door Snowcat » wo 07 mar 2007, 22:10
Oplossing: Die onrekbare draad is een puur theoretisch voorwerp, en kan nooit bestaan, die knikkers daarentegen zijn al een veel betere manier van weergeven. Dit omdat elke reële draad bestaat uit moleculen en die weer uit atomen enz.. Bij mechanica werkt je met krachten, in feite is het zo dat als je aan de draad trekt de moleculen en atomen eigelijk de kracht "doorgeven", net zoals bij de knikkers dus. Dit doorgeven kan je eigelijk vergelijken met een soort botsingen, ook weer zoals bij de knikkers. Nu is het zo dat botsingen iets zijn dat de mens heeft uitgevonden, het is nu eenmaal niet zo dat materie effectief andere materie "aanraakt", dit omdat de onderlinge krachten van de atomen en moleculen elkaar gigantisch hard afstoten als de afstand heel klein wordt (dit wordt normaal uitgelegd in de meeste cursussen mechanica). Eigelijk komt het er dus op neer dat dat doorgeven van energie dmv "botsingen" een krachtenwerking is, en nu komt onze goede vriend Einstein op de proppen die nu toch wel net bewezen heeft dat zwaartekracht werkt metde snelheid van het licht, idem als (en dit is iets waar ik geen bron voor heb, maar wel veel geld op durf zetten) alle andere krachten. Dit wil dus zeggen dat wanneer jij aan dat touw trekt het een jaar zal duren vooraleer de schakelaar zal worden omgeklikt. Evenals met de knikkers. Voor die knikkers is er een leuk voorbeeldje van de klassieke botsingsproef, je kent vast wel zo'n soort slinger met verschillende metalen bolletjes op een rijtje, nu is het zo dat als je het rechtse een uitwijking geeft, de rest zal blijven stilstaan en NA EEN BEPAALDE TIJD de laatste zal uitwijken. Als je dit met veel bolletjes doet (ik schat dat het al lukt bij 50) dan kan je met goede apperatuur het tijdsverschil zeker al meten. Wat dus experimenteel aantoont dat de knikkers (die een goede weergave zijn van het atoom-moleculemodel) effectief minstens een jaar (en ik vermoed veel langer) nodig hebben om de laatste knikker te doen uitwijken.
Een ander voorbeeldje, het is zomer en de tuinslang ligt op de grond (want je hebt net de bloemetjes water gegeven) als je een tuinslang hebt van pakweg 20m (en zeker ook minder hoor) dan kan je hetvolgende doen: neem het uiteinde vast en zwier het kort en krachtig naar boven en naar beneden, dan zie je de golf die je veroorzaakt hebt door de slang "lopen", een uitwijking naar boven toe die zich verplaatst met een zekere snelheid (kleiner dan c) en die naar het andere uiteinde van de slang gaat, eigelijk principiël hetzelfde als met de botsingsproef met de bolletjes.
Verder is er ook al vaak op meerdere manieren aangetoond dat in ons universum niets sneller kan dan het licht.
Er is slechts een klein vraagteken in de fysica op dit probleem, namelijk in de quantummechanica. Er is een zogenaamde verbondenheid tussen deeltjes, men noemt dit verstrengeling. Bv: twee elektronen die een paar vormen hebben tegengestelde spin (spin is een eigenschap van de meeste deeltjes en kan simplistisch gezien worden alsof het deeltje draait) als men nu die twee elektronen uiteenhaalt en het ene duizende lichtjaren verder brengt dan besluit je dus dat het duizende lichtjaren zou moeten duren vooraleer iets van het ene deeltje naar het andere kan gaan (maximumsnelheid: c) Nu blijkt echter hetvolgende: die verstrengelde deeltjes bezitten de eigenschap dat ze STEEDS tegengestelde spin hebben, nu volgt uit QM dat je pas kan weten welk deeltje welke spin heeft als je een meting doet, (dit omwille van het waarschijnlijkheidsprincipe van Heisenberg). Maar als je van het ene deeltje de spin meet weet je met zekerheid de spin van het andere deeltje daar deze STEEDS tegengsteld zijn ( en volgens de postulaten van de QM is het zo dat een meting het systeem in een bepaalde eigentoestand brengt die vanaf dan zo blijft voor elke volgende meting. dit is echter niet zo belangrijk hier. ). Dus nu doen we hetvolgende: maak twee verstrengelde elektronen (en ja dit kan (cfr. Bell) ) en breng er ééntje duizende lichtjaren ver weg, meet dan (voor de eerste keer, want ervoor was er nog het waarschijnlijkheidsprobleem) de spin van deeltje 1. Nu volgt uit het voorgaande dat de spin van deeltje 2 ONMIDDELIJK (en dus veel sneller dan het licht, effectief onmiddelijk dus) de tegenovergestelde spinrichting "aanneemt". M.a.w. er is blijkbaar een onmiddelijke interactie tussen deze ver van elkaar verwijderde deeltjes (in ruimte althans). Uiteraard is het niet zo dat enkele wetenschappers een deeltje hebben meegenomen naar enkele sterrenstelsels verder ofzo (dit zou trouwens problemen geven met gelijktijdigheid en allerlei relativistisch gedoe), maar er zijn experimenten en berekeningen waarbij deze onmiddelijke aanpassing bij verstrengeling is aangetoond.
