Ik moet eerlijk zeggen dat ik, om je vraag adequaat te beantwoorden, m'n epistemologie wat moet opfrissen. Van Quine herinner ik me het probleem dat het lastig is om het ene 'web of belief' te verdedigen t.o. het andere. M.a.w. om je te verdedigen tegen het verwijt van relativisme. Maar het is lang geleden en ik moet het nog eens nalezen. Het voert misschien ook te ver van onze discussie vandaan.Stellen dat er zoiets als een absolute waarheid bestaat roept de vraag op waar deze vervolgens gevonden kan worden. Ik vermoed dat je dan al snel in een spagaat belandt. Enerzijds is het absoluut en anderzijds zijn we geconditioneerd en gevormd door onze cultuur en geschiedenis. Hoe plaatst de waarheid zich hier buiten? Om het anders te formuleren; hoe zou je de waarheid kentheoretisch willen begrenzen?
Wat het spreken over 'absolute waarheid' betreft: misschien is 'absoluut' niet het beste woord. Ik bedoel er ruwweg hetzelfde mee als 'sacraal', d.w.z. een domein van waarheden die wij onopgeefbaar achten. In eerdere posts hadden we het in dit verband bijv. over zelfbeschikking en individuele vrijheid als voorbeelden van zo'n sacraal/absoluut domein in het westen.
Het gaat mij, denk ik, vooral om de vraag of we mogen veronderstellen dat er waarheid is die buiten ons is en onafhankelijk van ons. Dat betekent niet dat wij die waarheid in pacht hebben of er onbelemmerd toegang toe hebben. Ons inzicht in die waarheid is altijd perspectivisch of cultureel geconditioneerd. Maar dat hoeft m.i. niet te betekenen dat het 'alleen maar onze waarheid' is. Noem het kritisch realisme. De overtuiging dat er waarheid is buiten ons, ook al hebben wij geen neutrale of objectieve kennis daarvan, kan ons bewegen om in dialoog te blijven met anderen die anders tegen de waarheid aankijken. Dat wordt lastiger wanneer we relativistisch denken: in dat geval hebben we allemaal onze eigen, door omstandigheden en cultuur geproduceerde waarheid. Waarom zouden we dan nog in gesprek met elkaar blijven, als we niet kunnen hopen dat we het over dezelfde waarheid hebben?
De profeten laten zien hoe dat moet... Wanneer iemand met een beroep op God of zijn openbaring ons oproept tot het een of ander, kunnen we volgens mij twee dingen doen: (a) we kunnen zeggen dat ons inzicht in die openbaring verschilt van dat van de profeet. M.a.w.: we gaan in debat, maar op basis van dezelfde waarheid - waartoe wij evenzeer toegang hebben als de profeet, (b) we ontkennen de waarheid waarop de profeet zich beroept en snijden daarmee het gesprek af.Je stelt dat een goddelijke moraliteit in eerste instantie in theorie ons ter beschikking staat. Hoe valt, wanneer we vanuit dit theoretisch punt vertrekken, hieruit tot een praktisch handelen te besluiten? Dus 'durven zeggen dat iets verkeerd is en moet veranderen'?
Maar wat we niet kunnen doen, althans niet consistent, is zeggen: jij jouw waarheid en ik de mijne. Het appèl dat de profeet op jou uitbrengt, veronderstelt dat de waarheid waarop hij zich beroept ook gezag uitoefent over jou. Je kunt zijn inzicht in die waarheid betwisten, maar zodra je die waarheid cultureel relatief maakt, ontken je de mogelijkheid van profetische claims. M.a.w. er is dan geen basis meer om over cultuurgrenzen heen mensen op te roepen om iets te doen of te laten. Zulke oproepen veronderstellen een universele waarheid, hoe moeilijk die misschien ook in beeld te krijgen is. In onze tijd proberen we dat op te lossen met universele mensenrechten, die vanzelf een sacraal karakter krijgen. En de vraag blijft natuurlijk waarop die rechten gebaseerd zijn en of ze niet een specifieke cultuurtraditie veronderstellen (nl. de joods-christelijke).
Misschien begrijp ik het woord 'ethnocentrisch' wat massiever dan jij het bedoelt. Maar ik blijf erbij dat 'zelfkritiek' veronderstelt dat je in de ander blijkbaar een universeel appèl ontmoet, dat de culturen van jezelf en van die ander overstijgt. Een puur ethnocentrische moraal kan niet openstaan voor die erkenning, omdat de laatste norm van zo'n moraal de eigen ethnos is. Hoogstens kan de ander je dan herinneren aan noties in je eigen moraal die je even vergeten was. Maar nieuwe dingen zijn niet te leren, want welke wijsheid zou die ander hebben, die immers niet tot onze ethnos behoort?Tenslotte zie ik wel een mogelijkheid tot een zelfkritiek binnen een ethnocentrisch moraal. Juist in de confrontatie met andere culturen ligt daarvoor een mogelijkheid. Het is de ironische distantie die ons kan nopen tot een gezonde zelfkritiek omdat je daarmee niet op voorhand afstand doet van je diepste overtuigingen maar deze wel ter overweging 'even' naast je kunt neerzetten.
Als je 'ethnocentrisch' definieert als 'ons cultureel geconditioneerde inzicht in een universele morele waarheid', dan kan ik er meer mee. In dat geval is onze eigen ethnos niet de enige bron, noch de laatste maatstaf van onze moraal. Dan is er ook werkelijke uitwisseling en herkenning mogelijk over cultuur- en ethnische grenzen heen.
Puzzels