\(\alpha_n\)
ook daadwerkelijk hetzelfde zijn (zonder een uitdrukking te geven in a, b en n). Bij vraag b.) wordt je gevraagd voor \alpha_n en \beta_n een uitdrukking te vinden in a, b en n.
Als je bij vraag b.) bewijst dat de beide elementen aangegeven met \alpha_n dezelfde uitdrukking hebben in a, b en n, dan maak je daarmee ook vraag a.). Je kan de vraag dus op (minstens) twee manieren beantwoorden.
Puzzels