Ik heb een vergelijking opgesteld voor de hoeveelheid fusie energie die bij kruisende synchrotrons vrijkomt:
\(P = 4,4 \times 10^{-11} \cdot v \cdot a^2 \cdot d^3 \cdot r^2\)
\([W]\)
waarin:
\(P\)
het vermogen in watt
\(v\)
de snelheid van de deuterium en tritium atomen in meters per seconde
\(a\)
het aantal atomen tritium en deuterium per kubieke meter
\(d\)
de diameter van de reactie kamer in meters
\(r\)
de afstand in meters van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden.
afleiding van de vergelijking:
Als twee torussen onder een hoek van 15 graden staan dan is het volume waar ze elkaar kruisen gelijk aan:
\(V = 2,5 \cdot d^3\)
waarin:
\(V\)
het volume van de reactieruimte in kubieke meters
\(d\)
de doorsnede van de stroom deeltjes in meters
Het deuterium beweegt in de ene torus met een snelheid v meter per seconde. Het tritium beweegt in de andere torus eveneens met een snelheid v meter per seconde. Voor de afleiding van de vergelijking doe ik alsof de deuterium atomen stilstaan, en de tritium atomen met een snelheid 2v bewegen.
In de reactieruimte bevinden zich n atoomkernen deuterium:
\(n = a \cdot V\)
waarin:
\(n\)
het aantal atoomkernen deuterium in de reactieruimte
\(a\)
het aantal atoomkernen deuterium per kubieke meter
Als een molecuul deuterium op een molecuul tritium afvliegt en de afstand tussen de snelheidsvector en de atoomkernen is kleiner dan r meter, dan treedt er fusie op. Alle deuterium kernen samen vormen nu een oppervlakte waar tegenaan gebotst wordt en fusie optreedt:
\(A_f = n \cdot \pi r^2\)
waarin:
\(A\)
het fusieoppervlak in vierkante meters
\(r\)
de afstand van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden in meters
Dit fusie oppervlak is een deel van de oppervlakte van de stroom. Het is een zeef, een deel van de atooomkernen vliegt door de zeef heen, een ander deel botst en fuseert. Het deel van de stroom dat fuseert is:
\(Z = \frac{A_f}{\frac{1}{4}\pi d^2} = \frac{4nr^2}{d^2}\)
waarin:
\(Z\)
de kans dat een door de reactieruimte bewegende tritium kern fuseert
\(d\)
de doorsnede van de stroom deeltjes in meters
De deuterium kernen had ik voor de afleiding van de vergelijking stil gezet. De tritium kernen gaan dan met een snelheid 2v. Door het reactie-oppervlak schieten een aantal tritium kernen per seconde:
\(s = 2v \cdot \frac{1}{4} \pi d^2 \cdot a\)
waarin:
\(s\)
het aantal tritium kernen dat door het reactie-oppervlak schiet
\(a\)
het aantal atoomkernen tritium per kubieke meter
Het aantal fusie reacties is dan:
\(f = s \cdot Z = 2v \cdot \pi \cdot a \cdot n \cdot r^2\)
waarin:
\(f\)
het aantal fusie reacties per seconde
Bij één reactie tussen deuterium en tritium komt 17,6 MeV energie vrij.
1 eV = 1,6 x 10^-19 joule
Het vermogen van de kruisende synchrotrons is dan:
\(P = 4,4 \times 10^{-11} \cdot v \cdot a^2 \cdot d^3 \cdot r^2\)
\([W]\)
waarin:
\(P\)
het vermogen in watt
\(v\)
de snelheid van de deuterium en tritium atomen in meters per seconde
\(a\)
het aantal atomen tritium en deuterium per kubieke meter
\(d\)
de diameter van de reactie kamer in meters
\(r\)
de afstand in meters van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden.
