Puzzel Puzzels
EvilBro
Artikelen: 0
Berichten: 7.221
Lid geworden op: vr 30 dec 2005, 09:45

Re: Eerste mens

Tut, tut, tut. Ik ben nog niet eens begonnen,
Oh, je bent wel degelijk begonnen. Het heeft alleen helemaal niks met het beargumenteren van een wetenschappelijke positie te maken. Er is enkel sprake van retoriek. Vandaar nu dan ook het verzoek om zo spoedig mogelijk over te gaan op daadwerkelijke onderbouwing van de ideeen die je presenteert.

ads

Steun Sciencetalk Sony PS5 DualSense Draadloze Controller - Midnight Black

Sony PS5 DualSense Draadloze Controller - Midnight Black

Bekijk product

Steun Sciencetalk Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Canon SELPHY QX20 - Mobiele Fotoprinter - Draadloos - Terracotta Rood

Bekijk product

Steun Sciencetalk bol cadeaukaart - 5 euro - Bedankt!

bol cadeaukaart - 5 euro - Bedankt!

Bekijk product

Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

Oh, je bent wel degelijk begonnen. Het heeft alleen helemaal niks met het beargumenteren van een wetenschappelijke positie te maken. Er is enkel sprake van retoriek. Vandaar nu dan ook het verzoek om zo spoedig mogelijk over te gaan op daadwerkelijke onderbouwing van de ideeen die je presenteert.
Ik ben nog niet begonnen aan te geven hoe onze evolutie dan wel is verlopen. Ik heb alleen een aantal bezwaren tegen de gangbare opvatting naar voren gebracht en dat daarbij bij sommigen de nekharen steil overeind beginnen te staan had ik wel verwacht en is gezien die 'ingebakken' OOA-theorie ook wel te begrijpen.

Ik kan de juiste plek aangeven waar wij ontstaan zijn. Ik kan jullie aantonen dat het milieu van die plek de voorwaarden kon bezitten en ook werkelijk bezat, die alle specifieke eigenschappen zou voortbrengen die de mens van alle andere diersoorten onderscheiden. De juiste lokatie zullen jullie snel genoeg te weten komen. Hou daarbij in gedachten, dat de Homo sapiens een heel vreemde en ongebruikelijke soort is. Het is daarom duidelijk dat het milieu, dat nodig is om zo'n vreemde soort te produceren, ook vrij ongebruikelijk zal zijn. Daarmee bedoel ik niet dat het milieu dat ons heeft voortgebracht niet strikt natuurlijk was; dat was het namelijk wel. Maar om mijn visie te verdedigen lijkt het mij zinvol om eerst die bezwaren tegen de OOA te behandelen, anders zou het jullie wel eens moeilijk kunnen vallen onze geboorteplaats als zodanig te accepteren.

Ook zal het jullie duidelijk zijn, dat ik vele miljoenen jaren menselijke evolutie niet zomaar in een paar zinnen kan weergeven. Excuus dus voor de misschien wat lange lappen tekst, maar ik zal mijn visie daarom in delen posten en beloof ik jullie niet lastig te vallen met gecompliceerde of ingewikkelde termen.

Aangezien onze verre voorouders dieren waren, is het misschien wel zo toepasselijk om te beginnen met de methoden, die gebruikt worden om de evolutie van dieren te achterhalen. Bijvoorbeeld de evolutie van het paard. In sommige musea kun je daarvan series beenderen tentoongesteld zien, met de beenderen van moderne paarden aan de ene kant en aan de andere kant de beenderen van een viertenig schepsel ter grootte van een vos, dat wij Eohippus (oerpaard) noemen. Met alleen de serie beenderen aan beide uiteinden van de reeks zouden we niet met zekerheid kunnen zeggen dat Eohippus de voorouder was van onze moderne paarden. Maar we hebben de beenderen van alle tussenliggende stadia, die de hele evolutieketen vertegenwoordigen zonder enige 'missing link'. Daarom is er geen twijfel dat Eohippus de voorouder was van het moderne paard.

Die series beenderen lijken duidelijk en eenvoudig. Dat zijn ze ook, maar dat is niet altijd zo geweest. De paleontologen hadden wat problemen met het samenstellen van de eerste serie beenderen.

Ze ondervonden dezelfde soort problemen die de paleoantropologen nu hebben bij het samenstellen van een serie beenderen om het verloop van onze evolutie aan te tonen. Laten we dan maar naar die moeilijkheden kijken.

Eohippus leefde in Noord-Amerika. Een aantal van zijn afstammelingen ging naar Azië. De afstammelingen die in Amerika bleven, stierven uit. In het begin werd geloofd, dat paarden zich in ons continent ontwikkeld hebben. Het voorgeslacht van paarden werd gevolgd tot in Azië. Daarna leek het, op grond van alleen fossiele bewijzen, alsof er opeens paarden in Azië verschenen zonder daar voorouders te hebben gehad. Dit 'feit' bracht een aantal wilde theorieën in de wereld, waaronder bovennatuurlijke.

Maar paarden kwamen van Amerika naar Azië op een heel logische manier. Ze liepen. Tegenwoordig kun je die route niet lopen, maar dat zou je wel hebben gekund in een aantal verschillende tijdvakken in het verleden. De Beringzee is niet zo diep. Tijdens de ijstijden passeerden dieren de landbrug in beide richtingen. Paarden en kamelen gingen naar het westen. Mensen en mastodonten gingen naar het oosten.

De paarden die in Noord-Amerika achterbleven, en ook de kamelen en een aantal andere vrij grote dieren, verdwenen plotseling ongeveer achtduizend jaar geleden. Waarom? Die soorten werden door de jacht uitgeroeid. De Indianen waren toentertijd behoorlijk goede jagers. Maar ze waren tegelijkertijd tot hun eigen nadeel te instinctief en te intelligent. De hele natuur functioneert als een soort kapitalistisch systeem. Ieder levend wezen streeft ernaar om met zo min mogelijk moeite zo veel mogelijk voordeel binnen te halen. Het prooidier dat de voorkeur heeft van elke jager, of dat nu een dier is of de mens, is het grootste prooidier dat zonder al te veel moeite of gevaar gedood kan worden. De Indianen uit die tijd verkregen het meeste vlees met de minste inspanning door hele kudden in hun vlucht over de rand van een kloof te drijven. Deze jachtmethoden reduceerden de dierpopulaties zeer snel. De vroege Indianen waren geen natuurbeschermers. Maar dat waren andere mensen of oermensen ook niet.

De komst van elk nieuw type Homo, in wat voor milieu dan ook, gaat altijd gepaard met het uitsterven van verscheidene inheemse diersoorten, gewoonlijk de vrij grote diersoorten, die veilig gedood kunnen worden. Denk niet dat de mens hierin enig in zijn soort is. Alle roofdieren doden veel meer dan ze op kunnen eten, maar alleen wanneer het doden niet te lastig is, want het doden is meestal zwaar werk. Maar wanneer het doden gemakkelijk gaat, dan doden de rovers voor hun plezier. Een vos of een wezel kan dan in z'n eentje een hele troep kippen uitroeien. Eén leeuw kan dan wel vijftig of meer schapen in één nacht doden. Het ligt in de aard van elk levend wezen om plezier te hebben in die dingen, die hij moet doen om te kunnen overleven.

Wij hebben veel te weinig overblijfselen van onze voorouders gevonden om een serie te kunnen vormen die de evolutie van onze soort weergeeft, zoals we dat bij de paarden kunnen doen. Bovendien zijn de overblijfselen niet zo betrouwbaar, als we meer dan een paar miljoen jaar in de tijd teruggaan. Er zijn niet slechts een paar ontbrekende schakels; hele delen van de keten zijn afwezig. Toch wijzen de overblijfselen die we dan wel hebben, terug in de tijd naar een volstrekt aapachtig wezen, dat twintig miljoen jaar geleden in Afrika leefde.

Laten we nog weer eens in die tijdmachine stappen die ons naar het Afrika van twintig miljoen jaar geleden kan brengen. Technisch gesproken zouden we er geen chimpansees kunnen zien. Maar we zouden er wezens zien, waarvan wij zouden denken dat het chimpansees waren. Dit waren de voorouders van onze moderne chimpansees. Wij noemen hen Proconsul. Er zijn geen 'missing links' tussen chimpansees en Proconsul; de verschillen zijn te klein.

Als we bij Proconsul beginnen en van daar af proberen in onze stamboom af te dalen, dan lopen we direkt vast. Ten eerste is er een kloof van twee a' drie miljoen jaar. Dan komt er een wezen dat Ramapithecus genoemd wordt. We weten niet veel over Proconsul of Ramapithecus. Maar genoeg om te weten dat als Ramapithecus afstamt van Proconsul, er verscheidene 'missing links' tussen hen in zijn. De resten van Ramapithecus zijn gevonden in Frankrijk, India, China en Afrika. In al die gevallen lijkt het erop dat Ramapithecus, net als de paarden in Azië, opeens verschenen is zonder directe voorouders te hebben.

Aangezien we vastlopen wanneer we proberen vanaf Proconsul in onze richting te gaan, kunnen we beter terugkeren naar onze tocht naar het Afrika van twintig miljoen jaar geleden. We zouden inderdaad weinig moeite gehad hebben om de voorouders van onze moderne Afrikaanse dieren te herkennen. Maar wij zouden een aantal dieren gezien hebben dat ons voor raadsels gesteld zou hebben, want er zijn tussen toen en nu vrij veel soorten uitgestorven. Ongeveer twee miljoen jaar geleden zijn er bij voorbeeld verscheidene Afrikaanse soorten nogal plotseling uitgestorven. Hieronder bevonden zich een soort reuze-varken, een reuze-schaap dat zo groot was als onze huidige koe, en een aantal andere soorten. Het waren allemaal grote dieren. De wetenschapsmensen zijn niet in staat een verklaring te geven voor het natuurlijke proces dat grote dieren uitroeide en kleine dieren spaarde, behalve dan dat de meesten denken dat de komst van Homo habilis (de handige mens), een vroeg menstype, op ongeveer datzelfde moment meer was dan alleen toeval.

Er ontbreken veel schakels tussen Proconsul en ons. Maar onder bepaalde omstandigheden mogen ontbrekende schakels overgeslagen worden.

Een sterke aanwijzing dat Proconsul zowel van ons als van de chimpansee de voorouder is, zijn onze luizen. Zoals alle dieren, hebben ook de luizen een ontwikkeling doorgemaakt om beter aangepast te worden aan het leven in hun milieu. Maar de luizen hebben een tol moeten betalen voor hun evolutie. Lang geleden hebben de luizen hun aanpassing aan hun milieu zo ver doorgevoerd dat ze niet meer in een ander milieu kunnen leven. Bovendien hebben de luizen, aangezien hun gastheren zich ook ontwikkelden, een gezamenlijke evolutie met hun gastheren doorgemaakt. Wij kunnen onze luizen ruilen met die van de chimpansee. Maar we kunnen met geen enkel ander dier van luizen ruilen, zelfs niet met ons neefje, de gorilla.

