door eendavid » do 07 jan 2010, 23:23
Het uitdijen van het universum moet je zien zoals het rijzen van een krentenbrood. Hierbij stelt de deeg ruimte (of duidelijker: afstanden) voor, en de krenten stellen de sterrenstelsels (eigenlijk clusters) voor. De ruimte (deeg) kreeg initieel een zekere expansiesnelheid, waardoor de clusters (krenten) aan een zekere snelheid van elkaar wegbewegen. Nu zijn de wetten van dit spel zo, dat de massaverdeling (dus de clusters) de geometrie beïnvloedt (dit zijn de bekende Einstein veldvergelijkingen). De clusters zullen via deze geometrie dus elkaars werking voelen, dit is zwaartekracht zoals ze in algemene relativiteit wordt beschreven. Misschien is dit duidelijker in codetaal: de krenten beïnvloeden hoe de deeg beweegt, en doordat de krenten met de deeg meebewegen, interageren de krenten met elkaar. En zoals we allemaal weten is zwaartekracht aantrekkend voor normale materie, dus wordt de geometrie zo beïnvloed dat de expansie wordt afgeremd. Het verhaal bij normale materie is dus: de ruimte zet uit sins de big bang, en wordt hierbij afgeremd door de zwaartekracht.
In werkelijkheid zitten clusters niet zo 'vast' aan de ruimte als krenten in een deeg. Daardoor is er een statistische afwijking op het verhaal: clusters die dichtbij zijn kunnen naar ons toe bewegen en dan zien we blauwverschuiving. Het is dus niet zo dat de blauwverschuiving zou komen door onze aantrekking, of dat de roodverschuiving komt door aantrekking van verre stelsels (het is een snelheid die de roodverschuiving veroorzaakt, geen versnelling). Maar je besluit sluit zeer dicht aan bij het correcte besluit. Als er enkel normale materie zou zijn, zijn er 2 mogelijkheden:
A. Er is voldoende materie om de initiële expansiesnelheid om te buigen, en uiteindelijk komt er blauwverschuiving. In dit scenario komt er een big crunch.
B. Er is onvoldoende materie om de initiële expansiesnelheid om te buigen, en er blijft een roodverschuiving. De expansiesnelheid zal steeds afnemen, maar blijft positief.
Noot: tegenwoordig is dat verhaal niet meer correct. Waarnemingen suggereren dat ons heelal grotendeels bestaat uit materie die niet normaal is. Deze rare materie (die een negatieve druk heeft) veroorzaakt een versnellende expansie.
Het uitdijen van het universum moet je zien zoals het rijzen van een krentenbrood. Hierbij stelt de deeg ruimte (of duidelijker: afstanden) voor, en de krenten stellen de sterrenstelsels (eigenlijk clusters) voor. De ruimte (deeg) kreeg initieel een zekere expansiesnelheid, waardoor de clusters (krenten) aan een zekere snelheid van elkaar wegbewegen. Nu zijn de wetten van dit spel zo, dat de massaverdeling (dus de clusters) de geometrie beïnvloedt (dit zijn de bekende Einstein veldvergelijkingen). De clusters zullen via deze geometrie dus elkaars werking voelen, dit is zwaartekracht zoals ze in algemene relativiteit wordt beschreven. Misschien is dit duidelijker in codetaal: de krenten beïnvloeden hoe de deeg beweegt, en doordat de krenten met de deeg meebewegen, interageren de krenten met elkaar. En zoals we allemaal weten is zwaartekracht aantrekkend voor normale materie, dus wordt de geometrie zo beïnvloed dat de expansie wordt afgeremd. Het verhaal bij normale materie is dus: de ruimte zet uit sins de big bang, en wordt hierbij afgeremd door de zwaartekracht.
In werkelijkheid zitten clusters niet zo 'vast' aan de ruimte als krenten in een deeg. Daardoor is er een statistische afwijking op het verhaal: clusters die dichtbij zijn kunnen naar ons toe bewegen en dan zien we blauwverschuiving. Het is dus niet zo dat de blauwverschuiving zou komen door onze aantrekking, of dat de roodverschuiving komt door aantrekking van verre stelsels (het is een snelheid die de roodverschuiving veroorzaakt, geen versnelling). Maar je besluit sluit zeer dicht aan bij het correcte besluit. Als er enkel normale materie zou zijn, zijn er 2 mogelijkheden:
A. Er is voldoende materie om de initiële expansiesnelheid om te buigen, en uiteindelijk komt er blauwverschuiving. In dit scenario komt er een big crunch.
B. Er is onvoldoende materie om de initiële expansiesnelheid om te buigen, en er blijft een roodverschuiving. De expansiesnelheid zal steeds afnemen, maar blijft positief.
Noot: tegenwoordig is dat verhaal niet meer correct. Waarnemingen suggereren dat ons heelal grotendeels bestaat uit materie die niet normaal is. Deze rare materie (die een negatieve druk heeft) veroorzaakt een versnellende expansie.