cock schreef:
Tijd en waarneming
De waarnemer bevindt zich altijd in het heden. Tijd en afstand is relatief aan de waarneming door de waarnemer. Hoe verder het waargenomene zich bevindt van de waarnemer, hoe verder waargenomene zich bevindt van de waarnemer in afstand en tijd. Die afstand in tijd en afstand tot de waarnemer kan uitgedrukt worden in lichtsnelheid.
(het volgende mijn opvattingen, niet per definitie de waarheid): Ten dele 'ja', maar in grote mate 'nee'.
- Alle waarnemers bevinden zich in het moment tussen heden en de toekomst; dit omdat de tijd altijd voortgaat, dus een echt 'nu' is er niet te definiëren, maar omdat we 'zo direct' kunnen stellen 'het moment daarnet' kunnen we stellen dat er 'daarnet' een moment 'nu' moet zijn geweest. En daarmee volgens mij in ieder geval kunnen beredeneren dat er een moment 'nu' bestaat.
- Dat moment 'nu' bestaat overal op hetzelfde moment, dit volgt zelfs uit de werkelijkheid waar afstand en tijd gerelateerd worden aan de lichtsnelheid... Immers: op een afstand X gebeurd iets op het moment 'nu', hetgeen er gebeurd is vervolgens op de afstand X waar te nemen, na een tijd Y, waarbij dit tijd Y gelijk is aan de duur dat het licht zich over de afstand X verplaatst ... Het moment 'nu' bestaat daarbij voor beide waarnemers en is voor beiden gelijk, echter, de waarneming voor beiden is verschillend omdat deze gelimiteerd wordt door de snelheid van het licht (ofwel, gelimiteerd door de wijze van waarnemen, onze ogen nemen immers dat licht waar).
Hierdoor zou een derde waarnemer kunnen constateren dat beide waarnemers zich in verschillende momenten 'nu' bevinden, het moment waarop waarnemer A hetgeen dichtbij waarneemt, verschild immers van het moment waarop waarnemer B hetgeen veraf waarneemt.
Maar ! ... we spreken hierbij dan wel over waarnemen met onze ogen ... we kunnen omgekeerd terecht redeneren dat hetgeen er gebeurde voor beide waarnemers op hetzelfde moment plaats vond. En slechts de waarneming ervan verschilt. Dit klopt, want het ogenschijnlijke tijdsverschil tussen beide waarnemingen is exact evenredig met de afstand en de snelheid van het licht.
Ofwel, het waarnemingsmoment 'nu' verschilt per waarnemer, het moment 'nu' zelf is voor iedere waarnemer gelijk ... daarmee is de waarneming relatief aan de ruimte middels de lichtsnelheid. De tijd is voor iedereen gelijk... en volgens mij wordt dat bevestigd door de verstrengeling, immers de metingen aan beiden kunnen door afstand sneller plaats vinden dan de tijd die het signaal van de ene naar de andere kant nodig heeft om de informatie van de ene meting naar de locatie van de andere te krijgen. Ten minste zoals ik het experiment begrijp:
Verstrengelt A (meting) ---> geef meting door aan station B ---> Verstrengelt B (meting)
De meting in B vindt plaats na meting A, maar binnen de tijd dat de informatie middels de snelheid van het licht kan doorgeven aan B. Het moment 'NU' is het moment waarop meting A plaats vindt, en de spin van A vast staat. Door de verstrengeling heeft dat directe invloed op meting B. Het doorgeven van de meting A aan station B, neemt echter een groter tijdsbestek (duur) in beslag, dan het moment waarop op locatie B gemeten kan worden, het geen is direct na de meting in A.
Daarmee is volgens mij bewezen dat 'nu' overal hetzelfde moment is, dat we enkel mbt. waarnemingen middels licht kunnen stellen dat er een relatie bestaat tussen ruimte en duur (niet tijd), namelijk de duur dat het licht doet over die afstand ... en daarmee dat Tijd en Ruimte dus niet in relatie staan middels de lichtsnelheid. Waarneming en Ruimte zijn middels duur gelinkt aan de lichtsnelheid, terug redeneren vanuit die duur zal voor iedere waarnemer leiden tot hetzelfde moment 'toen', zowel in ruimte (locatie) als tijd.