Weeral iets wat waarschijnlijk belachelijk eenvoudig is, maar waar ik niet echt uitkom.
Eerst even een gedachten experiment.
Stel men heeft een bolvormige gloeilamp met bolvormig filament.
Men steekt die lamp een zekere tijd aan en schakelt die af.
In de tijd dat de lamp brandde heeft het licht / straling zich bolvormig in alle richtingen verspreid.
De straling leeft dan zijn eigen leven, en verwijdert zich in alle richtingen steeds verder van de oorspronkelijke start plaats met snelheid c.
Dus neem ik aan dat er tussen de maan en de aarde geen straling van de lamp meer aanwezig is.
Hoe zit dat dan met de "achtergrondstraling ?
Stel dat de Big Bang (BB) op één plaats gebeurde, en dus de functie van gloeilamp heeft van hierboven.
Is er dan ook geen achtergrondstraling meetbaar tussen de aarde en de maan ?
.....................................................
Bijkomende bedenking / vraag.
Kan de achtergrondstraling toenemen als ze niet het gevolg zou zijn van de BB maar door de toenemende omzetting van materie in straling alomtegenwoordig.
Of kan ze afnemen door de toenemende omzetting van straling in materie ?
Ik weet niet als de wetenschap er uit is als als functie van de tijd materie omgezet wordt in straling dan wel omgekeerd.
(Had ik al eens een topic over gemaakt met geen eenduidig slot / besluit)
Puzzels