Dit laatste blijkt (naar mijn nederige mening) weer net zo'n "klein" probleempje te zijn zoals bv het spectrum van licht was aan het begin van de 20e eeuw.... die later voor een ware revolutie zorgde.. de quantummechanica (QM)
Oplossing: Die onrekbare draad is een puur theoretisch voorwerp, en kan nooit bestaan, die knikkers daarentegen zijn al een veel betere manier van weergeven. Dit omdat elke reële draad bestaat uit moleculen en die weer uit atomen enz.. Bij mechanica werkt je met krachten, in feite is het zo dat als je aan de draad trekt de moleculen en atomen eigelijk de kracht "doorgeven", net zoals bij de knikkers dus. Dit doorgeven kan je eigelijk vergelijken met een soort botsingen, ook weer zoals bij de knikkers. Nu is het zo dat botsingen iets zijn dat de mens heeft uitgevonden, het is nu eenmaal niet zo dat materie effectief andere materie "aanraakt", dit omdat de onderlinge krachten van de atomen en moleculen elkaar gigantisch hard afstoten als de afstand heel klein wordt (dit wordt normaal uitgelegd in de meeste cursussen mechanica). Eigelijk komt het er dus op neer dat dat doorgeven van energie dmv "botsingen" een krachtenwerking is, en nu komt onze goede vriend Einstein op de proppen die nu toch wel net bewezen heeft dat zwaartekracht werkt metde snelheid van het licht, idem als (en dit is iets waar ik geen bron voor heb, maar wel veel geld op durf zetten) alle andere krachten. Dit wil dus zeggen dat wanneer jij aan dat touw trekt het een jaar zal duren vooraleer de schakelaar zal worden omgeklikt. Evenals met de knikkers. Voor die knikkers is er een leuk voorbeeldje van de klassieke botsingsproef, je kent vast wel zo'n soort slinger met verschillende metalen bolletjes op een rijtje, nu is het zo dat als je het rechtse een uitwijking geeft, de rest zal blijven stilstaan en NA EEN BEPAALDE TIJD de laatste zal uitwijken. Als je dit met veel bolletjes doet (ik schat dat het al lukt bij 50) dan kan je met goede apperatuur het tijdsverschil zeker al meten. Wat dus experimenteel aantoont dat de knikkers (die een goede weergave zijn van het atoom-moleculemodel) effectief minstens een jaar (en ik vermoed veel langer) nodig hebben om de laatste knikker te doen uitwijken.
Een ander voorbeeldje, het is zomer en de tuinslang ligt op de grond (want je hebt net de bloemetjes water gegeven) als je een tuinslang hebt van pakweg 20m (en zeker ook minder hoor) dan kan je hetvolgende doen: neem het uiteinde vast en zwier het kort en krachtig naar boven en naar beneden, dan zie je de golf die je veroorzaakt hebt door de slang "lopen", een uitwijking naar boven toe die zich verplaatst met een zekere snelheid (kleiner dan c) en die naar het andere uiteinde van de slang gaat, eigelijk principiël hetzelfde als met de botsingsproef met de bolletjes.
Verder is er ook al vaak op meerdere manieren aangetoond dat in ons universum niets sneller kan dan het licht.
Er is slechts een klein vraagteken in de fysica op dit probleem, namelijk in de quantummechanica. Er is een zogenaamde verbondenheid tussen deeltjes, men noemt dit verstrengeling. Bv: twee elektronen die een paar vormen hebben tegengestelde spin (spin is een eigenschap van de meeste deeltjes en kan simplistisch gezien worden alsof het deeltje draait) als men nu die twee elektronen uiteenhaalt en het ene duizende lichtjaren verder brengt dan besluit je dus dat het duizende lichtjaren zou moeten duren vooraleer iets van het ene deeltje naar het andere kan gaan (maximumsnelheid: c) Nu blijkt echter hetvolgende: die verstrengelde deeltjes bezitten de eigenschap dat ze STEEDS tegengestelde spin hebben, nu volgt uit QM dat je pas kan weten welk deeltje welke spin heeft als je een meting doet, (dit omwille van het waarschijnlijkheidsprincipe van Heisenberg). Maar als je van het ene deeltje de spin meet weet je met zekerheid de spin van het andere deeltje daar deze STEEDS tegengsteld zijn ( en volgens de postulaten van de QM is het zo dat een meting het systeem in een bepaalde eigentoestand brengt die vanaf dan zo blijft voor elke volgende meting. dit is echter niet zo belangrijk hier. ). Dus nu doen we hetvolgende: maak twee verstrengelde elektronen (en ja dit kan (cfr. Bell) ) en breng er ééntje duizende lichtjaren ver weg, meet dan (voor de eerste keer, want ervoor was er nog het waarschijnlijkheidsprobleem) de spin van deeltje 1. Nu volgt uit het voorgaande dat de spin van deeltje 2 ONMIDDELIJK (en dus veel sneller dan het licht, effectief onmiddelijk dus) de tegenovergestelde spinrichting "aanneemt". M.a.w. er is blijkbaar een onmiddelijke interactie tussen deze ver van elkaar verwijderde deeltjes (in ruimte althans). Uiteraard is het niet zo dat enkele wetenschappers een deeltje hebben meegenomen naar enkele sterrenstelsels verder ofzo (dit zou trouwens problemen geven met gelijktijdigheid en allerlei relativistisch gedoe), maar er zijn experimenten en berekeningen waarbij deze onmiddelijke aanpassing bij verstrengeling is aangetoond.
Dit laatste blijkt (naar mijn nederige mening) weer net zo'n "klein" probleempje te zijn zoals bv het spectrum van licht was aan het begin van de 20e eeuw.... die later voor een ware revolutie zorgde.. de quantummechanica (QM)