Dit zou mijn aanpak zijn, al klopt mijn uitwerking niet.
Je stelt eerst
\(c_3 = \alpha c_1 + \beta c_2\)
en je beschouwt
\(f(c_3)\)
. Deze kun je op twee manieren uitrekenen, namelijk door
\(c_3\)
in te vullen in
\(f\)
of door
\(c_1\)
en
\(c_2\)
in te vullen in
\(f\)
en
\(\alpha f(c_1) + \beta f(c_2)\)
te berekenen. In beide gevallen krijg je dan als antwoord
\(x(\alpha,\beta) c_1 + y(\alpha,\beta) c_2\)
, waarna je zowel de
\(x\)
als de
\(y\)
van beide methoden aan elkaar gelijk stelt. Dit levert twee vergelijkingen op, met twee onbekenden
\(\alpha\)
en
\(\beta\)
. Wanneer de oplossing(en) van dit systeem niet in
\(Q\)
liggen, heb je bewezen dat er geen
\(\alpha\)
en
\(\beta\)
zijn, zodanig dat
\(c_3 = \alpha c_1 + \beta c_2\)
.
Maar nu de uitvoering. Hier ga ik zelf dus ook de mist in.
Enerzijds:
\(f(c_3) = f(2c_1 + c_3) - f(2c_1) = 3c_3 - 2f(c_1) = 3c_3 + 6c_1 - 2c_2 = (3\alpha+6)c_1 + (3\beta-2)c_2\)
Anderzijds:
\(f(c_3) = \alpha f(c_1) + \beta f(c_2) = -3 \alpha c_1 + \alpha c_2 + 4 \beta c_1 - 2 \beta c_2 + 4 \beta c_3 = (-3 \alpha + 4 \beta + 4 \alpha \beta) c_1 + (\alpha -2 \beta + 4 {\beta}^2) c_2\)
Oftewel:
\(3 \alpha + 6 = -3 \alpha + 4 \beta + 4 \alpha \beta\)
\(3 \beta - 2 = \alpha - 2 \beta + 4 {\beta}^2\)
Met als oplossingen:
\((\alpha,\beta) = (-\frac{7}{2},\frac{3}{2})\)
,
\((-1,\frac{1}{4})\)
of
\((-1,1)\)
. Ik zie dus nog geen reden om aan te nemen dat
\(c_1, c_2, c_3\)
onafhankelijk zijn, maar misschien heb ik een rekenfout gemaakt (of misschien klopt mijn aanpak wel gewoon niet).