Ik heb een vergelijking opgesteld voor de hoeveelheid fusie energie die bij kruisende synchrotrons vrijkomt:
[tex]P = 4,4 \times 10^{-11} \cdot v \cdot a^2 \cdot d^3 \cdot r^2[/tex] [tex][W][/tex]
waarin:
[tex]P[/tex] het vermogen in watt
[tex]v[/tex] de snelheid van de deuterium en tritium atomen in meters per seconde
[tex]a[/tex] het aantal atomen tritium en deuterium per kubieke meter
[tex]d[/tex] de diameter van de reactie kamer in meters
[tex]r[/tex] de afstand in meters van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden.
[u]afleiding van de vergelijking:[/u]
[url=http://imageshack.us][img]http://img437.imageshack.us/img437/4551/a06020003a5lb1.jpg[/img][/url]
Als twee torussen onder een hoek van 15 graden staan dan is het volume waar ze elkaar kruisen gelijk aan:
[tex]V = 2,5 \cdot d^3[/tex]
waarin:
[tex]V[/tex] het volume van de reactieruimte in kubieke meters
[tex]d[/tex] de doorsnede van de stroom deeltjes in meters
Het deuterium beweegt in de ene torus met een snelheid v meter per seconde. Het tritium beweegt in de andere torus eveneens met een snelheid v meter per seconde. Voor de afleiding van de vergelijking doe ik alsof de deuterium atomen stilstaan, en de tritium atomen met een snelheid 2v bewegen.
In de reactieruimte bevinden zich n atoomkernen deuterium:
[tex]n = a \cdot V[/tex]
waarin:
[tex]n[/tex] het aantal atoomkernen deuterium in de reactieruimte
[tex]a[/tex] het aantal atoomkernen deuterium per kubieke meter
Als een molecuul deuterium op een molecuul tritium afvliegt en de afstand tussen de snelheidsvector en de atoomkernen is kleiner dan r meter, dan treedt er fusie op. Alle deuterium kernen samen vormen nu een oppervlakte waar tegenaan gebotst wordt en fusie optreedt:
[tex]A_f = n \cdot \pi r^2[/tex]
waarin:
[tex]A[/tex] het fusieoppervlak in vierkante meters
[tex]r[/tex] de afstand van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden in meters
Dit fusie oppervlak is een deel van de oppervlakte van de stroom. Het is een zeef, een deel van de atooomkernen vliegt door de zeef heen, een ander deel botst en fuseert. Het deel van de stroom dat fuseert is:
[tex]Z = \frac{A_f}{\frac{1}{4}\pi d^2} = \frac{4nr^2}{d^2}[/tex]
waarin:
[tex]Z[/tex] de kans dat een door de reactieruimte bewegende tritium kern fuseert
[tex]d[/tex] de doorsnede van de stroom deeltjes in meters
De deuterium kernen had ik voor de afleiding van de vergelijking stil gezet. De tritium kernen gaan dan met een snelheid 2v. Door het reactie-oppervlak schieten een aantal tritium kernen per seconde:
[tex]s = 2v \cdot \frac{1}{4} \pi d^2 \cdot a[/tex]
waarin:
[tex]s[/tex] het aantal tritium kernen dat door het reactie-oppervlak schiet
[tex]a[/tex] het aantal atoomkernen tritium per kubieke meter
Het aantal fusie reacties is dan:
[tex]f = s \cdot Z = 2v \cdot \pi \cdot a \cdot n \cdot r^2[/tex]
waarin:
[tex]f[/tex] het aantal fusie reacties per seconde
Bij één reactie tussen deuterium en tritium komt 17,6 MeV energie vrij.
1 eV = 1,6 x 10^-19 joule
Het vermogen van de kruisende synchrotrons is dan:
[tex]P = 4,4 \times 10^{-11} \cdot v \cdot a^2 \cdot d^3 \cdot r^2[/tex] [tex][W][/tex]
waarin:
[tex]P[/tex] het vermogen in watt
[tex]v[/tex] de snelheid van de deuterium en tritium atomen in meters per seconde
[tex]a[/tex] het aantal atomen tritium en deuterium per kubieke meter
[tex]d[/tex] de diameter van de reactie kamer in meters
[tex]r[/tex] de afstand in meters van de snelheidsvector tot de kernen wil er fusie optreden.