@Vijv,
Zoals eerder belooft:
Als u weergeeft hoe u denkt dat ik Collatz heb bewezen zal ik aangeven waar uw denkfout zit indien u meent een hiaat te hebben gevonden.
Fermat gaat vermoedelijk geen antwoord geven, dus ik denk dat je het dan beter gewoon post.
Opletten R-Bena,
Het gaat over deze vraag.vijv schreef: ↑vr 13 feb 2026, 15:59We zijn aan het discussiëren over punt 7 waar volgens mij je bewijs niet klopt. Motief 1 en motief 2 komen in deze stap niet voor.Gast schreef: ↑di 27 jan 2026, 17:46
We werken in N plus 0.
Beschouw de oneindige deelverzameling W van N bestaande uit 4-vouden en oneven getallen.
motief1:
motief1(a)=(9·a-8·4^n+8)/(12·4^n) als a=0 (mod 4) neem n maximaal waarbij motief1(a) is geheel.
motief1(a)=(9·a-4·4^n+7)/(6·4^n) als a=1 (mod 2) neem n maximaal waarbij motief1(a) is geheel.
De functie heeft de volgende eigenschappen:
1. Er bestaat stabiel punt uit motief1(a)=a en dat geeft a=0.
2. Motief1 is een gesloten functie.
3. Elke element van W heeft als inverse een oneindige deelverzameling D bestaande uit twee oneindige disjuncte deelverzamelingen A en B.
4. Alle elementen van A hebben een groter origineel.
5. Door punt 4 kunnen er geen lussen ontstaan in voorwaartse richting, want achterwaarts gaan de 0 (mod 4) getallen alleen maar omhoog.
6. Alleen kleinste element b van B kan (hoeft niet) de eigenschap hebben dat motief1(b)>b.
7. Verzameling D (uit 3) heeft een kleinste element, dus in voorwaartse richting kunnen we niet naar oneindig gaan, want 1 stap achterwaarts hebben we een kleinste element die in voorwaartse richting dan ineens oneindig wordt, onmogelijk.
8. Een kleinste element kan niet oneindig zijn in N.
9. Uit deze punten volgt dat elk element uit W door motief1 naar 0 gaat.
Zoals ik aantoonde zal in voorwaartse richting het kleinste element niet naar oneindig gaan omdat D enkel eindige elementen kan bevatten. De gevolgtrekking is echter foutief want het kleinste element kan wel voorwaarts groter en groter worden zonder oneindig te bereiken en dus geen stabiel punt bereiken. Waar ga ik volgens jou de mist in?
U zegt maar wat maar u begrijpt het hele bewijs niet eens.WillemB schreef: ↑za 14 feb 2026, 19:19 Hier gaat je bewijs de fout in, hiervoor zal je toch eerst het pariteits probleem moeten oplossen,
dat doe je niet, sterker je negeert het gewoon, dat is nog niemand gelukt, dus is het bewijs ongeldig.
Tevens is je bewijs na verwijderen van de mist, niets anders dan kansberekening van viervouden en oneven getallen.
Waarvoor je dan blijkbaar allerlei verzamelingen nodig hebt, om te verhullen dat het om kansberekening gaat.
Ook kansberekening geld niet als bewijs.
U heeft te weinig kennis omtrent dit onderwerp, dit maakt een discussie onmogelijk.WillemB schreef: ↑za 14 feb 2026, 19:35 Juist in je metafor ga je voorbij aan het paritieits probleem, juist daar zag ik het duidelijk.
Je zegt het hierboven ook duidelijk:
""De verbinding van D1 naar D2 gaat via motief1 en motief2. Als u zegt “die gebruiken we niet”, dan begrijpt u de werking niet.
Het kleinste element kan heel heel vaak achter elkaar stijgen, maar zal uiteindelijk moeten buigen en moeten afdalen naar stabiel punt.""
In deze zin ga je klakkeloos voorbij aan het partiteits probleem
Ik zal u uit de droom help.