door Paelinck » vr 17 apr 2015, 00:24
Het is de quinoline groep, de aromatische groep in de structuur die fluoresceert. Dit vanwege gedelokaliseerde elektronen.
De excitatie- en emissie golflente is gekend, kinine vertoond een maximale extinctie op 350 nm en een maximale fluorescentie rond 460 nm. Het oplosmiddel bepaalt enkel de mate van intensiteit. Ik geloof dat er een maximale intensiteit werd bekomen rond pH 3. Vanaf deze zuurtegraad zijn de moleculen volledig geprotoneerd tot 2-waardige kationen. Het zijn dus niet enkel de vrije elektronen van het stikstofatoom op de fluorescerende groep die de mate van fluorescentie bepaalt, maar ook die van het andere stikstofatoom op de quinuclidine-groep.
Ik heb gezocht naar een verschil in bindingsenergie tussen de geprotoneerde vorm van quinoline en de neutrale vorm, maar heb hier geen data over kunnen terugvinden. Een verlaging in bindingsenergie door de afwezigheid van een p elektron lijkt me echter wel een plausibele verklaring aangezien de stabiliteit van de π-wolk hierdoor wordt verminderd.
Dat verklaard echter niet de verhoging in intensiteit bij de protonering van het andere stikstofatoom... Is het mogelijk dat de vrije elektronen van het neutrale stikstofatoom van de quinuclidine-groep de excitatie-energie overnemen door dynamische overdracht, door botsingen met de aangeslagen elektronen?

Het is de quinoline groep, de aromatische groep in de structuur die fluoresceert. Dit vanwege gedelokaliseerde elektronen.
De excitatie- en emissie golflente is gekend, kinine vertoond een maximale extinctie op 350 nm en een maximale fluorescentie rond 460 nm. Het oplosmiddel bepaalt enkel de mate van intensiteit. Ik geloof dat er een maximale intensiteit werd bekomen rond pH 3. Vanaf deze zuurtegraad zijn de moleculen volledig geprotoneerd tot 2-waardige kationen. Het zijn dus niet enkel de vrije elektronen van het stikstofatoom op de fluorescerende groep die de mate van fluorescentie bepaalt, maar ook die van het andere stikstofatoom op de quinuclidine-groep.
Ik heb gezocht naar een verschil in bindingsenergie tussen de geprotoneerde vorm van quinoline en de neutrale vorm, maar heb hier geen data over kunnen terugvinden. Een verlaging in bindingsenergie door de afwezigheid van een p elektron lijkt me echter wel een plausibele verklaring aangezien de stabiliteit van de π-wolk hierdoor wordt verminderd.
Dat verklaard echter niet de verhoging in intensiteit bij de protonering van het andere stikstofatoom... Is het mogelijk dat de vrije elektronen van het neutrale stikstofatoom van de quinuclidine-groep de excitatie-energie overnemen door dynamische overdracht, door botsingen met de aangeslagen elektronen?
[img]http://3.bp.blogspot.com/-xTcsJMcS10M/Uosb8IwOw0I/AAAAAAAAASU/T7Yc3c_5o7E/s1600/quinine.png[/img]