Chimpansees stammen af van Proconsul. Chimpansees erfden hun luizen van Proconsul. Maar van wie anders dan Proconsul zouden wij onze luizen hebben kunnen geërfd?

Laten we eens overstappen op gegevens uit een ander gebied. Onze prehistorie is ook het verhaal van onze evolutie. Evolutie kan in verschillende richtingen werken. Een bepaald kenmerk kan groter of kleiner worden, of verdwijnen, dat hangt af van de omstandigheden. De enige voorwaarde is dat de verandering werkt in de richting van een efficiëntere overleving. Als een verandering in het milieu een bepaalde eigenschap alleen maar nutteloos maakt, zal deze eigenschap niet verdwijnen.

Dit is een wet van de evolutie. De 'wet van Dollo' om precies te zijn. Hoewel we Dollo kunnen plaatsen in die lange rij Franse wetenschappers die het evolutieproces totaal verkeerd hebben begrepen, had hij op dit punt gelijk. De wet van Dollo wordt soms samengevat als 'evolutie is onomkeerbaar' of als 'evolutie is eenrichtingsverkeer'. Maar zelfs als de evolutie eenrichtingsverkeer is, dan kan het toch wel scherpe bochten nemen, die misschien lijken op teruggang, maar dat niet zijn.

Het moet duidelijk zijn dat het een verandering in het milieu is, die een verandering in de soort teweegbrengt. Nadat een soort zich aangepast heeft aan zijn milieu is een verdergaande evolutie in het algemeen een langzaam proces. In het in principe onveranderlijke milieu van de oceanen vinden wij de oudste soorten, zoals haaien en zeeschildpadden.

Gewoonlijk kost evolutie erg veel tijd. Onze neefjes, de chimpansees, deden er twintig miljoen jaar over om slechts een klein beetje verder te evolueren dan Proconsul. Deskundigen op het gebied van evolutie bij dieren vertellen ons dat in een normale omgeving er minimaal zo'n zes miljoen jaar voor nodig zijn om in een nieuwe soort te evolueren, maar in het algemeen duurt het langer.

Een 'normale' omgeving betekent precies wat het lijkt te betekenen. Als een soort in een in principe onveranderlijk milieu ter grootte van een continent leeft, dan leeft het in een normaal milieu, en dan gaat de bovengenoemde minimumperiode op. Dit gaat op onafhankelijk van de grootte van de individuen, en is evengoed van toepassing op olifanten als op muggen. En natuurlijk ook op luizen.

Er bestaat geen verschil van mening over het feit dat er ongeveer twintig schakels zitten in de evolutieketen tussen Proconsul en ons. Als echter onze soort in een normale omgeving was geëvolueerd, dan was er slechts tijd geweest voor drie.

Paleoantropologen slaan geen acht op dit feit.

Gezien de manier waarop de evolutie werkt, zou het een fysieke onmogelijkheid voor onze soort geweest zijn zo ver te evolueren, indien onze rechtstreekse voorouders in een normaal milieu geleefd zouden hebben. Dit zou een onbetwistbaar feit moeten zijn, en juist de weigering dit feit te accepteren is verantwoordelijk voor de grenzeloze verwarring omtrent onze prehistorie. Toch is het een welbekend gegeven, dat er een vrij groot aantal tamelijk bijzondere milieus bestaat, waar een snelle evolutie kan plaatsvinden.

Laat ik eens een eind vooruitlopen. De werkelijke plek, waar onze soort voorkwam in de tijd dat onze voorouders zich snel van onze neefjes, de apen, verwijderden in de evolutie, is een tijd geleden ontdekt en herontdekt. De ontdekkingen werden ook door wetenschapsmensen gedaan. Er bestaan echter veel takken van wetenschap. De geleerden die onze geboorteplaats ontdekten, waren er niet naar op zoek. Toen ze haar vonden, hebben ze hun ontdekkingen in technische tijdschriften en in de populaire pers gepubliceerd. Maar ze zagen niet wat hun ontdekking eigenlijk inhield. Nou ja, waarom zouden ze ook? Je moet verscheidene stukjes kennis uit verschillende gebieden combineren om dit te kunnen herkennen. Het is zoiets als het probleem van de paardebeenderen in Azië. Het antwoord op de vraag hoe de paarden in Azië terechtkwamen, vereist enige kennis van de geologische geschiedenis van de wereld, die in eerste instantie niet bij paleontologen bekend was.

Voordat we het specifieke geografische gebied lokaliseren waar onze voorouders leefden, toen zij zich ontwikkelden van aap tot mens, moeten wij die plaats herkennen wanneer we er komen. Daarom is het zinvol om eerst alle gegevens te verzamelen, die tegenwoordig bekend zijn omtrent plaatsen die in het algemeen snelle evolutie veroorzaken, en speciaal omtrent een plaats die ons zou kunnen produceren. Gelukkig is het meeste werk hiervoor al gedaan. Door een erkend autoriteit op het gebied van evolutie, namelijk Charles Darwin.

Vervolg z.s.m.
Wat niet kan bestaat niet.
Scispace Scispace

Scispace is dé ai voor wetenschappers en onderzoekers. Ga naar SciSpace en profiteer van één van de beste ai's.

Scispace

Gebruikersavatar
pellong
Artikelen: 0
Berichten: 13
Lid geworden op: di 09 aug 2005, 15:52

Re: Eerste mens

Voor snelle evolutie is een geïsoleerd milieu nodig en dat was er in ieder geval niet in Afrika.
Het klopt inderdaad, genetisch gezien, dat binnen een geïsoleerde populatie een "positieve mutatie" het meeste kans maakt om zich snel binnen deze populatie te verspreiden. Genetische veranderingen zijn immers ontegensprekelijk (en nog steeds) de motor achter de evolutie. Het best aangepaste individu binnen zijn soort heeft immers de grootste kans om te overleven en daardoor zijn (gewijzigde) genen door te geven aan de volgende generatie. Groot probleem is volgens mij onderandere dat we niet weten hoeveel 'kleine' genetische veranderingen er nodig waren om te komen tot "de mensen" die we nu zijn. Hoeveel verschillende soorten en ondersoorten ontstonden tussendoor? Hadden deze (verwante) soorten onderling ook nakomelingen? Hoe groter de diversiteit in het genoom, hoe groter immers de kans op overleven. Hebben we alle nodige fossielen al gevonden om juiste conclussies te trekken? Zijn deze fossielen goed geinterpreteerd? enz enz. We kunnen misschien denken dat we voldoende info hebben om juiste conclussies te trekken, maar is dat werkelijk zo? Het is niet de eerste keer dat nieuwe ontdekkingen een totaal ander licht werpen op de evolutie.

Zoals de zaken en kennis er nu voorstaan beschikt men op genetisch vlak inderdaad over veel aanwijzigingen die ons laten veronderstellen dat onze wieg ergens in Afrika stond. Maar dat mag ons echter zeker niet weerhouden om daar ook kritisch tegenaan te kijken want bedenk, wat verder denken als wat men ons voorhoud en als "waarheid" beschouwd heeft er destijds voor gezorgd dat Charles Darwin met zijn evolutietheorie naar voor kwam.
EvilBro
Artikelen: 0
Berichten: 7.221
Lid geworden op: vr 30 dec 2005, 09:45

Re: Eerste mens

Maar om mijn visie te verdedigen lijkt het mij zinvol om eerst die bezwaren tegen de OOA te behandelen
Dit is onzin. Het onwaar zijn van OOA is op geen enkele manier een onderbouwing voor een andere theorie. Dit is een drogreden.
Eohippus leefde in Noord-Amerika.
Hyracotherium (de wetenschappelijke naam van Eohippus) heeft zijn naam te danken aan Richard Owen die het eerste fossiel benoemde. Hij vond dit fossiel in Engeland. Hyracotherium kwam namelijk voor in Europa, Azie en Noord-Amerika. Waarom je uberhaupt hier wilt beginnen is mij trouwens een raadsel. Je had dus veel beter kunnen beginnen bij Plesippus die daadwerkelijk vanuit Noord-Amerika via de Beringstraat naar Azie ging. Een Plesippus fossiel lijkt op deze manier (zonder kennis van fossielen in Noord-Amerika) uit het niets te ontstaan.

Je enige punt hierbij lijkt te zijn dat dit verschijnsel tot wilde theorieen leidde (bronnen?). Dit doe je om een parallel te leggen tussen OOA en wat je zegt dat hier gebeurde. Dit is echter wederom een drogreden.
De paarden die in Noord-Amerika achterbleven, en ook de kamelen en een aantal andere vrij grote dieren, verdwenen plotseling ongeveer achtduizend jaar geleden. Waarom? Die soorten werden door de jacht uitgeroeid.
Dit is de zogenaamde overkill theorie. De stelligheid waarmee je deze stelling doet (zonder verdere onderbouwing trouwens) is mijn inziens onterecht. De 'overkill theorie' is slechts een mogelijke verklaring voor enkele aspecten van wat er toen gebeurde. Hij verklaart niet het hele plaatje.

Ter zijde: 8000 jaar is te recent. Pakweg 11000 jaar komt dichter in de buurt.
Er zijn geen 'missing links' tussen chimpansees en Proconsul; de verschillen zijn te klein.

Als we bij Proconsul beginnen en van daar af proberen in onze stamboom af te dalen, dan lopen we direkt vast.
Dat is op zijn zachts gezegd opmerkelijk. De meest recente gezamelijke voorouder van zowel chimpanzees als mensen wordt op pakweg 6 miljoen jaar geleden geplaatst. Dat is ver na Proconsul. Als we bij mensen dus meteen vastlopen dan doen we dat bij chimpanzees ook.
Dan komt er een wezen dat Ramapithecus genoemd wordt.
Ramapithecus is echter geen voorouder van mensen.
Ongeveer twee miljoen jaar geleden zijn er bij voorbeeld verscheidene Afrikaanse soorten nogal plotseling uitgestorven.
Dit is wederom een drogreden (of in ieder geval de opzet naar een). Je doet alsof als er een plotselinge uitsterving is er dus een soort overkill-scenario aan de gang moet zijn.
Wij kunnen onze luizen ruilen met die van de chimpansee. Maar we kunnen met geen enkel ander dier van luizen ruilen, zelfs niet met ons neefje, de gorilla.
Bron?
Er bestaat geen verschil van mening over het feit dat er ongeveer twintig schakels zitten in de evolutieketen tussen Proconsul en ons.
Bron?
Als echter onze soort in een normale omgeving was geëvolueerd, dan was er slechts tijd geweest voor drie.
Bron?
Door een erkend autoriteit op het gebied van evolutie, namelijk Charles Darwin.
Drogreden. Daarbij komt dat de wetenschap sinds Charles Darwin behoorlijk veel verder is op het gebied van evolutie. Waarom zou je 200 jaar terug in de tijd gaan?

