Hier volgt een voorbeeld en het antwoord van opdracht 22.a: vergelijking:2x+30000=2,5x Variabelen naar één kant 2x wordt 0(dus niks) en 2,5x wordt 0,5 30000=0,5x -> 30000/0,5=60000 x=60000 Nu moet je het in beide formules invullen; 2*60000+30000=150000 2,5*60000=150000 Het klopt, nu nog het snijpunt...