door Pointer » do 13 sep 2007, 00:33
Ik wil nog iets toevoegen aan de "verinnerlijking" waar Kind van God het over had toen ze christendom bedoelde en over parallen en verschillen met de islam.
De termen 'innerlijk' en 'geestelijk' bij 'mijn koninkrijk is niet van deze wereld' zijn sterk verwant met de docetische gnostiek die rond de eerste eeuwwisseling sterk in opkomst was.
Dan gaat het over de opstanding uit de dood en verschijnigen na de dood, zoals Paulus zegt; "een vleselijk lichaam is gezaaid en een geestelijk lichaam is opgestaan."
Dat is niet de lichamelijke opstanding die voor joden en moslims plaatsvindt op de Jongste Dag, het Eind der Tijd. Het idee van een geestelijk lichaam is afkomstig uit het Griekse denken, wat door moslims en joden verworpen wordt. Daar kennen beide religies enkele uitzonderingen op, die grotendeels door christenen worden erkend, hoewel dat een vreemd element is. Voorbeelden zijn Henoch, Mozes, Elia en Jezus die ten hemel varen, met in de jongste geschiedenis Maria erachteraan en met terugwerkende kracht.
Mohammed neemt een retourtje naar de hemel op een gevleugeld paard, met als start- en landinsplaats Jeruzalem.
De gnostici hadden een ander idee, namelijk dat 'hun' Jezus geheel als een geestelijke verschijning gezien moet worden. Meer dan enige andere stroming concentreerden zij zich dus op de verinnerlijking van hun religie. In Europa waren dat de Katharen die op last van de paus en de Franse koning geheel werden uitgemoord.
De gnostische stroming doet sterk denken aan de sufibeweging in de islam en die is op haar beurt weer het meest gelieerd aan de sjiïetische stroming. Ook zijn er verbindingen met trancedente meditatie uit oostelijker streken. Feitelijk kunnen we dus het hele conglomeraat van religies niet als strikt gescheiden geloven zien, omdat er altijd wederzijdse invloeden zijn en zijn geweest. Dat geldt ook voor wat de Abrahammitsche religies het heidendom of de afgodendienaars plegen te noemen. Ook het platonische en neoplatonische denken heeft deze godsdiensten sterk beïnvloed. Zo kun je in het Oude Testament het boek Prediker niet los zien van de Hedonistische school en Epicurus. In het boek Esther wordt god zelfs niet één keer genoemd. Op meerdere plaatsen is er in de Psalmen sprake van een raad der goden. In Genesis 6 zien we de zonen van god geplaatst tegenover de dochters der mensen en huwelijken tussen die twee worden sterk afgekeurd.
Wie beweert dat de enige god van joden, christenen en moslims één en dezelfde is, moet echter zijn kennis bij het bestuderen kunstmatig beperken en met drie verschillend gekleurde brillen lezen.
Ignatius, bisschop van Antiogië, bestreed de gnostici in het vroege begin van de 2de eeuw en was de eerste die de evangelische Jezus plaatste in de tijd onder Pontius Pilatus. Vóór die tijd waren Paulus en andere er kennelijk van overtuigd dat met Jezus bedoeld werd, de stichter en leraar van de Esseense kerk (Qumran), die zich ook Kerk van God noemde. Iemand die het Nieuwe Testament voor het eerst leest en voorlopig de eerste vijf boeken overslaat, heeft de juiste volgorde van ontstaan te pakken, want de Evangeliën en Handelingen zijn van latere datum dan de merendeels Paulinische brieven. Ignatius, die voor zijn strijd met de gnostici, behoefte had aan een lijfelijke opstanding van een historische Jezus, heeft het ontstaan en de redactie van de eerste drie evangeliën sterk bevorderd. Daarmee is de Esseense leraar uit het beeld verdwenen omdat die een eeuw eerder geleefd heeft. Iets dergelijks blijkt nu ook met de profeet Mohammed en de koran aan de hand te zijn. De erste moslimgroepen moeten reeds voor de datering van Mohammed gevormd zijn als een variant van het joods/christelijke geloof en er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat Jezus en Mohammed dezelfde voorchristelijke persoon zijn geweest.
Omdat vast staat, dat de joden pas in het midden van de eerste eeuw de canon van het Oude testatament gesloten hebben, de christenen dat deden met de bijbel in de vierde eeuw en de islam er eveneens eeuwen over gedaan heeft om de zuivere koran en de hadith (levensbeschrijving van Mohammed) uit talloze verschillende teksten en orale historie samen te stellen, moet de conclusie zijn dat er veel invloeden, die afwijken van de oorspronkelijke bedoeling, zijn verwerkt in wat later de enige absolute waarheid moest zijn.
Wat echter in alle eeuwen vast gestaan heeft, voor de gelovigen der drie Abrahamitische religies, is, dat het bestaan van de ene eeuwige god onmiskenbaar was. Dat schept dus verplichtingen ten opzichte van die god en daarom is er wel de mogelijkheid tot verzet tegen het geloof, maar is er geen sprake van een vrije wil. Dat god vaak ook kan bepalen wie zich verzet tegen hem en wie hij geloof schenkt, maakt het er niet makkelijker op om het geloof überhaupt serieus te nemen. Als god zich openbaart in de schriften, heeft hij er een rommeltje van gemaakt.