Al met al ben ik weinig onder de indruk van post. Mijn vraag om onderbouwing zie ik dan ook niet beantwoord. Get to the point, geef onderbouwing en niet zo'n promopraatje als tot nu toe.
diedhert
Artikelen: 0
Berichten: 32
Lid geworden op: do 13 jan 2005, 18:45

Re: Eerste mens

voor veel specifieke menselijke kenmerken heeft die theorie geen verklaring.
Geef er eens een paar, graag.
Voor snelle evolutie is een geïsoleerd milieu nodig en dat was er in ieder geval niet in Afrika.
Blijkbaar heb je het boek niet gelezen, want het blijkt dat Afrika niet altijd geweest is zoals het nu geweest is.

Bepaalde delen van Afrika waren veel natter (ondergelopen), zo kunnen groepen individuen volslagen afgesneden worden van de rest van de populatie, en als ik mij niet vergis, is dat isolatie. Dat is paleontologisch/geologisch aangetonnd. Hoe kun je nu - als je de theorie zou hebben gelezen- gewoon beweren dat in Afrika geen geïsoleerde milieu's waren???
Lopen in water op twee benen is juist erg lastig.
Inderdaad. Maar ook dit bewijst dat je de theorie niet volledig hebt gelezen, of met een ongelofelijke vooringenomendheid hebt gelezen waarbij je er gewoon van uitgaat dat alles fout is.

Lopen op twee benen mag dan wel lastig zijn, lopen op vier poten hou je niet veel langer dan 3 minuten vol (want dan ga je dood, vermits je kop onder water zit)

Bovendien ben ik het niet met je eens. Ik heb dertien jaar aan zee geleefd, en ik waad nog dikwijls door zee. Echt lastig is dat totaal niet. Je gaat wel trager vooruit, maar traag en lastig zijn twee verschillende zaken.

Zwemmen mag sneller gaan (en met het hoofd boven water), ook dit houden we minder lang vol.

Bovendien, in je het boek had gelezen, is lopen op twee benen voor een quadrupedaal dier inderdaad bijzonder lastig, omdat hij er anatomisch niet naar is gebouwd. En geen enkel dier zal honderdduizend jaar lang de nadelen op zich nemen, in het vooruitzicht dat zijn soort naar een perfecte bipedale locomatie zal evolueren. Maar in het water vallen een deel van de nadelen (van bipedalie voor een quadrupedaal dier) voor een groot deel weg (maar daarvoor moet je de theorie hebben gelezen).
Er bestaat geen verschil van mening over het feit dat er ongeveer twintig schakels zitten in de evolutieketen tussen Proconsul en ons. Als echter onze soort in een normale omgeving was geëvolueerd, dan was er slechts tijd geweest voor drie.
Mooi, staat allemaal netjes in de Aquatic Ape Theory. Niet letterlijk, maar het komt op hetzelfde neer.
Geplaatst 1 May 2008, 20:04
Een ongeloofelijk lange mail, waarbij niets nieuws werd verteld. Behalve misschien dat er niet veel fossielen gevonden zijn tussen Proconsul enerzijds en de eerste mensachtigen anderzijds. Soit, sowieso ga je geen honderdduizend fossielen vinden, en zoals iemand reeds aanhaalde, zijn er wel degelijk fossielen gekend tussen Proconsul en de eerste mensachtigen van Australopithecus. Ramapithecus komt echter niet in aanmerking als voorouder van de mensen.
Met vriendelijke groeten,



Diederik D'Hert
Gebruikersavatar
E.Desart
Artikelen: 0
Berichten: 2.390
Lid geworden op: wo 10 okt 2007, 14:47

Re: Eerste mens

Gisteren zag ik een wetenschappelijk programma op de BBC (of was het national geographics?)

Zij vergeleken apen en mensen in functie van korte termijngeheugen (blijkt beter voor chimpansees) en behandelden een paar milestones waar aapachtigen en mensachtigen uit elkaar groeiden (evolueerden).

1) Ca 2.4 miljoen jaar geleden verzwakte (door welke mutatie(s) kan ik me niet herinneren) de kaakspieren van de latere mensachtigen, wat samenhing met aanpassing van de schedelvorm, wat op zijn beurt vergroting van de schedelholte en hersenen toeliet. (onderzocht ergens in Florida). De noodzaak om deze hersenen te gebruiken ging gepaard met verzwakking van deze kaakspieren (aanval, verdediging).

2) Als belangrijkste milestone haalde zij echter een mutatie van het FOXP2 gen aan dat zij dateerden op ca 250.000 tot 300.000 jaar terug (onderzocht en gedateerd ergens via Engels onderzoek).

Deze mutatie zorgde voor de souplesse van, en controle over kaakspieren, tong, mond, enz. en liet de mogelijkheid tot het onstaan van complexere taal en spraak.

De reden dat men dit onderzocht is een bepaalde familie waar meerdere (of was het alle?) leden dit gen ontbreken wat resulteert in een zeer moeilijke spraakcapaciteit, en men een relatie tussen dit gen en het evolitief onstaan van spraak bij de mens onderzocht.

Het ontstaan van spraak kon dan leiden tot samenwerkingsverbanden op een manier die abstracter en minder direct eigengericht is dan wat men van de huidige aapachtigen (en andere dieren) kan zien.

Het programma was begeleid door experimenteel onderzoek van diverse researchers.

Men sprak over de mutatie van dit gen (dat dominant alle andere verdreef) als ontstaan in Africa, en als een belangrijke stap in het bestaan van de huidige mens.

PS: 8-) Ouder worden doet mijn geheugen geen goed ...... Dus niet schieten als een paar details niet juist overgebracht zijn.
Eric
Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

Dit is onzin. Het onwaar zijn van OOA is op geen enkele manier een onderbouwing voor een andere theorie. Dit is een drogreden.
Om er een frisse kijk op te krijgen is het goed om een keer die dogmatische poten onder de OOA-theorie weg te trappen.
Hyracotherium (de wetenschappelijke naam van Eohippus) heeft zijn naam te danken aan Richard Owen die het eerste fossiel benoemde. Hij vond dit fossiel in Engeland. Hyracotherium kwam namelijk voor in Europa, Azie en Noord-Amerika. Waarom je uberhaupt hier wilt beginnen is mij trouwens een raadsel. Je had dus veel beter kunnen beginnen bij Plesippus die daadwerkelijk vanuit Noord-Amerika via de Beringstraat naar Azie ging. Een Plesippus fossiel lijkt op deze manier (zonder kennis van fossielen in Noord-Amerika) uit het niets te ontstaan.
De overblijfselen van Hyracotherium uit Europa kon men onmogelijk met de voorouder van het paard in verband brengen, zonder de fossielen uit Noord-Amerika te kennen.
Dit is de zogenaamde Geef er eens een paar, graag.
Waarom hebben wij meer zweetklieren dan enig ander dier?

Waarom worden sommige mannen kaal?

Waarom hebben mannen baarden?

Waarom hebben vrouwen grote borsten en billen?
Blijkbaar heb je het boek niet gelezen, want het blijkt dat Afrika niet altijd geweest is zoals het nu geweest is.

Bepaalde delen van Afrika waren veel natter (ondergelopen), zo kunnen groepen individuen volslagen afgesneden worden van de rest van de populatie, en als ik mij niet vergis, is dat isolatie. Dat is paleontologisch/geologisch aangetonnd. Hoe kun je nu - als je de theorie zou hebben gelezen- gewoon beweren dat in Afrika geen geïsoleerde milieu's waren???
Gedeelten van een diersoort kunnen geïsoleerd raken door een rivier, een gebergte of een woestijn. Maar deze natuurlijke barrières in Afrika hebben voor de oermensen tot helemaal in de tijd van Ramapithecus nooit een belemmering gevormd.
Ramapithecus komt echter niet in aanmerking als voorouder van de mensen.
Beweer ik ook nergens.
Wat niet kan bestaat niet.
EvilBro
Artikelen: 0
Berichten: 7.221
Lid geworden op: vr 30 dec 2005, 09:45

Re: Eerste mens

Om er een frisse kijk op te krijgen is het goed om een keer die dogmatische poten onder de OOA-theorie weg te trappen.
Onzin... er wordt van je verwacht dat je een theorie uiteenzet die meer verklaart dan de OOA-theorie. Simpelweg alleen maar een beetje zeuren dat OOA-theorie echt niet kan zal niemand overtuigen.
De overblijfselen van Hyracotherium uit Europa kon men onmogelijk met de voorouder van het paard in verband brengen, zonder de fossielen uit Noord-Amerika te kennen.
Nou en? Hoe is dat relevant voor het punt dat ik maak dat je Hyracotherium alleen aanhaalt om een drogreden op te zetten?
Zie Paul Martin: 'Uitroeïng in het Pleistoceen',
Bronvermelding is leuk (alhoewel je dat verder op geen enkele plek doet), maar het idee van bronvermelding is niet dat je zegt: "hier kun je alles vinden als je maar genoeg zoekt". Het idee is dat je kort een standpunt weergeeft en dan voor de verdere onderbouwing en details naar de bron verwijst.
Er zijn genoeg voorbeelden te geven, ook recent, waarbij het verschijnen van de mens zorgde voor het uitroeien van allerlei diersoorten,
\(A \rightarrow B \neq B \rightarrow A\)
Het blijft een drogreden.
hetzij direkt of indirekt (zelfs onze eigen soort). Uitroeien is hetzelfde als uitmoorden. Niet echt goed voor onze eigendunk! Dus hebben we liever dat het niet gebeurd is.
Een drogreden met een andere drogreden proberen te weerleggen... dat gaat dus niet werken...
Ik kan ook kort zijn.
Dat en met daadwerkelijke onderbouwing voor je standpunt graag,,,
Als we bij Proconsul beginnen en van daar af proberen in onze stamboom af te dalen, dan lopen we direkt vast. Ten eerste is er een kloof van twee a' drie miljoen jaar. Dan komt er een wezen dat Ramapithecus genoemd wordt.
Ramapithecus komt echter niet in aanmerking als voorouder van de mensen.
Beweer ik ook nergens.
Je hebt het over onze stamboom... dus of je beweert het wel degelijk, of je moet duidelijker opschrijven wat je bedoeld.
Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

Onzin... er wordt van je verwacht dat je een theorie uiteenzet die meer verklaart dan de OOA-theorie. Simpelweg alleen maar een beetje zeuren dat OOA-theorie echt niet kan zal niemand overtuigen.
Alleen al het simpele feit dat in een in principe onveranderlijk milieu geen snelle evolutie plaats kan vinden, zou al menigeen aan het denken moeten zetten. Dus niet zo ongeduldig, jij zeurt. Ik ben nog lang niet klaar.
Nou en? Hoe is dat relevant voor het punt dat ik maak dat je Hyracotherium alleen aanhaalt om een drogreden op te zetten?
Paleoantropologen hebben, net als de eerste paleontologen die begonnen met het samenstellen van de serie beenderen van het paard, problemen met al die fossielen van aapachtige mensen. Ze zijn niet in staat die in onze stamboom te plaatsen. Je noemt deze vergelijking een drogreden. Waarom?
Bronvermelding is leuk (alhoewel je dat verder op geen enkele plek doet), maar het idee van bronvermelding is niet dat je zegt: "hier kun je alles vinden als je maar genoeg zoekt". Het idee is dat je kort een standpunt weergeeft en dan voor de verdere onderbouwing en details naar de bron verwijst.
Gaf ik wel aan. Tegenwoordig liggen er nog enorme stapels beenderen aan de voet van veel rotsen, die van de jachtmethoden van de vroege indianen getuigen. Sommige beenderen vertonen tekenen van gebruik voor menselijke consumptie. Andere vertonen sporen van aaseters. De meeste beenderen vertonen alleen maar de effecten van het neerstorten.

