door Gast » zo 16 mar 2025, 13:07
Heikos schreef: ↑do 21 mei 2009, 21:15
Over dit probleem is al veel geschreven en volgens mij is er nog nooit iemand uit gekomen, maar goed. Het probleem is als volgt:
Er zijn twee mogelijkheden in voor het ontstaan van alles (bijv. het universum of het multiversum of wat dan ook):
Mogelijkheid 1: er is een beginpunt geweest waarop alles begon
Mogelijkheid 2: alles was er altijd al
Beide mogelijkheden leiden, voor zover ik kan zien, tot een onmogelijkheid en toch zijn we er
Mogelijkheid 1: Hoe kan er iets ontstaan uit niets. Het eerste dat bestaat kan geen reden hebben waarom het is ontstaan. Anders zou de reden er eerst geweest moeten zijn en hoe ontstond deze reden dan?
Mogelijkheid 2: Als alles er altijd al was, dan zou je oneindig lang terug kunnen gaan in het verleden en er zou nog steeds wat zijn. Bijvoorbeeld in het geval van een oneindig herhalend universum. Echter, vanaf oneindig lang geleden tot nu duurt oneindig lang en zou je nooit dit moment kunnen bereiken.
In het eerste geval lijkt het probleem te zitten in de ontoereikendheid van logica dat niet voor dit soort problemen geschikt is. Logica is namelijk: als a en b, dan c. En dus kun je geen logica toepassen op mogelijkheid 1.
Bij de tweede mogelijkheid lijkt het probleem te zitten in de term oneindigheid, wat bij mij eigenlijk altijd problemen oplevert.
Elke wijsheid is welkom!
Logica is niet alleen als a en b dan c!
Wat is logica?
De uitspraak a=a?
Ja, in de logica is de uitspraak “a = a” een voorbeeld van de wet van identiteit, een van de fundamentele principes van klassieke logica. Deze wet stelt dat elk object identiek is aan zichzelf. Het is een basisprincipe dat helpt bij het definiëren van gelijkheid en consistentie binnen logische systemen.
Naast de wet van identiteit zijn er nog twee andere fundamentele wetten in de klassieke logica:
1. Wet van non-contradictie: Een bewering kan niet tegelijkertijd waar en onwaar zijn. Formeel: ¬(A ∧ ¬A).
2. Wet van het uitgesloten midden: Een bewering is ofwel waar, ofwel onwaar; er is geen derde mogelijkheid. Formeel: A ∨ ¬A.
Deze drie wetten vormen samen de basis van de klassieke logica en zijn essentieel voor het begrijpen en construeren van geldige redeneringen. 
[quote=Heikos post_id=518307 time=1242933351 user_id=11864]
Over dit probleem is al veel geschreven en volgens mij is er nog nooit iemand uit gekomen, maar goed. Het probleem is als volgt:
Er zijn twee mogelijkheden in voor het ontstaan van alles (bijv. het universum of het multiversum of wat dan ook):
Mogelijkheid 1: er is een beginpunt geweest waarop alles begon
Mogelijkheid 2: alles was er altijd al
Beide mogelijkheden leiden, voor zover ik kan zien, tot een onmogelijkheid en toch zijn we er ;)
Mogelijkheid 1: Hoe kan er iets ontstaan uit niets. Het eerste dat bestaat kan geen reden hebben waarom het is ontstaan. Anders zou de reden er eerst geweest moeten zijn en hoe ontstond deze reden dan?
Mogelijkheid 2: Als alles er altijd al was, dan zou je oneindig lang terug kunnen gaan in het verleden en er zou nog steeds wat zijn. Bijvoorbeeld in het geval van een oneindig herhalend universum. Echter, vanaf oneindig lang geleden tot nu duurt oneindig lang en zou je nooit dit moment kunnen bereiken.
In het eerste geval lijkt het probleem te zitten in de ontoereikendheid van logica dat niet voor dit soort problemen geschikt is. Logica is namelijk: als a en b, dan c. En dus kun je geen logica toepassen op mogelijkheid 1.
Bij de tweede mogelijkheid lijkt het probleem te zitten in de term oneindigheid, wat bij mij eigenlijk altijd problemen oplevert.
Elke wijsheid is welkom!
[/quote]
Logica is niet alleen als a en b dan c!
Wat is logica?
De uitspraak a=a?
Ja, in de logica is de uitspraak “a = a” een voorbeeld van de wet van identiteit, een van de fundamentele principes van klassieke logica. Deze wet stelt dat elk object identiek is aan zichzelf. Het is een basisprincipe dat helpt bij het definiëren van gelijkheid en consistentie binnen logische systemen.
Naast de wet van identiteit zijn er nog twee andere fundamentele wetten in de klassieke logica:
1. Wet van non-contradictie: Een bewering kan niet tegelijkertijd waar en onwaar zijn. Formeel: ¬(A ∧ ¬A).
2. Wet van het uitgesloten midden: Een bewering is ofwel waar, ofwel onwaar; er is geen derde mogelijkheid. Formeel: A ∨ ¬A.
Deze drie wetten vormen samen de basis van de klassieke logica en zijn essentieel voor het begrijpen en construeren van geldige redeneringen.