Dit is niet echt een leuk sommetje, dus ik treed in wat groter detail.
Standaard zijn de uitdrukkingen
\(K_s = [Ba^{2+}]·[F^–]^2\)
en
\(K_z = \frac{[H_3O^+]·[F^–]}{[HF]}\)
Normaliter zou je zeggen: stel dat x mol BaF
2 per liter oplost, dan zijn de concentraties barium- en fluorideionen respectievelijk x en 2x. Zonder het zuur-baseevenwicht kun je x dan oplossen uit een eenvoudige 3e graadsvergelijking. Maar als de pH wordt veranderd, wordt een gedeelte van het fluoride, laten we zeggen y mol per liter, 'opgegeten' door het zuur-baseevenwicht. Hierbij doe ik de stilzwijgende aanname dat de pH is gebufferd op 1 of 4 en dat [H
3O
+] niet verandert. Dat betekent dat in de uitdrukking voor de K
s nu niet komt te staan:
\(K_s = x · (2x)^2\)
maar
\(K_s = x · (2x – y)^2\)
Je moet dan alleen een uitdrukking voor y afleiden uit de formule voor de K
z. [H
3O
+] is een constante die gelinkt is aan pH, [F
–] = 2x – y... maar wat is [HF]....?!
Hier stop ik met helpen; de laatste stap, bedenken wat de relatie is voor [HF] en hoe je vervolgens beide vergelijkingen in elkaar omschrijft, is aan jou. Voor de volledigheid de juiste antwoorden:
pH = 1 → [BaF
2] = 0,1055 M
pH = 4 → [BaF
2] = 3,952 mM
pH = 7 → [BaF
2] = 3,583 mM
dus je ziet duidelijk dat de pH de oplosbaarheid sterk verbetert, in lijn der verwachting. Nu fingers crossed dat ik geen rekenfouten heb gemaakt...
Dit is niet echt een leuk sommetje, dus ik treed in wat groter detail.
Standaard zijn de uitdrukkingen
[tex]K_s = [Ba^{2+}]·[F^–]^2[/tex]
en
[tex]K_z = \frac{[H_3O^+]·[F^–]}{[HF]}[/tex]
Normaliter zou je zeggen: stel dat x mol BaF[sub]2[/sub] per liter oplost, dan zijn de concentraties barium- en fluorideionen respectievelijk x en 2x. Zonder het zuur-baseevenwicht kun je x dan oplossen uit een eenvoudige 3e graadsvergelijking. Maar als de pH wordt veranderd, wordt een gedeelte van het fluoride, laten we zeggen y mol per liter, 'opgegeten' door het zuur-baseevenwicht. Hierbij doe ik de stilzwijgende aanname dat de pH is gebufferd op 1 of 4 en dat [H[sub]3[/sub]O[sup]+[/sup]] niet verandert. Dat betekent dat in de uitdrukking voor de K[sub]s[/sub] nu niet komt te staan:
[tex]K_s = x · (2x)^2[/tex]
maar
[tex]K_s = x · (2x – y)^2[/tex]
Je moet dan alleen een uitdrukking voor y afleiden uit de formule voor de K[sub]z[/sub]. [H[sub]3[/sub]O[sup]+[/sup]] is een constante die gelinkt is aan pH, [F[sup]–[/sup]] = 2x – y... maar wat is [HF]....?!
Hier stop ik met helpen; de laatste stap, bedenken wat de relatie is voor [HF] en hoe je vervolgens beide vergelijkingen in elkaar omschrijft, is aan jou. Voor de volledigheid de juiste antwoorden:
pH = 1 → [BaF[sub]2[/sub]] = 0,1055 M
pH = 4 → [BaF[sub]2[/sub]] = 3,952 mM
pH = 7 → [BaF[sub]2[/sub]] = 3,583 mM
dus je ziet duidelijk dat de pH de oplosbaarheid sterk verbetert, in lijn der verwachting. Nu fingers crossed dat ik geen rekenfouten heb gemaakt...