En meer recent: de passagiers van de eerste stoomtreinen in Amerika konden voor een paar dollar een geweer van de conducteur huren, om vanuit de trein op kudden bisons te schieten. Er werd gretig gebruik van gemaakt.

Wel eens gelezen over de Trekduif? De Dodo?
Het blijft een drogreden.
Een andere theorie is veel ingewikkelder, denk aan Occam's scheermes.
Een drogreden met een andere drogreden proberen te weerleggen... dat gaat dus niet werken...
Idem. Wel eens gelezen over de strategie van Custer? En Cortez? Wat er zeventig jaar geleden in Nanking gebeurde?

Zoals onze verre voorouders waren, zijn wij nu nog.
Dat en met daadwerkelijke onderbouwing voor je standpunt graag,,,
Ja, dus laat ik geen reactie meer zien met het woord 'drogreden' erin, want dan kap ik meteen deze discussie.
Je hebt het over onze stamboom... dus of je beweert het wel degelijk, of je moet duidelijker opschrijven wat je bedoeld.
Ik had het alleen maar over een wezen die men in onze stamboom probeerde te plaatsen.

Meer specifieke argumenten tegen de OOA-theorie geef ik zsm.
Wat niet kan bestaat niet.
EvilBro
Artikelen: 0
Berichten: 7.221
Lid geworden op: vr 30 dec 2005, 09:45

Re: Eerste mens

Alleen al het simpele feit dat in een in principe onveranderlijk milieu geen snelle evolutie plaats kan vinden, zou al menigeen aan het denken moeten zetten. Dus niet zo ongeduldig, jij zeurt. Ik ben nog lang niet klaar.
Ik kan je als moderator garanderen dat als je niet snel met onderbouwing begint van je werkelijke standpunt je niet 'nog lang niet klaar' bent. Dit is geen blog waar je alle touwtjes zelf in handen hebt. Dit is een forum. Je zult je moeten schikken aan de regels op dit forum als je hier je verhaal kwijt wilt. Die regels dwingen je nu een onderbouwing te geven voor jouw standpunt ipv een tegenargument voor een alternatief van jouw standpunt.
Paleoantropologen hebben, net als de eerste paleontologen die begonnen met het samenstellen van de serie beenderen van het paard, problemen met al die fossielen van aapachtige mensen. Ze zijn niet in staat die in onze stamboom te plaatsen. Je noemt deze vergelijking een drogreden. Waarom?
Hans heeft moeite met autorijden omdat hij iets in zijn oog heeft. Ik heb moeite met autorijden, dus ik zal ook wel iets in mijn oog hebben... drogreden dus!
Gaf ik wel aan. Tegenwoordig liggen er nog enorme stapels beenderen aan de voet van veel rotsen, die van de jachtmethoden van de vroege indianen getuigen.
Kun je dan aangeven waar je vermeldt uit welke bron dit komt?
Meer specifieke argumenten tegen de OOA-theorie geef ik zsm.
Nee, dat doe je niet en wel om twee redenen niet. Ten eerste doe je dat niet omdat je tot nu toe eigenlijk geen argumenten hebt aangedragen tegen OOA-theorie. Je hebt alleen een serie drogredenen met veel tekst aan elkaar geknoopd. Veel tekst, weinig inhoud.

Ten tweede, en dit is veel belangrijker dan het eerste punt, omdat je vanaf nu het gaat hebben over je alternatief. Dit ga je doen op een bondige en onderbouwde manier. Even ter herinnering: argumenten tegen OOA-theorie zijn geen argumenten voor een alternatief (wat ook de reden is waarom je het niet meer over OOA hoeft te hebben).
Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

Ten tweede, en dit is veel belangrijker dan het eerste punt, omdat je vanaf nu het gaat hebben over je alternatief.
Oke, mijnheer de moderator...hier komt het 'alternatief', en wat die bondigheid betreft, ik zal mijn best doen...

Laten we dan nu maar op zoek gaan naar onze geboortegrond...

Het was op de Galápagos-eilanden waar Darwin, op basis van zijn waarnemingen, dat hij de voorwaarden, waaraan een plek met een snelle evolutie moet voldoen, formuleerde. Darwins conclusies zijn nooit serieus ter discussie gesteld, en aangezien onze soort alle bekende snelheidsrecords heeft gebroken bij zijn snelle evolutie, hierbij een overzicht van die algemene voorwaarden:

-Het moet vrij klein zijn. Veranderingen in een soort treden op volgens de natuurlijke erfelijkheidswetten vanaf de eerste toevalstreffers. Hoe groter de populatie is, of hoe meer verspreid, des te langer duurt het.

-Isolatie. Het moet moeilijk zijn om erbij te komen of weer weg te gaan. Maar behalve dat het mogelijk is erbij te komen, moet het gedwongen zijn, want het is een natuurwet dat geen enkele diersoort vrijwillig een omgeving, waar hij aan gewend is verwisselt voor een willekeurige andere omgeving.

-De nieuwe omgeving moet enigszins anders zijn dan de oude. Want veranderingen in het milieu geven het sein voor evolutie.

-Er moeten enige bruikbare en lege niches aanwezig zijn.

-De strijd om het bestaan moet primair gaan tussen individuen van de evoluerende soort onderling en niet met roofdieren of natuurkrachten. Want de twee laatstgenoemde factoren hebben de neiging om de populatieomvang te drukken of te beperken.

-De soort moet het milieu overbevolken. Degene met een bepaald voordeel zal het overleven. Maar degene zonder dat voordeel zal niet verdwijnen, tenzij het milieu overbevolkt is. Voor de evolutie komt het goed uit, dat elke soort zonder efficiënte roofdieren zich snel zal vermenigvuldigen om een milieu, hoe groot dat ook is, te overbevolken.

Hierbij kunnen wij een aantal specifieke voorwaarden toevoegen voor de hypothetische plek, waar onze soort ontstaan is. De eerste is, dat deze plek in of bij Afrika zou moeten zijn. Waarom? Omdat onze aapachtige voorouder daar leefde en hoewel sommige diersoorten zich ver kunnen verspreiden, doen apen dat niet. Zij trekken niet verder dan nodig is.

Je kunt aannemen dat de verschillen in milieu, die onze aapachtige voorouders aantroffen, verschillen zouden zijn die de neiging hebben om onze voorouders van apen in mensen te veranderen. Wij zijn in staat om af te leiden welke die milieuverschillen waren. Bij voorbeeld, Proconsul was aangepast aan een bestaan in de bossen. Maar mensen leven niet meer in bomen. Dus moeten wij aannemen dat onze voorouders gedurende lange tijd in een gebied leefden waar geen bomen waren, of in ieder geval niet genoeg bomen om een voortdurende afhankelijkheid van bomen mogelijk te maken.

Een opvallend verschil tussen mensen en chimpansees is het feit dat mensen erg weinig lichaamsbeharing hebben en dat chimpansees erg veel haar hebben. Ik gaf eerder al aan dat een soort niet alleen vanwege een verandering in zijn milieu een bepaald kenmerk verliest, wanneer dat daardoor nutteloos is geworden. De milieuverandering moet dat kenmerk tot een handicap maken, voordat evolutie deze zal verwijderen. Het is niet moeilijk een reden of een omstandigheid van het milieu te bedenken, waarbij lichaamsbeharing een handicap vormt. Er is slechts één eenvoudige verklaring voor: onze voorouders hebben lange tijd doorgebracht in een erg heet gebied. Een gebied dat zelfs nog heter moest zijn dan Afrika, waar onze neefjes, de chimpansees, het nooit een voordeel vonden om hun bontjasjes uit te doen.

Het is altijd mooi wanneer een deductie gesteund wordt door onafhankelijk bewijsmateriaal, dat in dezelfde richting wijst. Kijk maar naar iemand die het heet heeft. Het zweet druipt er aan alle kanten van af.

Maar niemand zal ooit het zweet van een chimpansee zien afdruipen of van een andere apesoort. Zij hebben er eenvoudigweg het vermogen niet toe. Vergeleken met onze soort hebben alle apen vreselijk weinig zweetkliertjes. Kenmerken zoals zweetklieren ontstaan niet toevallig. Alleen nuttige kenmerken ontstaan door evolutie.

Het is bijna vanzelfsprekend dat de hitte die onze voorouders meemaakten, een droge hitte was. Wanneer zowel de temperatuur als de vochtigheidsgraad hoog zijn, heeft het geen zin om te transpireren, en mensen kunnen evenmin vochtige hitte verdragen als welke diersoort ook. Dus kunnen we aannemen dat onze geboortegrond zowel heet als droog was. Dit verklaart automatisch ook waarom er weinig bomen voorkwamen, omdat de meeste boomsoorten een heleboel water nodig hebben. Bovendien staan bomen vocht af en dat verhoogt de vochtigheidsgraad.

Wanneer iemand transpireert, verliest hij zout en is het noodzakelijk om weer zout toe te voegen. Dit is erg belangrijk wanneer mensen veel zweten. Dus wij moeten aannemen dat in het droge, hete gebied waar onze voorouders zich ontwikkelden, een behoorlijke hoeveelheid zout aanwezig was.

Nu hebben we inmiddels een vrij aardig beeld gekregen van het gebied waar onze voorouders zich ontwikkelden. De voorwaarde van hitte en droogte wijst in de richting van een woestijn. Afrika heeft vele woestijnen. Maar in deze woestijnen wordt het 's nachts koud. Bovendien missen woestijnen de noodzakelijke isolatie. De Afar-driehoek in het noordwesten van Ethiopie lijkt er aardig op, maar mist eveneens de noodzakelijke isolatie. Eigenlijk is er in Afrika geen gebied dat in aanmerking komt als onze geboortegrond.

Wanneer wij Afrika verlaten komen we bij het gebied rond de Dode Zee. Dit gebied voldoet aan de meeste voorwaarden. De Dode Zee is een groot zoutmeer, dus er is voldoende zout aanwezig. De grote hoeveelheid water geeft de zekerheid van een vrij constante temperatuur. De waterspiegel van de Dode Zee ligt ongeveer vierhonderd meter beneden het niveau van de Middellandse Zee, dus die constante temperatuur ligt vrij hoog. In de zomer kan de temperatuur oplopen tot 60ºC en in de winter registreert de thermometer zelden temperaturen beneden 27ºC. Daar hebben dieren geen bontjas nodig.

Toch is de lucht er ondanks de hoge temperaturen zo droog, dat de hitte wel te verdragen is. Maar dit gebied mist echter de isolatie die noodzakelijk is om onze geboortegrond te kunnen zijn. De geologische geschiedenis van dit gebied bewijst dat dit gebrek aan isolatie er altijd al is geweest - tenminste in de tijd waarin wij belangstelling hebben. Wij zouden onze speurtocht naar een gebied dat aan alle voorwaarden voor ons geboorteland voldoet over de hele wereld kunnen voortzetten, maar dat zou tevergeefs zijn. Er bestaat op aarde absoluut geen gebied, dat aan al deze voorwaarden voldoet!

