door Marko » za 19 jul 2008, 19:16
Wat je aanduidt met "een beperking van de meetapparatuur" is in feite een van de grondbeginselen van de quantummechanica. Ik kan natuurlijk niet in je hoofd kijken, maar ik denk dat je het twee keer over hetzelfde hebt, namelijk quantummechanica, maar dat het op verschillende manieren aan je is uitgelegd.
Deeltjes kunnen niet fysiek op 2 plaatsen tegelijk zijn, ook niet in de QM. Wat wel kan, is dat je niet weet waar een deeltje precies is, omdat je nog niet gemeten hebt. De QM beschrijft zo'n situatie dan door te stellen dat zo'n deeltje een bepaalde waarschijnlijkheid heeft om ergens te zijn, dat er een bepaalde waarschijnlijkheid is dat je een deeltje op een bepaalde plaats aantreft. Als er om de een of andere reden maar 2 mogelijkheden zijn, dan hebben beide mogelijkheden een kans van 50%. Dat wordt soms uitgelegd als zou het deeltje voor de helft op plaats A zijn en voor de helft op plaats B, op 2 plaatsen tegelijk dus. Maar op het moment dat je gaat meten, tref je het deeltje ofwel volledig op plaats A, ofwel volledig op plaats B aan.
Vantevoren is niet te voorspellen of het op plaats A of B zal zijn. Dat gebeurt (schijnbaar) willekeurig. Je weet alleen, dat als je zo'n experiment vaak doet, dat dan beide mogelijkheden even vaak voorkomen. Het is niet bekend hoe en waarom zo'n deeltje kiest voor A of voor B, en als hij voor A kiest, wat er dan met optie B gebeurt.
Dat in de praktijk tot best rare situaties. Neem bijvoorbeeld radioactieve elementen kijkt, die geven straling af omdat er in een van de atomen een deeltje vervalt. Dat gaat ook volkomen willekeurig, en vantevoren is niet bekend welk deeltje wanneer gaat vervallen. Je weet alleen dat gemiddeld genomen eens in de zoveel tijd een deeltje vervalt. Die tijd is voor elke radioactieve stof anders, maar is voor dezelfde stof wel altijd hetzelfde, wat je er ook mee doet. Als je zo'n klompje in tweeen breekt, dan vervallen beide klompjes nog steeds even snel. En dat is natuurlijk best raar, want het is niet zo dat de atomen telefonisch overleg houden wie wanneer moet vervallen om de gemiddelde snelheid hetzelfde te houden.
Die onbekendheid, die willekeur, die toch op macroschaal voor voorspelbaar gedrag zorgt, is voor sommige mensen aanleiding geweest om te veronderstellen dat er meerdere universa zijn, die op de een of andere manier aan elkaar gelinkt zijn. Als een deeltje in universum 1 kiest voor optie A, dan kiest ie in universum 2 automatisch voor optie B. Op die manier worden alle opties even vaak gekozen. Op die manier vervallen ook op ieder moment evenveel radioactieve elementen, alleen niet in ieder universum op hetzelfde moment.
Een ander aspect is dat je met die theorie een aantal problemen met betrekking tot tijreizen kunt omzeilen. Wanneer je binnen je eigen universum terug in de tijd zou reizen naar een moment dat je nog niet geboren was en daar je opa zou vermoorden, dan heb je een probleem. Want dan kun je op dat moment niet meer bestaan. Maar als je dan niet meer bestaat, dan had je ook je opa niet kunnen vermoorden, waardoor je dus toch zou kunnen bestaan. Door aan te nemen dat je met tijdreizen niet in je eigen universum terecht komt maar in een parallel universum waar de geschiedenis heel anders kan lopen, los je dat probleem op.
Voor dat idee is, zoals je al aangaf, geen enkel experimenteel bewijs, en het is ook absoluut niet duidelijk hoe dat er zou moeten komen. Het idee lost ook niets op, omdat je nog steeds niet weet waarom iets in welk universum gebeurt. Het tijdreis-aspect is in strijd met een aantal fundamentele natuurwetten, bovendien is nog nooit iemand een tijdreiziger uit de toekomst of uit een ander universum tegengekomen.
Voor sommige (misschien wel de meeste) wetenschappers, en ik ben daar een van, is dat genoeg reden om de hele parallelle wereldentheorie van tafel te vegen.
