Op het huidige grondgebied van Noord-Frankrijk leefde zo’n 247 miljoen jaar geleden een klein reptiel. Het dier bewoog zich tussen metershoge varens en andere oervegetatie, op zoek naar insecten om te vangen. Op zijn rug prijkte een opvallende kam, opgebouwd uit structuren die op veren lijken, maar dat niet zijn.
In werkelijkheid gaat het om een geheel nieuw type huiduitgroeisel – geen schubben, haren of veren – dat zelfstandig in de evolutie is ontstaan.
Uitgroeisels van de huid, zoals haren en veren, zijn een belangrijk kenmerk van zoogdieren, vogels en reptielen. In de evolutie waren het belangrijke 'innovaties', zegt Spiekman. "Mensen waren er niet geweest als haren nooit waren gevormd. Haren stelden ons zoogdieren in staat ons lichaam te bedekken en een constante temperatuur te handhaven."
(...)
Lege aarde
De genen die nodig zijn om haren, veren en schubben te maken zijn al heel oud. In de evolutie blijken uit die genen dus op diverse momenten uitgroeisels uit de huid te zijn ontstaan. Zoals, nu blijkt, ook de 'alternatieve veer' van Mirasaura.
Mirasaura leefde in een tijdperk dat het trias heette. Vijf miljoen jaar eerder was een groot deel van het leven op aarde uitgestorven, waarschijnlijk door grootschalige vulkaanuitbarstingen. "De wereld was dus vrij leeg", zegt Spiekman. "Er ontwikkelden zich heel veel nieuwe dieren- en plantensoorten die de leeggekomen ruimte innamen. Vooral reptielen maakten daar enorm gebruik van."
https://nos.nl/artikel/2576129
Puzzels