Maar wij hebben de wereld alleen in de huidige tijd onderzocht. Weliswaar is er nu nergens op aarde een gebied dat aan de voorwaarden voor onze geboortegrond voldoet, maar er bestaat nu ook geen landbrug tussen Amerika en Azië. Onze oude wereld heeft van tijd tot tijd aanzienlijke gedaanteverwisselingen ondergaan. De aardkorst bestaat uit zogenaamde 'tectonische schollen', die als drijfhout op het gesmolten inwendige van de aarde drijven. Al deze bewegingen van de aarde hebben een belangrijke rol gespeeld in de evolutie van dieren.

In 1970 voer een Amerikaans onderzoeksschip, de Glomar Challenger, de Middelandse Zee binnen voor een korte en routinematige tocht. De Middelandse Zee is een met water gevulde scheur tussen de schol van Afrika en de Europees-Aziatische schol.

Zoals men kan verwachten van een scheur in de aardkorst is de Middelandse Zee ook behoorlijk diep. De randen lopen steil naar beneden en de bodem is op sommige plaatsen 5 km diep. De enige natuurlijke verbinding met de oceanen loopt via de Straat van Gibraltar. De straat van Gibraltar is slechts 12 km breed en nauwelijks 350 m diep.

Er verdampt meer water uit de Middelandse Zee dan er door regen en alle rivieren samen aangevoerd wordt. Als gevolg daarvan is er een constante netto instroming van zo'n slordige tien kubieke kilometer water per dag uit de Atlantische Oceaan door de Straat van Gibraltar.

De bemanning van de Challenger merkten dat het door de dubbele echo van hun sonarapparatuur leek alsof de Middelandse Zee een dubbele bodem bevatte. Door boringen ontdekten ze dat de tweede bodemlaag uit een enorm dikke laag zout bestaat - maximaal anderhalve kilometer dik - en onder drie kilometer water.

Ze concludeerden dat in een vrij recent verleden de Straat van Gibraltar door een relatief geringe beweging van de aarde gesloten is geweest. Toen werd er, net als nu, meer water verloren door verdamping dan er door alle rivieren tezamen werd aangevoerd - dus droogde de Middelandse Zee op.

Later brak de dam in de Straat van Gibraltar weer door en vulde de Atlantische Oceaan het bekken van de Middelandse Zee weer op. In de tussentijd was er zoveel zand en stof het bekken ingewaaid, dat het zout te diep begraven werd en het water er niet bij kon om het te doen oplossen toen de zee weer volliep.

De oceanografen van de Challenger dateerden het zeebezinksel van de bovenlaag en stelden vast dat de Middelandse Zee ongeveer vijfeneenhalf miljoen jaar geleden opnieuw volliep. Even ten oosten van de Straat van Gibraltar vertoonden de boormonsters van de Challenger sporen van hevige erosie van de zeebodem omstreeks die tijd.

Het dateren van het afsluiten van de Middelandse Zee stuit op problemen, toch zijn er aanwijzingen dat dit ongeveer twintig miljoen jaar geleden gebeurde.

Het is niet nodig te raden welke gebeurtenissen er plaatsvonden, toen de Middelandse Zee opdroogde. Deze gebeurtenissen verliepen volgens natuurwetten, zodat we die gebeurtenissen kunnen verslaan alsof we ooggetuigen geweest zijn.

De zeespiegel daalde, wat een inkrimping van het oppervlak veroorzaakte. De verdampingssnelheid vertraagde, met als gevolg dat er minder regen op het omringende land viel. Er ontstond een droogte, waar trouwens geologische bewijzen voor zijn.

Het water van de Middelandse Zee splitste zich en vormde zoutmeren, die in de diepste gedeelten van de zeebodem lagen. Deze werden in stand gehouden door rivieren die er nog stroomden.

Uitgezonderd de zoutmeren was de hele bodem van het hele bekken bedekt met een enorme laag zout. Daar kon niets leven. Dit bleef echter niet lang in stand, omdat door de droogte op het vasteland de grond kon verstuiven en de zoutlagen bedekte. Zelfs heden ten dage hebben gebieden, die zo ver wegliggen als Engeland, nog last van zand, dat uit Noord-Afrika wordt opgewaaid. De zoutwoestijnen verdwenen dus, maar werden vervangen door gewone woestijnen, hoewel deze woestijnen heter en droger waren dan enige woestijn waarmee wij ze tegenwoordig kunnen vergelijken.

Hoewel dit alles een nogal kaal beeld geeft van de opgedroogde Middelandse Zee, waren er wel verzachtende omstandigheden. De warme lucht op de bodem van het bekken kon opgewaaid worden en vermengd met koele lucht van heersende winden. Dan was er ook de regen die in het bekken viel.

Toen de zeespiegel ongeveer honderd meter beneden het huidige niveau kwam te liggen, werden wind en wolken omhooggestuwd. De wolken koelden af en veranderden in regen (dit zelfde systeem van regenvorming zie je bij de bergketen aan de westkust van Australie).

Toen dit gecondenseerde water plus het water van de rivieren overeenkwam met de hoeveelheid water die bij verdamping definitief verloren ging, hield het inkrimpen van de zoutmeren op. Let wel, hoe dieper de zoutmeren lagen, hoe beter dit systeem werkte.

Waar regenwater is, is leven. Er ontstonden uitgestrekte weiden op de glooiende randen van het bekken. Kale grasvlakten misschien, maar toch herbergzamer dan de woestijnen die daarvoor waren.

Er ontwikkelde zich geen fauna op deze weiden. De dieren werden tegengehouden door de afschuwelijke woestijnen, die vlak over de rand van de zeekust begonnen.

De vochtige gebieden in het bekken kunnen vergeleken worden met miniatuurtuintjes, de zogenaamde terrariums, die wij in glazen flessen kunnen kweken. Het voortdurende hergebruik van het water in de glazen flessen stelt ons in staat maandenlang geen water aan de planten te hoeven geven, zelfs jarenlang. Ditzelfde hergebruik in het bekken van de Middellandse Zee zorgde ervoor, dat zelfs kleine rivieren vrij grote gebieden bewoonbaar konden houden. Laten we deze gebieden dus voor het gemak terrarium noemen.

Elke rivier die uitmondde in het bekken had een eigen terrarium. Er was een Nijl-terrarium, een Po-terrarium, een Rhône-terrarium en enkele andere. Vervolgens moeten we kijken hoe deze terrariums bevolkt werden.

Laten we ons concentreren op de mondingen van rivieren, bijvoorbeeld de Nijl. Toen de zeespiegel bleef dalen, vormde de brede, ondiepe rivier een waterval. Watervallen zoals bijvoorbeeld de Victoria-watervallen, verstuiven een heleboel water. Stuifwater van deze waterval heeft echter een gigantisch regenwoud doen ontstaan en in stand gehouden.

Een dergelijk regenwoud ontstond ook bij de monding van de rivier de Nijl.

Toen de Middelandse Zee bleef slinken, groeide het regenwoud mee naar beneden totdat de onderrand ervan ongeveer tweehonderd kilometer van het vasteland verwijderd was en ongeveer drie kilometer lager lag.

Terwijl het regenwoud zich vormde, begonnen flora en fauna op het vasteland de druk te voelen van de toenemende droogte. Dieren die van bomen afhankelijk zijn, verhuisden wanneer ze dit konden, mee naar dit nieuwe regenwoud. Degenen die dit niet konden, stierven samen met hun bomen. Een tak van Proconsul was in staat om het nieuwgevormde regenwoud in te trekken.

Inheemse roofdieren trokken het nieuwe regenwoud ook in, en dat geldt ook voor de aangrenzende graslanden. Roofdieren hebben echter een vrij grote bewegingsvrijheid en de stijgende temperaturen, die zij ontmoetten, weerhielden hen ervan al te ver naar beneden te gaan. De boombewoners hadden echter geen enkele keus.

Vervolg zsm.
Wat niet kan bestaat niet.
Sign
Artikelen: 0
Berichten: 254
Lid geworden op: vr 26 jan 2007, 15:05

Re: Eerste mens

Ik vindt het onbegrijpelijk dat er nog mensen zijn die beweren dat de blanke mens niet afstamt van afrikaan. De gedachte dat ze van een zwart persoon afstammen kan er bij die mensen gewoon niet in, ik raad deze mensen aan om veel en goed begrijpend te lezen.

Als we Afrika als middelpunt nemen dan zie je hoe de huidskleur van de mens steeds lichter wordt naarmate je naar het noorden trekt. In Afrika is de noord Afrikaan al een stuk lichter van huidskleur dan midden Afrika, steken we dan over dan kom je de Spanjaard tegen die weer lichter is dan de Noord Afrikaan. Het zelfde geldt voor de Portugees en de Italiaan, de Frans talige Belgen lijken nog Zuid Europees. Nederlanders en hogerop naar het noorden, Zweden, Noorwegen, Denemarken, waren de mensen blonder dan het zuiden van Europa.

Ik ben het echter niet eens met de stelling dat de Afrikaan de eerste mens die uit Afrika vertrok richting het noorden, steeds lichter van huidskleur werd door verandering van klimaat.

Ik ben van mening dat de huidskleur lichter werd door geslachtsverkeer met een andere groep binnen Afrika waardoor er veranderingen/mutaties optraden. Dit kan je nu terug zien in de huidige maatschappij, als een donkere man met een blanke vrouw kinderen krijgen, zie je dat deze kinderen lichter zijn en uiterlijke kenmerken zijn ook anders. De stelling dat hoe minder zonlicht hoe lichter de huid maar deels opgaat, kijk maar naar een eskimo, die lijken toch echt op mensen uit Azie, een lichte tint, geen blauwe ogen en geen blond haar, dat terwijl ze weinig zonlicht hebben, uiterlijkheden hebben dus niets te maken met het klimaat.

Gr. Sign
Gebruikersavatar
pellong
Artikelen: 0
Berichten: 13
Lid geworden op: di 09 aug 2005, 15:52

Re: Eerste mens

Ik vindt het onbegrijpelijk dat er nog mensen zijn die beweren dat de blanke mens niet afstamt van afrikaan. De gedachte dat ze van een zwart persoon afstammen kan er bij die mensen gewoon niet in


Nochtans voor zover genetisch onderzoek kan uitmaken lijkt het er toch heel sterk op. Ik heb destijds meegedaan aan het genographics project van National Geographicen deze waren formeel, mijn voorouders komen uit Afrika.