Wat je aanduidt met "een beperking van de meetapparatuur" is in feite een van de grondbeginselen van de quantummechanica. Ik kan natuurlijk niet in je hoofd kijken, maar ik denk dat je het twee keer over hetzelfde hebt, namelijk quantummechanica, maar dat het op verschillende manieren aan je is uitgelegd.
Deeltjes kunnen niet fysiek op 2 plaatsen tegelijk zijn, ook niet in de QM. Wat wel kan, is dat je niet weet waar een deeltje precies is, omdat je nog niet gemeten hebt. De QM beschrijft zo'n situatie dan door te stellen dat zo'n deeltje een bepaalde waarschijnlijkheid heeft om ergens te zijn, dat er een bepaalde waarschijnlijkheid is dat je een deeltje op een bepaalde plaats aantreft. Als er om de een of andere reden maar 2 mogelijkheden zijn, dan hebben beide mogelijkheden een kans van 50%. Dat wordt soms uitgelegd als zou het deeltje voor de helft op plaats A zijn en voor de helft op plaats B, op 2 plaatsen tegelijk dus. Maar op het moment dat je gaat meten, tref je het deeltje ofwel volledig op plaats A, ofwel volledig op plaats B aan.
Vantevoren is niet te voorspellen of het op plaats A of B zal zijn. Dat gebeurt (schijnbaar) willekeurig. Je weet alleen, dat als je zo'n experiment vaak doet, dat dan beide mogelijkheden even vaak voorkomen. Het is niet bekend hoe en waarom zo'n deeltje kiest voor A of voor B, en als hij voor A kiest, wat er dan met optie B gebeurt.
Dat in de praktijk tot best rare situaties. Neem bijvoorbeeld radioactieve elementen kijkt, die geven straling af omdat er in een van de atomen een deeltje vervalt. Dat gaat ook volkomen willekeurig, en vantevoren is niet bekend welk deeltje wanneer gaat vervallen. Je weet alleen dat gemiddeld genomen eens in de zoveel tijd een deeltje vervalt. Die tijd is voor elke radioactieve stof anders, maar is voor dezelfde stof wel altijd hetzelfde, wat je er ook mee doet. Als je zo'n klompje in tweeen breekt, dan vervallen beide klompjes nog steeds even snel. En dat is natuurlijk best raar, want het is niet zo dat de atomen telefonisch overleg houden wie wanneer moet vervallen om de gemiddelde snelheid hetzelfde te houden.
Die onbekendheid, die willekeur, die toch op macroschaal voor voorspelbaar gedrag zorgt, is voor sommige mensen aanleiding geweest om te veronderstellen dat er meerdere universa zijn, die op de een of andere manier aan elkaar gelinkt zijn. Als een deeltje in universum 1 kiest voor optie A, dan kiest ie in universum 2 automatisch voor optie B. Op die manier worden alle opties even vaak gekozen. Op die manier vervallen ook op ieder moment evenveel radioactieve elementen, alleen niet in ieder universum op hetzelfde moment.
Een ander aspect is dat je met die theorie een aantal problemen met betrekking tot tijreizen kunt omzeilen. Wanneer je binnen je eigen universum terug in de tijd zou reizen naar een moment dat je nog niet geboren was en daar je opa zou vermoorden, dan heb je een probleem. Want dan kun je op dat moment niet meer bestaan. Maar als je dan niet meer bestaat, dan had je ook je opa niet kunnen vermoorden, waardoor je dus toch zou kunnen bestaan. Door aan te nemen dat je met tijdreizen niet in je eigen universum terecht komt maar in een parallel universum waar de geschiedenis heel anders kan lopen, los je dat probleem op.
Voor dat idee is, zoals je al aangaf, geen enkel experimenteel bewijs, en het is ook absoluut niet duidelijk hoe dat er zou moeten komen. Het idee lost ook niets op, omdat je nog steeds niet weet waarom iets in welk universum gebeurt. Het tijdreis-aspect is in strijd met een aantal fundamentele natuurwetten, bovendien is nog nooit iemand een tijdreiziger uit de toekomst of uit een ander universum tegengekomen.
Voor sommige (misschien wel de meeste) wetenschappers, en ik ben daar een van, is dat genoeg reden om de hele parallelle wereldentheorie van tafel te vegen.