Als je een liniaal met LL-schalen hebt wordt het eenvoudiger:
Doorgaans staan in dit geval deze 3 schalen op de liniaal:
LL1 = e^{0.01x}
LL2 = e^{0.1x}
LL3 = e^{x}
met op elkaar aansluitende waarden van 1.010 t/m 10^5
Voorbeeld:
Voor 3^x:
Zoek op de LL-schalen waarde 3,
zet daar de haarlijn op,
zet de 1 van de x-schaal op de schuif (doorgaans C) ook onder de haarlijn.
De C schaal fungeert nu als exponent x, de waarden van 3^x lees je af op de LL schalen:
- verplaats de haarlijn naar de 2 op de C schaal, dan geeft
LL3 = 3^x = 3^2 = 9
LL2 = 3^{0.1x} = 3^{0.2} = 1.246
LL1 = 3^{0.01x} = 3^{0.02} = 1.0222