Let op, niets weerhoud ons van kritisch te zijn, maar ik ben in elk geval overtuigd dat mijn roots in Afrika liggen. :P :D :P
Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

En dan hier, mijnheer de moderator, het vervolg van de zoektocht naar onze geboortegrond:

De eerder beschreven omstandigheden, die het regenwoud deed ontstaan bij de monding van o.a. de rivier de Nijl, kwamen niet langdurig voor. Op z'n hoogst een paar duizend jaar. Alle watervallen 'lopen' tegen de stroom in. De Niagara-watervallen zijn bijvoorbeeld in de afgelopen tien- of twaalfduizend jaar door ongeveer elf kilometer rots heen gelopen. Tussen haakjes: Toen de Egyptenaren bij Assoean een dam in de Nijl bouwden, hebben zij eerst een serie bodemmonsters genomen over de hele breedte van de rivierbedding. Zij vonden ver onder de huidige rivierbedding een oude rivierbedding, die uitgeslepen was in massief graniet. Zij leiden hier terecht uit af, dat deze kloof datgene is, wat was achtergelaten door een waterval die zich vanaf de Middellandse Zee stroomopwaarts had bewogen, in een periode in het verleden toen de Middellandse Zee uitdroogde. Watervallen worden onvermijdelijk kleiner, wanneer ze stroomopwaarts schuiven. En toch waren de watervallen bij Assoean nog ongeveer twee keer zo hoog als de Victoria-watervallen, dus moeten de oorspronkelijke watervallen bij de monding van de rivier werkelijk adembenemend geweest zijn. De Egyptenaren vonden zoutwater-zeeschelpen in de bodemmonsters, wat hun mogelijk maakte het tijdstip te dateren waarop de Middellandse Zee weer volstroomde. Zij kwamen uit op een getal dat dicht bij de vijfeneenhalf miljoen jaar geleden ligt.

Terwijl de waterval aan de monding van de Nijl stroomopwaarts bewoog, liet deze een diepe kloof met rotswanden achter. Deze rotswanden verstikten het stuifwater. Het regenwoud aan de rand van het bekken ging langzaam achteruit en stierf af. Het gedeelte regenwoud op het vasteland schoof met de waterval mee stroomopwaarts, maar het gedeelte regenwoud in de diepte van het bekken bleef goed floreren, aangezien het water ontving van de lager gelegen stroomversnellingen. Maar op de rand van het bekken ontstond een gat in het woud en dat gat werd steeds groter. De roofdieren verkozen op het vasteland te blijven, het lager gelegen woud was te heet voor hen.

De boommensen in het lager gelegen woud hadden deze keuze niet, evenals de graseters, die in de graslanden leefden die het slinkende bos omringden.

Uiteindelijk werden de laaggelegen rivierarmen getemd door erosie, en de verstuiving van water hield op toereikend te zijn om bomen in stand te kunnen houden. De bomen gingen dood. Toen, en alleen op dat moment, kwamen de boombewoners naar de grond en vonden zij een milieu waarin zij konden overleven. Tegen deze tijd waren de graseters verhuisd naar de zich ontwikkelde terrariums. Onze voorouders volgden hen.

Als we de omstandigheden die voorkwamen in de terrariums overzien, dan voldeden deze aan de voorwaarden voor een gebied met snelle evolutie.

Het milieu was nieuw en geïsoleerd. Ze werden omringd door kilometers brede, afschuwelijke woestijnen. De terrariums waren vrij groot, maar veel kleiner dan een continent. De vleeseters waren kilometers ver weg op het vasteland. Daardoor waren er twee ecologische niches onbezet, namelijk die van aaseters en roofdieren. Onze voorouders ontwikkelden zich zodanig, dat zij beide niches konden bezetten, zonder concurrentie dan alleen van elkaar.

Toen de bewegende bomenweg, die onze voorouders naar de terrariums had geleid, verdwenen was, verloren onze voorouders hun voorkeursvoedsel. Maar er was ander voedsel aanwezig: vlees. Het is veelbetekenend dat rauw vlees vrijwel alles bevat om leven in stand te houden. Onze voorouders aten rauw vlees, dat afkomstig was van de lichamen van de graseters, die hun milieu zonder efficiente roofdieren al snel overbevolkt hadden.

Noodgedwongen, en niet vrijwillig, stapten onze voorouders dus over van een in principe vegetarisch dieet op een in principe vleesbevattend dieet.

Deze dieetverandering resulteerde in een verandering in hun lichaamsvorm.

Vleeseters hebben relatief korte darmen, aangezien een onnodig lang darmstelsel een handicap vormt. De darmstelsels van onze voorouders werden wat korter en geven de moderne mens zijn slanke taille, die tegenwoordig zo bewonderd wordt.

Zonder efficiente predatoren overbevolkten onze voorouders hun voedselvoorziening en het was onvermijdelijk, dat verschillende troepen aaseters elkaar gingen bevechten bij het karkas van een graseter. Een van de troepen werd verdreven. Degenen die niet weg konden komen werden aan de voorraadkamer van de winnaars toegevoegd. Vlees is vlees. Alle dieren die fysiek in staat zijn tot kannibalisme, zijn kannibaal wanneer dit voor hun overleving noodzakelijk is. Zelfs moderne, beschaafde mensen eten liever mensen dan dat ze van honger omkomen.

De eerste kolonisten van de terrariums waren geen goede jagers en konden weinig doen om de populatie van de graseters binnen de perken te houden. Er was echter een diersoort die ze wel konden vangen en doden, namelijk hun eigen soort. De vechtpartijen tussen verschillende groepen bij de karkassen van graseters kwamen veelvuldig voor, maar ze deden er niet lang over om er achter te komen dat dergelijke vechtpartijen voorkomen moesten worden, tenzij hun eigen kant sterk in het voordeel was. Losse individuen konden echter zonder al te veel gevaar door kleine groepen gepakt worden. De soort verwierf zich het instinct om nooit alleen te zijn, een instinct dat nog heden ten dage in ons zit.

De kleinere groepen konden niet met grotere benden concurreren bij het azen op de kudden graseters. Maar de kleinere groepen konden op de grotere benden azen. Een kind dat te ver van de groep afdwaalde, kon gepakt worden. Een vrouw die voor een bevalling achterbleef buiten haar bende, vond vreemden op haar weg die meer hongerig dan behulpzaam waren. In de loop der tijden ontwikkelden onze voorouders bekwaamheden in de jacht door op elkaar te oefenen.

Het was uiterst moeilijk om uit een terrarium te komen. Toch haalden sommige groepen echter uiteindelijk de buitenwereld. Daar bleek het leven vrij makkelijk te gaan. De vele jaren die zij in voortdurende strijd met hun neefjes hadden doorgebracht, hadden hen zodanig ontwikkeld, dat zij met gemak in staat waren om te overleven. Zij konden jagen en er was plantaardig voedsel in overvloed. Om dit te vieren vermenigvuldigden de vluchtelingen zich snel en verspreidden zij zich over de hele aarde.

Wij hebben overblijfselen van deze wezens gevonden. En aangezien de evolutie in elk terrarium een enigszins andere weg nam, hebben wij nu de overblijfselen van een hele stoet voorwereldlijke aapachtige mensen, of mensachtige apen, die opeens verschenen lijken te zijn zonder directe voorouders en die een tijd lang bestonden met weinig of geen verdere evolutie en daarna weer uitstierven. Ik zie geen noodzaak om hen te beschrijven of op te sommen. Zij waren onze voorouders niet. Zij hadden een gebied met een snelle evolutie achtergelaten voor een gebied met een langzame evolutie.

In de terrariums waren geen bomen, onze voorouders leefden op de grond. Onze vroege voorouders hadden handachtige voeten. Maar daar in de diepte waren die voeten een handicap. In de terrariums was een graseter die op enige afstand in moeilijkheden verkeerde, potentieel voedsel. Onze voorouders moesten de kudden in de gaten houden. Zij moesten ook andere benden aaseters in de gaten houden, die ook op een afstandje waren, hoopten ze. Dus zij, die graseters in moeilijkheden het verst weg konden opmerken en ook benden van verre zagen aankomen, waren degenen die het overleefden. Daarom ontwikkelde onze soort zich tot rechtop lopende wezens.

Laten we eens kijken naar de zoutmeren. Zoals alle dieren die veel zweten, bezochten onze voorouders deze meren om aan zout te komen. Zij leerden zwemmen. Op zich een prestatie, want chimpansees (en waarschijnlijk ook Proconsul) hebben er zo'n hekel aan om bij water in de buurt te komen, dat het lijkt op een fobie. Men gelooft dat deze fobie het resultaat is van het feit, dat in Afrika alle oppervlaktewateren lange tijd vol zaten met krokodillen. Als gevolg daarvan kunnen onze dierentuinen chimpansees op kleine eilanden houden in plaats van achter tralies.

Er moet een dwingende reden geweest zijn dat onze voorouders leerden zwemmen. In dit zoute water kon natuurlijk niets leven, maar de rivieren brachten vlees mee. Misschien een half nijlpaard, verdronken herten of dode vissen. Vers vlees zinkt in zoet water maar drijft in zout water.

Gelukkig is zout een conserveringsmiddel. Aan de kust bemachtigden de sterksten het meeste vlees, niet de slimsten. Uiteindelijk bedacht een van de slimmeren, dat hij zijn deel zou krijgen door het water in te gaan. In feite was hij waarschijnlijk niet zo slim. Hij was alleen te hongerig om zich door zijn instinct uit het water te laten houden.

Let wel, de chimpansees die wij op kleine eilandjes kunnen houden zijn weldoorvoed. Zij zouden waarschijnlijk ontsnappen, als ze van honger om dreigden te komen. Tegenwoordig is onze soort vrijwel vrij van watervrees. Waarom? Omdat na een paar miljoen jaar een soort, die iets moet doen voor zijn overleving, een instinct zal ontwikkelen om daar plezier in te hebben.

Gedurende ca. vijftien miljoen jaar leefden onze voorouders in direkte linie in de terrariums op de bodem van de opgedroogde Middelandse Zee. Daar ontwikkelde zich zowel hun fysieke als sociale aanpassing aan hun milieu.

De omstandigheden mogen ons dan grimmig lijken, maar zij leerden van hun geboorteland te houden. Zij kenden geen beter land. De lichamen van onze voorouders werden zodanig veranderd, dat zij dat milieu prefereerden en die veranderingen bezit onze soort heden ten dage nog. Vraag een willekeurige dokter maar waar de gezondste plek is om te leven, en hij zal je waarschijnlijk naar een of andere hete droge plaats verwijzen.

Vijfeneenhalf miljoen jaar geleden kwam aan alle goede dingen een eind, want de dam in de Straat van Gibraltar brak door. Alle bodembewoners moesten vertrekken of verdrinken. Onze voorouders gingen weg, maar lieten de beenderen van hun voorouders achter. Dit geeft meteen een oplossing voor het mysterie waarom er zo weinig beenderen van onze voorouders gevonden zijn. Sommigen beklommen de bergen en merkten later, dat zij ingesloten zaten op eilanden. Anderen speelden het klaar de buitenwereld te bereiken.

Volgens fossiel bewijsmateriaal verschenen er in Afrika iets minder dan vijf miljoen jaar geleden plotseling twee, mogelijk drie, typen wezens, die wij australopithecus-achtigen noemen. Tot nu toe is hun plotselinge verschijning een groot mysterie van onze prehistorie geweest.

