Laten we het zo eenvoudig mogelijk maken:
Neem een orthonormaal driedimensionaal assenstelsel. Punt O = (0,0,0) en punt P = (1,0,0). Laat
B de verzameling zijn van alle continue lijnen die O met P verbinden. Dan zijn het interval [0,1] en de verzameling
B gelijkmachtig. Er bestaat dan een afbeelding A van [0,1] op
B zodanig dat A een bijectie is. Hoe kunnen we al de banen uit
B dan tot een reële waarde sommeren?
Je zou de onderstaande integraal kunnen bekijken:
\( \int_0^1 f(A(g(x)) \, \mbox{d}x \)
Voor handig gekozen functies f:
B ->
C (complexe getallen) en g: [0,1] -> [0,1] is die integraal wellicht uit te rekenen. Maar hoe bepaal je die f en g, en leveren alle
bruikbare f en g wel een zelfde uitkomst van de integraal op?
Is dit zo'n beetje wat er gebeurt? En hoe werkt dat dan?