Een aantal pagina's terug werd Plato tussen neus en lippen door al even genoemd. Ik denk dat de antieken (Plato, Aristoteles) op dit gebied wel een punt hebben.
"Het Goede" bij Plato is het einddoel van het universum, het doel waar alles uiteindelijk naar streeft. Het Goede is dus kennelijk iets wat zo belangrijk is, dat de gehele kosmos-als-zodanig op haar realisatie gericht is (als je Plato mag geloven).
Meer in het bijzonder, is het Goede van de
mens gelegen in datgene wat de mens onderscheidt van alle andere levende wezens en 'dingen', namelijk zijn ratio/intellect/verstand. Immers, doordat de mens over intellect beschikt, onderscheidt hij zich van al het andere (een steen heeft geen intellect, een pantoffeldiertje evenmin). Plato trekt daaruit de conclusie dat het Goede
voor de mens gelegen is in de werkzaamheid van zijn intellect. Dit is zijn "aretè" (deugd, voortreffelijkheid, optimaal functioneren). De mens bereikt dus zijn "bestemming" door optimaal functioneren van zijn intellect. Anders gezegd, het doel van de mens is gelegen in het optimaal functioneren (aretè) van zijn intellect.
Het woord zegt het al: "aretè", wat zoiets als "deugd" of "optimaal functioneren" betekent. Hoe kan de mens volgens Plato dus zijn bestemming vervullen c.q. het Goede benaderen: door middel van
deugd. Omdat deugd bij Plato 'gelinkt' is aan het intellect, trekt Plato de conclusie dat deugd kennelijk inhoudt dat het intellect 'heer en meester' is in de mens, en dat zijn driften/begeerten/instincten daaraan ondergeschikt moeten zijn. Langs die weg komt Plato tot een aantal specifieke deugden zoals verstandigheid, moed, gematigdheid, rechtvaardigheid.
Ik denk dat Plato hier gelijk in heeft. Ik denk dat het Goede inhoudt dat de mens volgens de deugden moet leven, die sinds Plato door allerlei denkers zijn geformuleerd (met name denkers uit de oudheid en het christendom, zoals Thomas van Aquino). (Hierbij merk ik trouwens op dat dit bericht geschreven is door een overtuigd atheïst, maar ik ben niettemin van mening dat we op dit punt veel van het christendom kunnen leren).
Hiermee is trouwens niet veel gezegd over de werkelijke 'inhoud' van het Goede. Er is zijn volgens mij wel twee belangrijke dingen mee gezegd: (1) Hoe het Goede er 'formeel' uit ziet, waar je het 'moet plaatsen', en (2) dat het Goede er voor de mens op neerkomt dat hij zijn intellect moet gebruiken om zijn driften te onderdrukken. Hiermee is dus geen antwoord gevonden op de vraag wat nu precies, helder en concreet, het Goede is, maar - volgens mij - wel waar het mee te maken heeft, en waar we het in elk geval
niet moeten zoeken (dus niet in de driften, begeerten).
(PS: Dit is mijn eerste bericht hier, als ik iets verkeerd doe hoor ik het wel

)
Een aantal pagina's terug werd Plato tussen neus en lippen door al even genoemd. Ik denk dat de antieken (Plato, Aristoteles) op dit gebied wel een punt hebben.
"Het Goede" bij Plato is het einddoel van het universum, het doel waar alles uiteindelijk naar streeft. Het Goede is dus kennelijk iets wat zo belangrijk is, dat de gehele kosmos-als-zodanig op haar realisatie gericht is (als je Plato mag geloven).
Meer in het bijzonder, is het Goede van de [i]mens[/i] gelegen in datgene wat de mens onderscheidt van alle andere levende wezens en 'dingen', namelijk zijn ratio/intellect/verstand. Immers, doordat de mens over intellect beschikt, onderscheidt hij zich van al het andere (een steen heeft geen intellect, een pantoffeldiertje evenmin). Plato trekt daaruit de conclusie dat het Goede [i]voor de mens[/i] gelegen is in de werkzaamheid van zijn intellect. Dit is zijn "aretè" (deugd, voortreffelijkheid, optimaal functioneren). De mens bereikt dus zijn "bestemming" door optimaal functioneren van zijn intellect. Anders gezegd, het doel van de mens is gelegen in het optimaal functioneren (aretè) van zijn intellect.
Het woord zegt het al: "aretè", wat zoiets als "deugd" of "optimaal functioneren" betekent. Hoe kan de mens volgens Plato dus zijn bestemming vervullen c.q. het Goede benaderen: door middel van [i]deugd[/i]. Omdat deugd bij Plato 'gelinkt' is aan het intellect, trekt Plato de conclusie dat deugd kennelijk inhoudt dat het intellect 'heer en meester' is in de mens, en dat zijn driften/begeerten/instincten daaraan ondergeschikt moeten zijn. Langs die weg komt Plato tot een aantal specifieke deugden zoals verstandigheid, moed, gematigdheid, rechtvaardigheid.
Ik denk dat Plato hier gelijk in heeft. Ik denk dat het Goede inhoudt dat de mens volgens de deugden moet leven, die sinds Plato door allerlei denkers zijn geformuleerd (met name denkers uit de oudheid en het christendom, zoals Thomas van Aquino). (Hierbij merk ik trouwens op dat dit bericht geschreven is door een overtuigd atheïst, maar ik ben niettemin van mening dat we op dit punt veel van het christendom kunnen leren).
Hiermee is trouwens niet veel gezegd over de werkelijke 'inhoud' van het Goede. Er is zijn volgens mij wel twee belangrijke dingen mee gezegd: (1) Hoe het Goede er 'formeel' uit ziet, waar je het 'moet plaatsen', en (2) dat het Goede er voor de mens op neerkomt dat hij zijn intellect moet gebruiken om zijn driften te onderdrukken. Hiermee is dus geen antwoord gevonden op de vraag wat nu precies, helder en concreet, het Goede is, maar - volgens mij - wel waar het mee te maken heeft, en waar we het in elk geval [i]niet[/i] moeten zoeken (dus niet in de driften, begeerten).
(PS: Dit is mijn eerste bericht hier, als ik iets verkeerd doe hoor ik het wel :wink: )