Wij weten nu de oplossing. Zij waren afstammelingen van de vluchtelingen uit twee of drie terrariums. Over de half miljoen jaar verloren tijd hoeven wij ons geen zorgen te maken. Het kostte de vluchtelingen een heleboel tijd om een gebied te bereiken, waar hun beenderen bewaard zouden blijven om toekomstige generaties voor raadselen te stellen.

De australopithecus-achtigen waren niet onze voorouders. Maar zij kunnen beschouwd worden als exemplaren van een, in de tijd bevroren, ontwikkelingsstadium, dat onze voorouders vijfeneenhalf miljoen jaar geleden doormaakten. Maar toen de australopithecus-achtigen in Afrika kwamen, konden zij de omstandigheden daar met gemak aan. Dus voor hen stopte in principe de evolutie.

De australopithecus-achtigen overleefden gedurende ruim drie miljoen jaar en zouden het tot op de dag van vandaag hebben moeten uithouden, als er niet iets tussen kwam. Hun plotselinge verdwijnen viel samen met de komst van een nieuwe predator, Homo habilis, die soms de echte mens genoemd wordt.

Homo habilis maakte jacht op de australopithecus-achtigen met evenveel inzet als de huidige Afrikanen jagen op bavianen; met meer inzet in feite, want de huidige bavianen zijn eigenlijk te klein om als gewilde prooidieren beschouwd te worden.

Wij moeten niet op Homo habilis neerkijken vanwege het feit dat hij Australopithecus uitroeide. Het is nu eenmaal een natuurwet, dat twee soorten niet in hetzelfde milieu gedurende lange tijd dezelfde ecologische niche kunnen bezetten. De ene soort zal de andere elimineren, direkt of indirekt.

Zoals ik aangaf, waren de australopithecus-achtigen niet onze rechtstreekse voorouders. Onze voorouders werden een hoge berg opgedrongen door het stijgende water en bleken zich zelf opgesloten te hebben op een van de eilanden van de Middelandse Zee.

In de terrariums vond een snelle evolutie plaats. Het eiland, waarop onze soort tot bijna de moderne tijd leefde, veroorzaakte echter een veel snellere evolutie. Onze voorouders leefden gedurende vijf miljoen jaar op dit eiland. Daar ontwikkelden hun hersenen zich.

Wordt vervolgt.
Wat niet kan bestaat niet.

ads

Steun Sciencetalk Nuvance SD Kaart Lezer - SD Kaartlezer USB C - Card Reader - Incl. Usb & 8-Pin Converters - Geheugenkaartlezer Micro SD - Zwart

Nuvance SD Kaart Lezer - SD Kaartlezer USB C - Card Reader - Incl. Usb & 8-Pin Converters - Geheugenkaartlezer Micro SD - Zwart

Bekijk product

Steun Sciencetalk Kobo Clara BW - E-reader - 6 inch - 16GB - Luisterboeken - Zwart

Kobo Clara BW - E-reader - 6 inch - 16GB - Luisterboeken - Zwart

Bekijk product

Steun Sciencetalk Nintendo Switch 2 Pro Controller - Zwart

Nintendo Switch 2 Pro Controller - Zwart

Bekijk product

Michael Tuk
Artikelen: 0
Berichten: 206
Lid geworden op: di 26 okt 2004, 00:39

Re: Eerste mens

Vervolg onze geboortegrond:

Op de een of andere manier was het milieu van het eiland, waarop onze voorouders waren vastgezet, een milieu dat de overleving van de meest intelligente individuen bevorderde en de eliminatie van alle andere. Zo eenvoudig ligt dat. Om meer specifiek te zijn moeten wij verder gaan en de details bepalen van het sociale milieu op het eiland. Niet de details van het fysieke milieu; die hadden weinig te maken met de evolutie van intelligentie. Het was juist het sociale milieu, dat onze hersenen tot ontwikkeling bracht.

Om te beginnen moet je eens denken aan de problemen, die een soort overkomen wanneer deze gedwongen wordt een nieuw milieu te betrekken. Denk bij voorbeeld eens aan onze verre eerste voorouders, die in de bomen klommen. Zij klommen niet in de bomen omdat ze dat graag wilden; zij klommen erin omdat ze wel moesten - en het enige alternatief was uitsterven.

De eerste boomklimmers waren niet erg goede klimmers. Zij moesten rekening houden met de manier waarop zij zich verplaatsten.

Degenen die het beste konden nadenken waren in het voordeel. Natuurlijke selectie bevorderde hun overleving en elimineerde diegenen, die de reflexen die zij verworven hadden voordat zij de bomen in gingen niet konden of niet wilden beheersen. Deze natuurlijke selectie ging vele duizenden generaties lang door.

In het algemeen zal elke soort, die gedwongen van milieu verandert, daardoor een hogere graad van intelligentie bereiken. Dit is echter een zelfbeperkend proces. Want, wanneer wij terugkeren naar onze vroegste voorouders die in de bomen klommen, dan zien we, dat hun uiterlijk uiteindelijk veranderde om hen aan te passen aan het leven in de bomen. Zij kregen ook instincten en reflexen, die automatisch zorg droegen voor de noodzakelijke beslissingen bij bewegingen.

Wij zien dus dat, wanneer een soort zich aanpast aan zijn nieuwe milieu, deze soort reflexen en instincten ontwikkelt, die ingebouwde oplossingen vormen voor de problemen van het overleven. Wanneer deze geërfde oplossingen voor de problemen zich eenmaal ontwikkeld hebben, dan is er weinig of geen behoefte aan daarbij nog intelligentie. Dus bereikt de soort ook geen hogere intelligentie. Onnodige eigenschappen zullen zich niet ontwikkelen. Nutteloze eigenschappen verdwijnen echter ook niet uit de soort, dus blijft de intelligentie die in een overgangsperiode tussen twee milieus is opgebouwd, bewaard.

Je kunt nu begrijpen waarom zeehonden en dolfijnen zulke intelligente dieren zijn. Lang geleden leefden de voorouders van deze soorten op het droge. Om de een of andere reden, waar wij ons niet druk om maken, keerden de voorouders van deze wezens terug naar de zee. In de zee waren de op het land verworven instincten nog minder dan nutteloos. De eerste, die naar de zee terugging, moest nadenken om in leven te blijven. Gedurende duizenden generaties bevorderde natuurlijke selectie het overleven van de beste denkers. Misschien gebeurt dat nog steeds; veranderingen in de lichaamsvormen en het verwerven van nieuwe instincten verminderen de waarde van hogere stadia van intelligentie. Zeehonden en dolfijnen worden waarschijnlijk niet slimmer; maar ze worden ook niet dommer.

Een definitie van intelligentie is het vermogen om te leren van ervaringen, en ook het vermogen om snel en met succes te reageren op een nieuwe situatie.

Dieren kunnen uit ervaring ook tot op zekere hoogte leren, maar wanneer zij geconfronteerd worden met een of andere nieuwe situatie kunnen zij niet zo goed reageren. De bijna universele reactie op een nieuwe situatie is deze als een bedreiging te beschouwen en er als zodanig op te reageren.

Wat hun intelligentie betreft waren onze eerste voorouders op het eiland weinig meer dan dieren. Zij hadden instincten, die zij in de terrariums verworven hadden of zelfs nog daarvoor. Op het eiland waren instinctieve reacties in vele gevallen niet de beste handelwijze.

Op het eiland waren plantaardige voedingsmiddelen en enige dieren. Wij kunnen echter niet aannemen dat onze voorouders van vijf miljoen jaar geleden goede jagers waren. Het is trouwens waarschijnlijk wel waar, dat er in de terrariums van tijd tot tijd enige vaardigheid in het jagen was opgetreden. Wanneer dit gebeurde werd er een voedselbron veilig gesteld en breidde de populatie zich uit. Maar de diersoort, waartegen deze vaardigheid gericht was, ging achteruit. Achteruit tot nul. Er was slechts één diersoort in de terrariums, waarop onze voorouders met succes jaagden, die niet uitstierf. Dat was hun eigen soort. Wij mogen er zeker van zijn, dat onze voorouders op hun eiland aankwamen met vaardigheden en instincten om op elkaar te jagen.

Het voorhanden zijn van voedsel reguleert de grootte van een groep dieren. Er is net zoveel terrein als een groep in een dag kan bestrijken. Als er in dit terrein niet genoeg voedsel is om de hele groep te voeden, dan moet een aantal vertrekken of sterven.

Wij kunnen de grootte van de groepen nieuw-aangekomenen op het eiland niet met zekerheid bepalen, maar wij kunnen er wel zeker van zijn, dat zij in een paar generaties hun eiland overbevolkt hadden. Na die tijd was de gemiddelde grootte van de groepen noodzakelijkerwijs vrij klein.

In de terrariums hadden de verliezers, wanneer twee groepen elkaar ontmoetten bij het karkas van een graseter en gingen vechten, een kans om weg te komen als zij snel genoeg konden rennen, omdat er altijd wel plekken waren om naartoe te rennen. Op het eiland zouden de verliezers, die probeerden te vluchten, echter in de open armen (en lege magen) van een naburige stam lopen. Het duurde niet lang of degenen met instincten om weg te lopen waren uitgestorven. De overlevenden waren zij, die bleven staan en vochten, zonder te letten op hun kansen. Deze nieuwe eigenschap maakte zelfs kleine groepen een zeer ongewenste prooi voor een halfhartige predator.

Beneden in de terrariums hadden onze voorouders instincten ontwikkeld om op hun hoede te zijn voor vreemdelingen en te doden als ze konden. Deze instincten hadden een grote overlevingswaarde op het eiland, en eigenschappen met overlevingswaarde zal een soort niet meer kwijtraken. Maar op hetzelfde moment kon het fataal zijn, als een individu of een groep probeerde om voortijdig volgens dit instinct te handelen. Dus terwijl deze instincten bewaard bleven verwierven onze voorouders het vermogen om van onmiddellijk reageren op deze instincten af te zien. Degenen die dit vermogen niet bezaten, reageerden wel. Een wezen dat echter alleen instinctief reageert, handelt op een stereotiepe manier. Zijn handelingen kunnen voorspeld worden. Die vroege eilandbewoners, die in staat waren hun instincten te beheersen, waren daardoor in staat degenen die dat niet konden te verwijderen.

Onze soort heeft het vermogen om zijn instincten te beheersen en af te zien van acties. Bij onze evolutie zijn wij deze instincten niet kwijtgeraakt. Toch zijn er tegenwoordig veel mensen, die ontkennen dat zij enig instinct zouden hebben. Ironisch genoeg zijn zij die het hevigst ontkennen dat mensen instincten hebben, zelf degenen die het meest instinctief reageren. Alleen zij die hun instincten kennen, zijn in staat logica te gebruiken bij het beheersen van hun handelingen. Tegelijkertijd is het volgen van een instinct vaak het beste. Ten slotte was elk instinct eens de beste oplossing voor een overlevingsprobleem, en dat is vaak nog steeds het geval. Bijvoorbeeld het instinct van jongeren om te spelen. Jonge dieren redeneren niet. Zij zeggen niet tegen zichzelf: 'Ik moet een heleboel rennen en springen om groot en sterk te worden.' Nee, jonge dieren spelen gewoon omdat ze een spelinstinct hebben. Doen waartoe een instinct aanspoort geeft plezierige sensaties. Niet doen geeft min of meer onplezierige sensaties. Speciaal in dit geval is het weigeren van tijd om te spelen, zoals elke ouder en leraar weet, een gevreesde straf.