Ik wil nog iets toevoegen aan de "verinnerlijking" waar Kind van God het over had toen ze christendom bedoelde en over parallen en verschillen met de islam.
De termen 'innerlijk' en 'geestelijk' bij 'mijn koninkrijk is niet van deze wereld' zijn sterk verwant met de docetische gnostiek die rond de eerste eeuwwisseling sterk in opkomst was.
Dan gaat het over de opstanding uit de dood en verschijnigen na de dood, zoals Paulus zegt; "een vleselijk lichaam is gezaaid en een geestelijk lichaam is opgestaan."
Dat is niet de lichamelijke opstanding die voor joden en moslims plaatsvindt op de Jongste Dag, het Eind der Tijd. Het idee van een geestelijk lichaam is afkomstig uit het Griekse denken, wat door moslims en joden verworpen wordt. Daar kennen beide religies enkele uitzonderingen op, die grotendeels door christenen worden erkend, hoewel dat een vreemd element is. Voorbeelden zijn Henoch, Mozes, Elia en Jezus die ten hemel varen, met in de jongste geschiedenis Maria erachteraan en met terugwerkende kracht.
Mohammed neemt een retourtje naar de hemel op een gevleugeld paard, met als start- en landinsplaats Jeruzalem.
De gnostici hadden een ander idee, namelijk dat 'hun' Jezus geheel als een geestelijke verschijning gezien moet worden. Meer dan enige andere stroming concentreerden zij zich dus op de verinnerlijking van hun religie. In Europa waren dat de Katharen die op last van de paus en de Franse koning geheel werden uitgemoord.
De gnostische stroming doet sterk denken aan de sufibeweging in de islam en die is op haar beurt weer het meest gelieerd aan de sjiïetische stroming. Ook zijn er verbindingen met trancedente meditatie uit oostelijker streken. Feitelijk kunnen we dus het hele conglomeraat van religies niet als strikt gescheiden geloven zien, omdat er altijd wederzijdse invloeden zijn en zijn geweest. Dat geldt ook voor wat de Abrahammitsche religies het heidendom of de afgodendienaars plegen te noemen. Ook het platonische en neoplatonische denken heeft deze godsdiensten sterk beïnvloed. Zo kun je in het Oude Testament het boek Prediker niet los zien van de Hedonistische school en Epicurus. In het boek Esther wordt god zelfs niet één keer genoemd. Op meerdere plaatsen is er in de Psalmen sprake van een raad der goden. In Genesis 6 zien we de zonen van god geplaatst tegenover de dochters der mensen en huwelijken tussen die twee worden sterk afgekeurd.
Wie beweert dat de enige god van joden, christenen en moslims één en dezelfde is, moet echter zijn kennis bij het bestuderen kunstmatig beperken en met drie verschillend gekleurde brillen lezen.
Ignatius, bisschop van Antiogië, bestreed de gnostici in het vroege begin van de 2de eeuw en was de eerste die de evangelische Jezus plaatste in de tijd onder Pontius Pilatus. Vóór die tijd waren Paulus en andere er kennelijk van overtuigd dat met Jezus bedoeld werd, de stichter en leraar van de Esseense kerk (Qumran), die zich ook Kerk van God noemde. Iemand die het Nieuwe Testament voor het eerst leest en voorlopig de eerste vijf boeken overslaat, heeft de juiste volgorde van ontstaan te pakken, want de Evangeliën en Handelingen zijn van latere datum dan de merendeels Paulinische brieven. Ignatius, die voor zijn strijd met de gnostici, behoefte had aan een lijfelijke opstanding van een historische Jezus, heeft het ontstaan en de redactie van de eerste drie evangeliën sterk bevorderd. Daarmee is de Esseense leraar uit het beeld verdwenen omdat die een eeuw eerder geleefd heeft. Iets dergelijks blijkt nu ook met de profeet Mohammed en de koran aan de hand te zijn. De erste moslimgroepen moeten reeds voor de datering van Mohammed gevormd zijn als een variant van het joods/christelijke geloof en er zijn zelfs sterke aanwijzingen dat Jezus en Mohammed dezelfde voorchristelijke persoon zijn geweest.
Omdat vast staat, dat de joden pas in het midden van de eerste eeuw de canon van het Oude testatament gesloten hebben, de christenen dat deden met de bijbel in de vierde eeuw en de islam er eveneens eeuwen over gedaan heeft om de zuivere koran en de hadith (levensbeschrijving van Mohammed) uit talloze verschillende teksten en orale historie samen te stellen, moet de conclusie zijn dat er veel invloeden, die afwijken van de oorspronkelijke bedoeling, zijn verwerkt in wat later de enige absolute waarheid moest zijn.
Wat echter in alle eeuwen vast gestaan heeft, voor de gelovigen der drie Abrahamitische religies, is, dat het bestaan van de ene eeuwige god onmiskenbaar was. Dat schept dus verplichtingen ten opzichte van die god en daarom is er wel de mogelijkheid tot verzet tegen het geloof, maar [b]is er geen sprake van een vrije wil[/b]. Dat god vaak ook kan bepalen wie zich verzet tegen hem en wie hij geloof schenkt, maakt het er niet makkelijker op om het geloof überhaupt serieus te nemen. Als god zich openbaart in de schriften, heeft hij er een rommeltje van gemaakt.