gmlk schreef:
Ten eerste merk ik alleen op dat er meerdere definities van het begrip soort in omloop zijn en dat men hier rekening mee moet houden omdat de gekozen definitie in grote mate de conclusies die gemaakt zullen worden zal bepalen.
Een definitie wordt niet zomaar gekozen en er zijn niet zomaar zoveel soortsconcepten in omloop. De praktijk laat simpelweg niet toe dat er één of enkele allesverklarende concepten zijn. Genetische diversiteit in populaties leidend tot nieuwe soorten is op te vatten als spectrum met aan de ene kant een homogene populatie en aan de andere kant twee populaties die genetisch ver bij elkaar verwijderd zijn en aldus reproductief geïsoleerd zijn, denk hier bij aan Dobzhansky-Muller incompatibiliteit.
Het wordt overigens wel als veilige aanname gezien om het biologische soortsconcept te hanteren, de overige soortsconcepten zijn veel subtieler van karakter.
Het is zelfs mogelijk dat er binnen één of twee generaties een nieuwe soort ontstaat, dit kan alleen bij planten. Twee gameten kunnen diploid blijven en versmelten, het resultaat is een tetraploide plant. Deze plant is niet in staat om met de ouderplant voor nakomeligen te zorgen omdat het resultaat triploid zou zijn en dat kan al geen vruchtbare nakomelingen opleveren (segregatie van chromosomen in de meiose loopt in de soep), maar vaak zijn dergelijk triploide planten zelf al slecht levensvatbaar.
Ten tweede zou ik graag willen weten in hoever er genetische verschillen zijn tussen deze twee populaties. De populaties blijven in beweging en wie weet dat ze over enkele duizenden jaren weer samensmelten? Of wellicht dat een van de twee uiteindelijk doodloopt en later weer opnieuw ontstaat uit de andere populatie? We hebben hoe dan ook meer informatie nodig.
Genoeg genetische verschillen om een nieuwe soort te vormen
Opnieuw samensmelten van twee nieuwe soorten is overigens zeer onwaarschijnlijk.
We hebben nu genoeg informatie om te concluderen dat er nieuwe sooren zijn ontstaan.
Ten derde heb ik geen idee waarom succesvolle voortplanting van willekeurig twee individuen van dezelfde soort een absolute eis zou moet zijn.
Wat zou dan het onderscheidende kenmerk moeten zijn?
Bedenk overigens dat het niet kunnen krijgen van vruchtbare nakomelingen meestal niet op zichzelf staat, seke als de genetische afstand nog verder wordt vergroot. Er reden onherroepelijk verschillen op in morphologie, gedrag, ecologie etc.