Het is te danken aan de taaiheid van de jongeren van onze soort, dat zij nog zo goed blijken op te groeien, gezien de manier waarop wij ze er 'voor hun bestwil' van weerhouden hun instincten te volgen.

Toch komt schizofrenie onder kinderen zo veelvuldig voor, dat het vaak de ziekte van jongeren genoemd wordt. Schizofrenie is ook wel omschreven als 'een vlucht uit de realiteit'. Misschien is dat zo; deze zogenaamde realiteit is echter ver verwijderd van de realiteit van het milieu, waarin onze soort via zijn ontwikkeling kon wonen.

Om op dit zelfde instinct verder te gaan, de meeste jonge dieren hebben instincten om continu te spelen, maar de volwassenen van de meeste soorten bewegen niet meer dan nodig is. Onnodige bewegingen zouden de ongewenste aandacht trekken van een predator, of een eventuele prooi wegjagen, of energie verbruiken, die anders in noodgevallen nodig zou kunnen zijn.

Het gedragspatroon van de mens volgt dat van de meeste volwassen dieren. Op een bepaalde leeftijd is bijvoorbeeld tennissen of voetballen niet leuk meer, het gaat op werk lijken. Enkele individuen houden hun leven lang een regelmatige training vol, maar deze activiteit is niet normaal. Het is een beredeneerde activiteit. Het merendeel van onze volwassenen is er zich van bewust dat zij te weinig in beweging zijn, en besluiten daar wat aan te doen 'op het moment dat ik er zin in heb'. Op de een of andere manier komt dat moment nooit.

Er zijn zonder twijfel veel mensen, die nog vele van de instincten van onze voorhistorische voorouders in zich hebben. Het is ook zeker dat mensen heel vaak hun instincten volgen, zelfs wanneer zij wel beter weten. Het veranderde milieu van de mens van vandaag heeft vele andere, eens zo goede instincten in dodelijke veranderd. Uiteindelijk zal onze soort deze slechte instincten bij zijn verdere evolutie verliezen, maar dat zal nog wel een miljoen jaar of meer duren. Het verwijderen van de mensen met deze slechte instincten zal de oorzaak zijn van de evolutie van onze soort.

In het nieuwe milieu van het eiland zouden vele oude instincten fataal kunnen zijn, als onze voorouders niet voorzichtig waren. Zij die voorzichtig waren bij het volgen van hun instincten, overleefden.

Elke soort die gedwongen in een nieuw milieu terechtkomt, zal onmiddellijk beginnen zich opnieuw te ontwikkelen om aan de eisen van het nieuwe milieu te kunnen voldoen. Bij sommige soorten lukt de overgang. Bij andere niet, en deze soorten sterven uit. Onze soort kwam terecht in een milieu, waar het fataal geweest zou zijn om instincten te volgen. Als gevolg daarvan ontwikkelde onze soort een nieuw instinct, dat ervoor zorgde dat wij het volgen van instincten wantrouwen.

Dit instinct werkt nog steeds binnen onze soort. Wanneer het in werking treedt, noemen wij het ons geweten. Dit instinct is de reden voor de in velen van ons aanwezige sterk puriteinse aard. Het is een beetje ironisch, want dit nieuwe instinct is op zich zelf een echt instinct, en als zodanig verbonden met de plezier-pijncentra in onze hersenen. Het geeft een aangenaam gevoel van voldoening telkens wanneer een van de gewone instincten met succes weerstaan is. Deze gewone instincten zijn echter ook verbonden met de plezier-pijncentra, en het weigeren ze te gehoorzamen veroorzaakt een onaangenaam gevoel. Deze tweeslachtigheid tegenover onze instincten is verantwoordelijk voor een groot deel van onze innerlijke conflicten.

Onze voorouders werden tot een bepaalde levenswijze gedwongen op hun eiland. Wij weten dat zij in vrij kleine groepjes leefden. Elke groep had zijn eigen territorium. Omdat alle levende wezens zich echter voortplanten, was elk territorium bijna altijd te klein voor de bijbehorende groep. Daarom zocht elke groep voortdurend naar mogelijkheden om zijn territorium uit te breiden ten koste van zijn buren. (Is dat tegenwoordig anders?)

De normale stand van zaken was een toestand van koude oorlog met veelvuldige pogingen de sterkte en besluitvaardigheid van de buren te testen.

Wanneer een soort bepaald voedsel moet eten om te overleven, dan zal deze vroeger of later dat voedsel gaan prefereren. Waarom? Omdat de individuen die dat voedsel het minst lekker vinden, relatief in het nadeel zijn. De natuur is meedogenloos in het verwijderen van individuen die in het nadeel zijn, uit de populatie. Op dezelfde manier zal een soort, wanneer deze gedurende zeer lange tijd voor zijn overlevingskansen tot een bepaalde levenswijze wordt gedwongen, een voorkeur ontwikkelen voor die levenswijze. Dergelijke voorkeuren zullen blijven bestaan, zelfs wanneer de noodzaak hiertoe verdwenen is. Het is geen toeval dat over de hele wereld de mensen een voorkeur hadden om in vrij kleine groepen te leven, als zij de keus hadden. Ook is het geen toeval dat deze kleine groepen gewoonlijk in een toestand van echte of koude oorlog met al hun buren verkeerden.

De manier van leven van onze voorouders kan in onze tijd het beste vergeleken worden met de jeugdbenden in onze steden. Elke groep is georganiseerd rond een door mannen gedomineerde hiërarchie. Elke groep bezet en verdedigt een territorium. Elke bende is in een voortdurende staat van echte of koude oorlog met alle andere benden. De rechten van anderen, die niet in de groep zitten, bestaan eenvoudigweg niet. Alle buitenstaanders worden automatisch geklassificeerd als vijanden en/of prooi.

De instincten om benden te vormen zijn de instincten van onze voorouders, die zich zo ontwikkeld hebben dat zij konden overleven in het milieu, dat zij de afgelopen vijf miljoen jaar bewoond hebben. Deze instincten zijn tegenwoordig niet erg gewenst, maar het is nutteloos en gevaarlijk te denken, dat ze wel zullen verdwijnen als wij ontkennen dat ze bestaan.

Op het eiland waren openlijke vijandelijkheden zeldzaam. De groepsgrootte was echter klein. Als een naburige groep verzwakt kon worden door het weghalen van telkens één van haar strijders, dan zou het niet lang duren voor de sterkte van die buurgroep zo ver afgenomen was dat het resterende deel veilig overvallen kon worden.

Dit gebeurde af en toe. Soms werd er een militair genie in een stam geboren. Wanneer hij volwassen was zou hij de strategie ontwerpen, die zijn stam in staat zou stellen om een naburige te onderwerpen. Dan zouden beide territoria samen genoeg voedsel opleveren om zijn stam de kans te geven te groeien. De volgende generatie zou groot genoeg kunnen zijn om weer een andere buurstam te overwinnen, misschien wel om het hele eiland over te nemen. Dan zou er een periode aanbreken van vrede en voldoende voedsel.

Het kost geen enkel soort veel tijd om zonder efficiënte predatoren een gebied, hoe groot dat ook is, te overbevolken. Vroeg of laat zullen alle superbenden uiteenvallen. Voor een tijdje zou er misschien verdraagzaamheid kunnen bestaan tussen delen van de opgesplitste bende, maar herinneringen duren kort en vijandelijkheden begonnen opnieuw.

Bij elke cyclus ontstond er echter wel een verschil. Aan het einde van elke cyclus bevonden zich de genen van het genie dat de cyclus op gang had gebracht, en de genen van de stam waarin hij opgegroeid was, binnen elke groep. Elke cyclus maakte de populatie die het overleefde een beetje slimmer. Vijf miljoen jaar van dergelijke cycli verdrievoudigden de omvang van onze hersenen.

Hier hebben wij de reden voor de snelle vooruitgang in intelligentie binnen onze soort. Door een geologisch toeval werden onze voorouders gevangen gezet op een eiland, waar de belangrijkste bedreiging voor de overleving de intelligentie van anderen van dezelfde soort was. De bedreigingen van het bestaan, die de meeste soorten op hun weg vinden wanneer zij van milieu veranderen, zijn bedreigingen van tamelijk constante omvang. Wanneer de verplaatste soort voldoende op fysiek en mentaal gebied evolueert om te overleven, gaat verdere evolutie langzaam of stopt helemaal.

Onze soort stond op het eiland niet tegenover een bedreiging van constante omvang. Elke keer dat een groep slim genoeg werd om te kunnen overleven tegen de dreiging van zijn buren in, gebruikte die groep zijn intelligentie om deze dreiging uit te wissen. Kort daarna verschenen er echter weer nieuwe buren, die de neefjes van de oude waren en zo slim als wat. Op het eiland waren onze voorouders voortdurend bezig met inhaalmanoeuvres, maar het lukte hun nooit.

De manier van leven gedurende vijf miljoen jaar op het eiland liet zijn sporen na in onze genen. Elke groep was noodzakelijkerwijs georganiseerd in een semi-militaire organisatie. Tegenwoordig is elke onderneming en elke organisatie op dezelfde wijze opgebouwd. Wij dromen van coöperatieve organisaties, waarin iedereen weet wat hij moet doen en dat ook doet zonder leiding, maar dergelijke systemen zijn zo vreemd aan onze aard dat er geen één werkt.

Sommige mensen zijn tegenwoordig heel gelukkig, wanneer zij in een groep leven of werken die op een militaire manier is georganiseerd. (Vraag bijvoorbeeld maar eens aan een ex-dienstplichtige wat voor hem de leukste tijd van zijn leven was!).

Gedurende vijf miljoen jaar, en misschien wel langer waren onze voorouders jagers, maar het wild waarop zij jaagden was vaak geen wild als eenden en herten.

Onze voorouders maakten jacht op het gevaarlijkste wild dat er was, en het gevaar droeg ongetwijfeld bij aan de spanning en het plezier van het tijdverdrijf.

Oorlogen vormden een noodzakelijke levenswijze voor onze voorvaderen gedurende miljoenen jaren - lang genoeg om instincten te ontwikkelen om oorlogen als een op zich zelf staand doel te waarderen. Natuurlijk waren oorlogen niet erg plezierig voor de verliezers. Maar de verliezers overleefden het niet, dus deed hun mening er niet toe.

Volgens het voorgaande zou onze soort nog steeds op het eiland kunnen leven, ware het niet dat onze voorouders in staat waren het eiland te verlaten.

Wordt vervolgt.
Wat niet kan bestaat niet.

Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Terug naar “💡 Theorieontwikkeling”

Sciencetalk: Leer, deel of groei. Volg of geef een cursus op Sciencetalk!