus is van Big Bangs en Big Crunches, in een oneindige (of cyclische) tijd is er geen sprake een eerste oorzaak;
- en wanneer er wel een eerste oorzaak zou zijn, wil dit niet zeggen dat deze oorzaak goddelijk is.
Ik ben van mening dat bovenstaande bezwaren al voldoende grond is om terughoudend te zijn in het accepteren van God als eerste oorzaak, mocht deze noodzakelijk zijn. Toch wil ik dit godsbewijs vanuit een andere invalshoek benaderen. In Atheism
the case against God gaat Smith in op het begrip oorzaak. Op zichzelf bestaat oorzaak niet, oorzaak veronderstelt bestaan.
Bestaan is de basis van oorzaak. Stel ik schiet op een biljart met een witte bal een rode bal in een pocket. De impact van de witte met de rode bal, in wisselwerking met: zwaartekracht, wrijving, en nog zo wat van die dingen, zorgt voor een resultaat. Zonder witte bal ontstaat er geen resultaat: zonder bestaan is er geen oorzaak.
(Existence not God is the First Cause.)
Volgens mij moeten we ook vaststellen dat causaliteit (ik ga er even vanuit dat dit bestaat (zo niet, dan kan Eerste Oorzaak niet als Godsbewijs gelden)) zijn aangrijpingspunt vindt in materie. Wanneer element A het gedrag van element B kan beïnvloeden moet element A een eigenschap hebben wat in een reëel effect sorteert in een eigenschap van element B. Wanneer element A geen enkele eigenschap heeft dat kan leiden tot de verandering van een eigenschap van element B kunnen we stellen dat A geen directe, causale invloed kan hebben op B.
Materie belichaamt causaliteit.
De realiteit bestaat, naar mijn idee, uit een consistent geheel van levende en levenloze lichamen die onderworpen zijn aan regels die hun interactie bepalen. In de realiteit zijn geen elementen aan te treffen die strijdig met elkaar zijn. Hoe woest en grillig de natuur soms ook moge verlopen er is nooit sprake van logische tegenstrijdigheden. Wanneer deze worden aangetroffen is de enige juiste conclusie dat de geldende theorieën moeten worden bijgesteld.
Binnen het domein van de realiteit moeten naar mijn idee tenminste de volgende elementen een rol spelen: de verschillende elementen die men aantreft in de realiteit, hun individuele eigenschappen, en de causaliteit die tussen deze elementen kan optreden.
Naar mijn idee zijn er slechts twee basisideeën mogelijk ten aanzien van de realiteit en een eventuele schepper:
1) God was er tegelijkertijd met de realiteit.
Op enig moment was God er tegelijkertijd met enige basismaterie. God is verder gegaan met scheppen en dat heeft tot dit alles geleid. Dit roept meteen de vraag op of God zelf geschapen is en door wie. Daarbij: deze God is dan niet de Eerste Oorzaak. In feite heeft optie 1) geen zelfstandige inhoud, de enige zinvolle optie is 2)
2) God heeft de realiteit geschapen.
Er was kennelijk een moment dat
alleen God er was, de realiteit bestond nog niet voordat die geschapen werd.
Wat zegt deze notie van God? God bestaat kennelijk uit een andere substantie dan materie, hoeft zich niet houden aan causaliteit en bevind zich buiten de tijd. Wat is deze God? Is het een persoon? Heeft het een wil, kent het doelen? Deze vragen zijn niet alleen
niet te beantwoorden, ze kunnen niet
gesteld worden. Een persoon, een wil, een doel zijn begrippen uit
onze realiteit, en zijn in het geval van deze volledig transcendente God
betekenisloos.
Een korte definitie van de menselijke wil: de wens om door A te doen B te bereiken. Dit begrip verliest
alle inhoud wanneer men
abstraheert van de realiteit. In afwezigheid van realiteit bestaat materie niet, zijn er geen elementen met eigenschappen, causaliteit heeft geen aangrijpingspunt zoals wij die kennen, de huidige situatie kan niet worden waargenomen (er is immers Niets), er is geen reële actor die zich een beeld kan vormen van een gewenste situatie, er kan geen
concept bestaan van causaliteit tussen A en B, er is geen voor en geen na, geen achtergrond waartegen een handeling
betekenis krijgt. Het menselijke begrip wil kan alleen geconstrueerd zijn uit reeele elementen en kunnen derhalve niet gebruikt als beschrijving van een transcendente wil.
Bekijk bijvoorbeeld het begrip bestaan zoals de mens het gebruikt in stellingen zoals rode wijn/Piet/de Donau of x bestaat. Bestaan verwijst alleen naar de realiteit, het heeft alleen betekenis in een groter geheel (bestaat in het nu of bestond ooit vroeger, kan waargenomen worden, is groter dan, ouder dan, mooier dan, enz.), of beter: het begrip bestaan is geïnduceerd uit de realiteit.
Het begrip bestaan kan in zijn normale betekenis geen betrekking hebben op God.
In mijn ogen is het argument van Eerste Oorzaak geen bewijs voor het bestaan van God, mocht het argument toch aanvaard worden, dan leidt dit tot agnosticisme in de meest volledige betekenis van het woord.