Je veronderstel hier de 'illusie' van een doel. Hoe kun je (wetenschappelijk) onderscheid maken tussen een daadwerkelijk doel en een illusie van een doel? Meestal neemt men aan dat een waarneming correct is tenzij men kan bewijzen dat de waarneming een illusie is door aan te tonen dat er een realiteit bestaat onder de tot nu toe oppervlakkige waarneming die verantwoordelijk is voor de illusie.
Als je mij zo letterlijk wilt nemen, vervang dan 'illusie' door 'schijnbare aanwezigheid van een doel' (met de
mogelijkheid van een
echte aanwezigheid). Of er een werkelijk doel is (en niet zomaar een wiskundige limiet of zoiets), is een metafysisch probleem, dat enkel kan 'opgelost' worden door de daad van geloof of ongeloof en dat niet rationeel beargumenteerd kan worden. Mijn punt is echter dat men via het inzicht in de emergente structuren van (locaal eenvoudige, 'domme') dynamische systemen de
noodzaak van een bedoeling kan elimineren (in tegenstelling tot de
mogelijkheid).
We zien genoeg voorbeelden van macroscopische orde die 'vanzelf' ontstaan omdat deze ordening bijvoorbeeld een lagere energie toestand vertegenwoordigd op microscopisch niveau. De macroscopische orde volgt dan direct uit de eigenschappen op microscopisch niveau, de individuele ordening van de deeltjes op microscopisch niveau is niet significant, je kunt je voorstellen dat je deeltjes kunt uitwisselen zonder dat dit orde zou veranderen, deze orde heeft geen betekenis.
Beweer ik dan ergens dat er overal een 'organische' orde heerst? Er zijn genoeg fenomenen die juist hun stabiliteit of 'aard' te danken hebben aan 'chaos'. Er zijn nog veel gekkere dingen denkbaar:
Er is in zekere zin maar één discreet dynamisch systeem dat in staat is fundamentele complexiteit te vertonen: De Universele Turingmachine, die elk algoritme kan uitvoeren. In ieder ander systeem dat sterk genoeg is kan een Turingmachine 'ontstaan'. Typisch voorbeeld:
Game Life! Gevolg: aangezien een Universele Turingmachine het gehele
fysische heelal kan simuleren, indien we veronderstellen dat er een berekenbare Theory of Everything vindbaar is, is het zelfs mogelijk dat ons universum niets anders is dan een uit de hand gelopen Game Life. De moraal is dat het denken over 'de uiteindelijke oerstof' of 'de intelligente ontwerper van het leven' volkomen onwetenschappelijk is en buiten de logica en wiskunde valt.