Kom er niet uit bij de uitwerking van de tellers bij het breukdelen. Stelsel is tegenstrijdig. Vermoed dat er ergens nog een x in de teller moet vanwege het ontbreken van x in de teller van de oorspronkelijke breuk.
De breuksplitsing van het quotient hieronder heeft 3 termen waarvan 1 van de derde graad. Als ik zelf de noemer opdeel dan heb ik ( x-2) en (x-2)^2. Hoe komt die derde graad in beeld? Begrijp de denkwijze niet.
โ2 vervalt als oplossing voor de veelterm hieronder. Neem aan dat dit is vanwege een extra bestaansvoorwaarde door de kwadratering bij het sterretje. Begrijp echter niet waarom.
Als ik bol b van a aftrek krijg ik de vergelijking van een vlak. Lijkt mij ok, is het snijvlak van de bollen.
Als ik dan dit vlak van c aftrek dan zit ik terug met een cirkel.
Vraag: Bepaal alle punten die op afstand โ14 liggen van elk van de punten
a(1, 0, 3)
b(2, โ1, 1)
c(3, 1, 2)
Mijn oplossing is een bol van punten terwijl de gegeven oplossing slechts 2 punten zijn. Duidelijk dat mijn redenering niet klopt. Die is de snijpunten van deze 3 bollen zoeken.