door eendavid » za 21 jul 2007, 00:47
Als je geen meting doet bevindt het deeltje zich in een toestand. Bijvoorbeeld: het elektron in het waterstofatoom bevindt zich in de 1s-orbitaal. (deze toestand hoeft niet per se een eigentoestand zoals het 1s-orbitaal te zijn, maar voor de eenvoud onderstellen we nu van wel) Deze toestand is niet per se diagonaal in de coördinaatrepresentatie. Dit betekent fysisch: je kan niet per se 1 set ruimtecoördinaten associëren aan deze toestand, of nog "het elektron is op verschillende plaatsen tegelijk". Maar als je een meting doet van de positie van het elektron, springt de toestand van het elektron naar een toestand waaraan deze gemeten ruimtecoördinaat geassociëerd kan worden. Daarna evolueert het elektron verder. Als je verder gaat in de QM, leer je dat wanneer de toestand met welbepaalde ruimtecoördinaten geen eigentoestand is van de hamiltoniaan (maar een lineaire combinatie van dergelijke eigentoestanden), de toestand evolueert naar een toestand waaraan opnieuw geen welbepaalde ruimtecoördinaat kan worden gehecht.
Mijn antwoorden slaan op kansen om bepaalde meetresultaten te bekomen (zoals "het elektron bevindt zich in de kern"), wanneer de toestand van het deeltje gekend is. Maar je hebt gelijk, het proces van meten in quantum mechanica is verre van triviaal, en (voor de volledigheid) er zijn alternatieve formuleringen van een QM meting mogelijk. Of deze in één twee drie zijn uit te leggen betwijfel ik. POVM is de google-sleutel (maar als je QM nog niet kent is dat misschien niet evident). Hoe dan ook, dit verandert niets aan mijn bovenstaande antwoorden, omdat die discussie voornamelijk gaat over de toestand onmiddellijk na meting.
noot: in principe past deze topic toch gewoon bij fysica (?)
Als je geen meting doet bevindt het deeltje zich in een toestand. Bijvoorbeeld: het elektron in het waterstofatoom bevindt zich in de 1s-orbitaal. (deze toestand hoeft niet per se een eigentoestand zoals het 1s-orbitaal te zijn, maar voor de eenvoud onderstellen we nu van wel) Deze toestand is niet per se diagonaal in de coördinaatrepresentatie. Dit betekent fysisch: je kan niet per se 1 set ruimtecoördinaten associëren aan deze toestand, of nog "het elektron is op verschillende plaatsen tegelijk". Maar als je een meting doet van de positie van het elektron, springt de toestand van het elektron naar een toestand waaraan deze gemeten ruimtecoördinaat geassociëerd kan worden. Daarna evolueert het elektron verder. Als je verder gaat in de QM, leer je dat wanneer de toestand met welbepaalde ruimtecoördinaten geen eigentoestand is van de hamiltoniaan (maar een lineaire combinatie van dergelijke eigentoestanden), de toestand evolueert naar een toestand waaraan opnieuw geen welbepaalde ruimtecoördinaat kan worden gehecht.
Mijn antwoorden slaan op kansen om bepaalde meetresultaten te bekomen (zoals "het elektron bevindt zich in de kern"), wanneer de toestand van het deeltje gekend is. Maar je hebt gelijk, het proces van meten in quantum mechanica is verre van triviaal, en (voor de volledigheid) er zijn alternatieve formuleringen van een QM meting mogelijk. Of deze in één twee drie zijn uit te leggen betwijfel ik. POVM is de google-sleutel (maar als je QM nog niet kent is dat misschien niet evident). Hoe dan ook, dit verandert niets aan mijn bovenstaande antwoorden, omdat die discussie voornamelijk gaat over de toestand onmiddellijk na meting.
noot: in principe past deze topic toch gewoon bij fysica (?)