Ik moet zeggen dat ik er niet al te veel vanaf weet, maar volgens mij klopt je verhaal over QFT niet helemaal. Denk bijvoorbeeld aan virtuele deeltjes, die gaan wel degelijk sneller dan licht.
De equal-time commutation relations die jij opschrijft zijn volgens mij juist bedoeld om te zorgen dat
klassieke informatie niet sneller dan licht gaat.
Hetzelfde geldt bij de EPR-paradox: mijn spin-operator Sz commuteert met die van jou, ze zijn immers hetzelfde en daarom is de kansverdeling voor de te meten spin voor jou onafhankelijk van de vraag of ik wel of geen meting gedaan heb.
Overigens bedenk ik mij nu net dat wat ik eerder zei over QM ook niet klopt. We kunnen immers ook twee niet commuterende operatoren gebruiken. Bijv: ik meet Sz en jij meet Sx. In dat geval zal voor jou de kansverdeling wel afhankelijk zijn van mijn meting.
QFT biedt de oplossing. Omdat we locale operatoren gebruiken en deze operatoren commuteren als ze een ruimte-achtig interval hebben, kan klassieke informatie niet meer sneller dan licht reizen. Als ik een meting doe zal de wave-function wel degelijk instantaan overal naar een eigentoestand vervallen, maar dat maakt voor jou kansverdeling niet uit.
denk je het volgende experiment in: We hebben duizend verstrengelde deeltjesparen met spin up of down. Ik heb steeds de ene helft van ieder paar, en jij de andere. Ik meet razendsnel de spins van alle deeltjes. Ik zal waarschijnlijk 500 keer 'up' en 500 keer 'down' meten. Eén nanoseconde later doe jij hetzelfde. Alle deeltjes zijn nu vervallen naar een eigentoestand. Jij zal dus zeker ook 500 keer 'up' en 500 keer 'down' vinden.
Echter, als ik geen meting had gedaan en alle deeltjes nog steeds in een superpositie hadden gezeten dan was voor jou meting de verwachtingswaarde nog steeds 500 down + 500 up geweest. Jij kan dus op geen enkele manier achterhalen of ik een meting gedaan heb. Dit komt wiskundig gezien neer op het feit dat onze operatoren commuteren.
Mijn conclusie is dus als volgt:
1) QM en SRT zijn wel degelijk inconsistent (ondanks wat ik eerder zei). Met QM kan klassieke informatie sneller dan licht.
2) De oplossing hiervoor zit in QFT. Dankzij het feit dat we locale operatoren gebruiken die commuteren bij een ruimte-achtig interval kan
klassieke informatie niet meer sneller dan licht. (Maar quantummechanische informatie kan dat nog steeds wel.)
Grappig trouwens: doordat ik hierover met jou in discussie ga en erover nadenk leer ik meer dan wat ik erover geleerd heb bij mijn studie
